Zes gênante (en eigenlijk hilarische) situaties die te allen tijde ongemakkelijk zijn

Van de groet-verwarring tot chaos rond het afscheid

Sommige mensen lijken een abonnement te hebben op ongemakkelijkheid en maken aan de lopende band ‘awkward‘ situaties mee. Anderen vliegen door het leven op een wat soepelere wijze. Toch zijn sommige situaties al-tijd ongemakkelijk, hoe cool en collected je ook bent. Deze zes bijvoorbeeld.

De deur open houden voor iemand die nog nét te ver weg is

Uit angst onaardig te worden gevonden, doen we soms dingen die volkomen belachelijk zijn. De deur openhouden voor iemand die zich nog op minstens drie minuten loopafstand achter je bevindt, behoort tot die categorie. Het lijkt misschien alsof je iets enorm aardigs doet voor een random stranger. Stiekem vindt die random stranger je waarschijnlijk gewoon een creep.

Logisch, want je staart hem of haar drie minuten lang vreemd glimlachend aan totdat diegene eindelijk de ingang heeft bereikt en vliegensvlug langs je heen glipt terwijl een zacht ‘dank je’ gemompeld wordt. Extra ongemakkelijk: wanneer er nog vijftien mensen achteraan komen, waardoor jij als een soort piccolo minutenlang staat te glimlachen naar onbekenden die langs jou een gebouw binnengaan (en je zelf te laat komt voor je afspraak).

Afscheid nemen van heel veel mensen tegelijk

De makkelijkste manier om een borrel, feest of verjaardag te verlaten is middels de Irish goodbye. Dat wil zeggen: gewoon verdwijnen zonder de vermoeiende handeling van het afscheid nemen. Dat kan namelijk onmogelijk op een soepele manier. Oftewel je gaat iedereen persoonlijk af, waardoor je gesprekken onderbreekt of – erger nog – je in veel te nauwe hoekjes wurmt om iemand te kunnen zoenen en daarbij een glas rode wijn omstoot. Natuurlijk over iemands witte blouse.

De andere optie is om je bij de deur demonstratief om te draaien, je arm met een overdreven grote zwaaibeweging door de lucht te gooien én heel hard ‘DOEI ALLEMAAL’ te roepen. Het nadeel: als je geluk hebt kijkt er één iemand op die ‘doei’ terugzegt. De kans is groter dat er slechts een paar mensen een beetje half opkijken en een nauwelijks merkbare hoofdbeweging maken.

Waarom doen we dit alles onszelf aan? Nou, God forbid dat de achterblijvers zich opeens realiseren dat je verdwenen bent en vervolgens hardop zullen gaan bespreken hoe arrogant je wel niet bent dat je zonder afscheid te nemen weg bent gegaan. Zucht.

Wanneer een omstander op je af komt om te vragen of het wel gaat, zegt je te allen tijde ‘ja’

Alle situaties waarin een val voorkomt

Vallen is gênant. Period. Nu is het niet eens zozeer de val zelf die een valsituatie ongemakkelijk maakt, maar vooral hoe je je daarná gedraagt. Wanneer je in het gezelschap van iemand anders verkeert, maakt dat een hoop goed. Dan kun je namelijk samen lachen om jouw lompe/onhandige valpartij en vervolgens weer doorgaan met je leven. Wanneer je echter alleen bent, maar wel omringd bent door anderen, ben je op jezelf aangewezen. De meeste mensen lossen dit op door razendsnel weer op te staan en nog sneller weer door te lopen terwijl er een strakke blik op het telefoonscherm wordt geworpen, waar heus niks op gebeurt, maar dan heb je tenminste iets om naar te kijken.

Andere mensen kijken een beetje schichtig om zich heen of iemand gezien heeft wat er zojuist gebeurde. Zo ja, dan glimlachen ze flauwtjes en halen ze bijna onmerkbaar de schouders op om zo non-verbaal duidelijk te maken: ‘HAHA, wat ben ik toch onhandig he.’ Wanneer een omstander op je af komt om te vragen of het wel gaat, zegt je te allen tijde ‘ja’. Zelfs als je eigenlijk vergaat van de pijn. Dat is nou eenmaal de ongeschreven regel.

