Geef je graag cadeautjes? Dit is de psychologie daarachter (+5 speciale cadeau-ideeën)

Geef een herinnering in plaats van iets materialistisch

Wat geef je iemand die alles al heeft? Toen mijn moeder jarig was besloot ik geen bos bloemen te kopen, maar trakteerde ik haar op een ontdekkingstocht langs plaatsen uit haar jeugd. Mijn moeder heeft alles. Meer boeken dan ze ooit kan lezen, meer cd’s dan ze ooit kan beluisteren en een buitenhuis vol prachtige spullen. Wat kan ik haar in hemelsnaam nog geven wanneer ze 70 wordt? En daarmee komt direct de volgende vraag in me op: waarom geven we elkaar überhaupt cadeaus?

In de psychologie wordt naar elk menselijk gedrag onderzoek gedaan. Dus ook naar het hoe en waarom van cadeaus uitwisselen. Iemand een cadeau geven versterkt de onderlinge band, zeggen wetenschappers. Bovendien symboliseert het cadeau de bestaande verhouding. Daarom geef je je nieuwe liefde aan het begin van de relatie een kamerplantje, pas later een reisje naar Parijs en nog later een gouden armband; in die volgorde en niet andersom. Geschenken geven we om onze waardering, dankbaarheid en interesse te tonen. Een mooie verrekijker voor je beste vriend die vogelaar is, wil zeggen dat je je hebt ingeleefd in de ander en dat je de tijd hebt genomen om je te verdiepen in de voor jou onbekende wereld van verrekijkers – om maar iets te noemen.

Zelf heb je daar trouwens ook iets aan. Uit een onderzoek door de universiteit van Waikato, Nieuw-Zeeland, blijkt dat mensen die geld aan een ander besteden gelukkiger zijn dan mensen die het uitgeven aan zichzelf. Het geven van cadeaus stimuleert het beloningscentrum in de eigen hersenen.

Terug naar mijn moeder. Ze is kinderpsycholoog en pas onlangs met pensioen gegaan. Spullen heeft ze genoeg, en tijd vanaf nu ook. Echt blij maak ik haar misschien meer met een ervaring dan met een duur cadeau. ‘Voor een gelukkig leven moet je ervaringen kopen, geen dingen,’ beaamt psycholoog Ap Dijksterhuis.

Het nadeel van materiële zaken is volgens hem dat ze een vergelijking uitlokken. Geen cadeau dat je kunt bedenken of er bestaat wel een duurdere, mooiere of betere variant. Bij ervaringen spelen die vergelijkingen niet, want ze zijn uniek.

Dijksterhuis noemt nog een reden waarom ervaringen waardevoller zijn dan cadeaus: omdat ons geheugen ons helpt om ervaringen positief te kleuren. ‘Veel dingen die we doen zijn op het moment zelf niet geweldig, maar in onze herinnering wel. Achttien uur in een bus zitten tussen Yogyakarta en Bali ís niet leuk. Maar de herinnering aan die reis in Indonesië is prachtig, en na verloop van tijd wordt ze alleen maar beter.’

5 ideeën voor onbetaalbare cadeaus

1. Personal assistent voor een dag

Altijd al een PA willen hebben? Dat kan. Ik haal koffie voor je, maak een afspraak met de tandarts, haal boodschappen, kook, lees je kinderen voor, dweil de keukenvloer, boek je vakantievlucht, selecteer wat je echt moet lezen in de krant vandaag, stel je televisieschema vast, beantwoord je mail en haal je Nespressocupjes op bij het postkantoor.

2. Nieuwe vrienden

Je krijgt nieuwe vrienden cadeau. Ik kies tien mensen uit die je niet snel zult vergeten. ‘s Ochtends heb je een afspraak met mijn beste vriendin, daarna ga je wandelen met drie koor- of tennisvrienden die hard op zoek zijn naar een vierde. De avondmaaltijd is met de eerste zes mensen die gereageerd hebben op de Facebookpagina “Vrienden gezocht”. Daarna ga je dansen met vier mensen die zakelijk, romantisch of anderszins interessant zouden kunnen zijn, of een paar uit het oog verloren schoolvrienden die ik via Schoolbank.nl voor je heb opgeduikeld.

3. Vakantie in eigen woonplaats

Je gaat op minivakantie. Doe makkelijke kleren aan en wandelschoenen, neem een buideltasje met paspoort en geld mee en een zonnebril. In de bibliotheek heb ik een reisgids gehaald van je woonplaats; we bezoeken alle (gratis) monumenten en bijzondere plekken die er zijn. We eten in foute cafetaria’s, verdwalen in buitenwijken, nemen de bus naar een onbekend deel van de stad en sturen een kaart naar vrienden met de tekst: ‘Hebben het enorm naar onze zin; wish you were here’.

4. Diner in je eigen huisrestaurant

Ik kom voor je koken. Je hoeft er niets voor in huis te halen. Ik kook met alles wat ik in je keuken vind. Een pak bami uit 1998, een pot kappertjes, een restje sperziebonen, ik maak er een spectaculaire maaltijd van. Ik dek de tafel met prachtig servies en kristallen glazen, zet muziek op, steek kaarsjes aan en zet je aan tafel. Ik ren heen en weer naar de keuken, schenk de wijn bij en vraag je een paar keer of alles naar wens is.

5. Een grafrede

Je krijgt ‘m niet zo snel te lezen, je eigen grafrede, maar vandaag krijg je er een cadeau. Noem me vijf mensen die je graag op je begrafenis de loftrompet zou horen steken. Ik bel ze op en hoor ze uit. Wat is er zo leuk aan je, hoe zullen ze zich je altijd herinneren? Welke anekdote zal ze altijd bijblijven? Wat zullen ze missen? Wanneer zagen ze je voor het laatst? Wat hadden ze je nog willen zeggen? Ik schrijf het allemaal op en dan mag je op de bank gaan liggen en het rustig lezen, alsof je er even niet meer was. Het echte cadeau is natuurlijk het leven zelf – want hoera, je bent niet dood.

Een onbetaalbaar cadeau voor mijn moeder

Overtuigd van het feit dat ik mijn moeder een ervaring rijker ga maken, bedenk ik een reis naar haar geboorteplaats. Haar familie woont al eeuwen in Den Haag. Zij is de eerste die daar vertrok en dat deed ze omdat ik werd geboren. Ik ken de stad alleen uit haar verhalen en van familiebezoekjes lang geleden. Voor haar zeventigste verjaardag krijgt mijn moeder van mij een reis naar het verleden.

Op een doordeweekse ochtend spreken we af op Den Haag cs. Als voorbereiding op de dag heeft ze foto’s van vroeger meegenomen en een lijstje met plekken die ze wil laten zien. Tussen de foto’s zit een portret van een van haar vriendjes toen ze 15 was. Theo Laseroms is zijn naam. ‘Hij voetbalde wel aardig,’ zegt mijn moeder. Later ontdek ik dat hij prof was bij Feyenoord en in 1970 met zijn ploeg de Europacup won. Een detail dat ze nooit vertelde. Puur en alleen omdat ze geen enkele interesse in voetbal heeft.

Als kind denk je dat het liefdesleven van je ouders begon op het moment dat ze elkaar ontmoetten. Het is ook niet iets waar je je ouders makkelijk naar vraagt. Maar de wandeling door het Den Haag van mijn moeders jeugd biedt ineens allerlei aanknopingspunten om dat wel te doen.

Zo herinner ik me dat ik als kind gefascineerd was door ene Lode Pemmelaar. Hij was een kunstenaar, die me vooral intrigeerde vanwege zijn geweldige naam. Maar ook omdat ik mijn vader op een dag op het balkon had zien staan terwijl hij brieven van deze Lode in de lucht wierp. ‘Lode kon prachtig schrijven,’ vertelt mijn moeder. ‘Maar je vader vond het niet zo leuk dat ik zijn brieven had bewaard.’

Tegenover het station staat de kunstacademie. Aangezien we onze tocht ergens moeten beginnen, gaan we erheen. Mijn moeder had er in haar tijd veel vrienden, onder wie dus de mysterieuze Lode. Een paar jaar lang was hij haar vriendje, tot mijn vader ineens voor haar neus stond. Zelfs hoe mijn ouders elkaar hebben leren kennen is gek genoeg iets waarnaar ik nooit heb gevraagd. Ik had altijd een romantisch beeld van mijn moeder die als 17-jarige mijn vader ontmoette, die vlak daarna naar Canada emigreerde. In mijn romantische versie wachtte ze twee jaar lang op zijn terugkeer.

Zowel mijn vader als de kunstenaar is al lang overleden, maar mijn moeder kan hen al wandelend door de stad met gemak tot leven brengen

Niets is minder waar. Onze wandeltocht voert naar een plein in het centrum. Mijn moeder wijst de winkel aan waar ze een studentenbaantje had in een bakkerij, toen op een dag mijn vader ineens weer voor haar stond, terug van twee jaar weggeweest. ‘Je vader had zoveel vriendinnetjes,’ vertelt ze. ‘Toen ik hem ontmoette, stond hij op het punt om naar Canada te emigreren. Ik geloofde niet dat wat wij hadden een lang leven was beschoren. Ik ben hem nog wel gaan uitzwaaien toen hij met de boot vertrok.’

Ik vraag haar wat hij zo leuk aan haar vond. Mijn moeder haalt haar schouders op. Iedereen vond haar leuk, zegt ze lachend. En waarom ze de kunstenaar liet vallen, nog dezelfde dag dat mijn vader ineens in de bakkerswinkel stond? ‘Omdat ik niet twee vriendjes tegelijk wilde hebben,’ is haar nuchtere antwoord.