Wat we kunnen leren van Donald Duck

Als niemand reageert op wat je zegt

Picture this. Je bevindt je op een kantoorvloer met een stuk of twaalf bureaus. Aan elk bureau zit een collega in stilte geconcentreerd te werken. Jij bent natuurlijk óók heel hard aan het werk, maar toevallig was je nét even door nu.nl aan het scrollen want ja, zeg… ontspanning is toch ook belangrijk. Ineens valt je oog op de kop ‘Ron Jans keert als technisch manager terug bij FC Groningen’. Waarom weet jij ook niet, maar je voelt de behoefte om dit nieuws met je collega’s te delen.

‘Goh,’ hoor je jezelf daarom zeggen, ‘Ron Jans is weer terug bij FC Groningen.’ Omdat geen van je collega’s begrijpt dat je het tegen hen hebt óf het simpelweg totaal niet boeiend vindt, reageren ze niet. Eén van hen kijkt wel even op, maar staart binnen 1 seconde alweer zwijgend naar zijn beeldscherm. Wat volgt zijn een paar minuten vol twijfel en zelfhaat waarin je jezelf vervloekt om het feit dat je zo nodig je mond moest opentrekken.

Deze situatie kan overigens ook digitaal voorkomen. Wanneer jij in de groepsapp een grappige anekdote deelt en het vervolgens anderhalve dag angstvallig stil blijft, waarna Job opeens vraagt ‘of er vanavond nog geborreld wordt’. Thanks, friends.

De groet-verwarring

Het wordt hoog tijd dat er in Nederland een soort universele manier komt van elkaar begroeten, want begroetingen lopen simpelweg te vaak uit op situaties waarbij alle partijen zich ongemakkelijk voelen en het liefst in de grond verdwijnen. Zo heb ik ooit gehad dat een collega tijdens het begroeten iets te dichtbij kwam en ik daardoor dacht dat hij een begroeting met drie kussen wilde doen. Ik vond het wat vreemd, maar ik ben ook de beroerdste niet, dus I went in for the kiss on the cheek. Aan zijn weinig subtiele reactie merkte ik dat hij het óók vreemd vond.

Ook altijd leuk: een hand uitsteken terwijl de ander drie kussen wil geven. Of willen knuffelen terwijl de ander je een kus wil geven, waardoor zijn lippen ergens halverwege je oorschelp terecht komen. En zelfs als je wél duidelijk hebt dat er gekust gaat worden als begroeting, ben je nog niet klaar. Want komt er één kus? Komen er drie? Aaaargh!

Om met wijlen René Gude te spreken: ‘het leven is een gedoetje’

Het afscheid dat nog geen afscheid is

Wanneer je het afscheid heelhuids bent doorgekomen en nét opgelucht wil ademhalen dat je een sociale situatie niet-ongemakkelijk hebt afgesloten, gaat het mis. De persoon waar je net uitgebreid gedag tegen heb gezegd, blijkt opeens nog een stukje dezelfde kant uit te moeten. Quelle horreur! Het liefst zou je nu gewoon alsnog de andere kant uitlopen, maar helaas… jouw fiets staat pal naast de fiets van je gesprekspartner waar je eigenlijk al mee uitgepraat bent en – erger nog – al afscheid van hebt genomen.

Deze situatie duurt over het algemeen maar kort, maar kan voelen als een eeuwigheid. Te lang om niks te zeggen, te kort om een nieuw gesprek aan te knopen. En dus glimlachen jullie allebei ongemakkelijk naar elkaar, mompelen jullie iets over de locatie van de fiets (‘haha, ja die van mij staat daar ook’) om je uiteindelijk vliegensvlug uit de voeten te maken, terwijl je nog half ‘doei’ roept zonder verder oogcontact te maken. Om met wijlen René Gude te spreken: ‘het leven is een gedoetje’.

Meer lezen ongemakkelijkheid?

De beste Bedrock-artikelen ontvangen? Meld je aan voor de Bedrock Weekly!