Zowel mijn vader als de kunstenaar is al lang overleden, maar mijn moeder kan hen al wandelend door de stad met gemak tot leven brengen. Wanneer ze vertelt over haar jeugd in de stad zie ik haar lopen. Op blote voeten langs de Hofvijver, als klein meisje vlak na de bevrijding op straat, en dansend met mijn vader op garagefeestjes met visnetten aan het plafond.

Op de trouwfoto draagt mijn vader een raar pak van de Grenadiers met een bontmuts van een meter hoog. Als kind was ik altijd onder de indruk van mijn vader op die foto. Wanneer we langs het stadhuis komen, vertelt mijn moeder dat de bontmuts een noodgreep was, omdat mijn grootmoeder in een idiote vlaag van razernij vlak voor de bruiloft al mijn vaders kleren had weggegooid, inclusief trouwpak. Het geleende uniform met muts was dus uit nood geboren.

Nu pas durft mijn moeder te vertellen dat ze zich toen enigszins geneerde. Niet de bruid in haar mooie witte jurk kreeg alle aandacht, maar die malle man naast haar met zijn berenmuts; ze haalden er zelfs de krant mee.

We lopen de hele dag door de straten van haar jeugd, het pleintje waar ze met haar grootvader op een bankje zat, langs de balletacademie waar ze tot haar achttiende danste en langs de statige woonhuizen van haar familie.

Op weg naar het huis van haar grootouders komen we door de straat waar haar vader in de oorlog ondergedoken zat om te ontkomen aan de arbeidsinzet. Ook dat is geen onderwerp dat ooit ter sprake is gekomen. In mijn moeders familie werd nooit gesproken over nare dingen. Ziekte, armoede, dood en oorlog, daar werd over gezwegen. En dus zweeg mijn moeder ook. Niet omdat ze dat wilde, maar omdat ze niet anders gewend was.

De woorden blijven in de lucht hangen en het is net alsof haar overleden familieleden ineens zichtbaar zijn voor ons allemaal

Bij haar ouderlijk huis bellen we aan. Er woont nu een Iraans kunstenaarsechtpaar; de man en vrouw nodigen ons direct uit op de thee. Voorzichtig loopt mijn moeder door het huis. Hetzelfde parket ligt er nog, dezelfde tegels in de gang. Ze wijst aan waar ze sliep en tekent met haar vingers in de lucht de schuifdeuren die vroeger de voor- en achterkamer van elkaar scheidden. Op het dakterras, vroeger vol bloemen, herinneren alleen de verweerde houten vlonders aan haar jeugd.

Hier zijn honderden foto’s van haar gemaakt, altijd buiten poserend omdat haar ouders wel een fototoestel hadden, maar geen flits. Ik vraag de Iraniër of hij met mijn moeder op de foto wil. Door zijn ogen zie ik haar ineens staan, helemaal alleen op dat grote lege terras vol herinneringen. Liefdevol slaat hij zijn arm om haar heen.

Binnen vraagt hij aan mijn moeder of het huis kleiner is dan ze zich herinnert. ‘Ik zie mijn ouders en mijn broer hier,’ zegt ze in het Engels. De woorden blijven in de lucht hangen en het is net alsof haar overleden familieleden ineens zichtbaar zijn voor ons allemaal. Bij het afscheid wordt mijn moeder door de twee Iraniërs innig omhelsd.

‘Ik herinner me heel onbenullige dingen,’ zegt ze, wanneer ze me daarna haar lagere school, het huis van haar vriendin Betty en het strand laat zien waar ze als kind naartoe ging. Maar hoe onbenullig de details volgens haar ook zijn, alles is aanleiding voor een mooi verhaal.

We eindigen de dag met een glaasje port in café De Posthoorn aan het Lange Voorhout. Een oud journalistencafé waar haar grootvader, die bij de Haagsche Post werkte, vaak kwam. Ik google ter plekke zijn naam en ontdek dan toevallig een stamboom van mijn moeders familie. In de zeventiende eeuw naar Den Haag gekomen, toen nog onder de familienaam De Bourgignon de Genève. We proosten op de ontdekking dat we vroeger Zwitsers waren met een idiote lange achternaam. Zelfs dat hadden we nooit ontdekt als we niet op reis waren gegaan naar haar verleden. Gewoon omdat er in het dagelijks leven geen aanleiding voor bestaat.

Nu vormt alles een aanknopingspunt om uit te zoeken wie mijn moeder is; waar ze vandaan komt, hoe ze leefde. ‘Het leuke,’ zo vertelt ze, ‘is dat ik wel vaker langs de plekken uit mijn jeugd loop – maar dan ben ik altijd op weg ergens naartoe. Nu heb ik een excuus om ongegeneerd voor een pand te gaan staan, er aan te bellen en om in mijn hoofd terug te gaan in de tijd.’

Mijn moeder is dolblij met haar cadeau, al heeft ze daar wel negen uur voor door de stad moeten lopen. En als gulle gever heb ik misschien wel net zo genoten als zij. Het geheugen is als een schoenendoos met losse foto’s. Mijn moeder toont ze in willekeurige volgorde en verbindt ze met een doorlopend verhaal. Dat doet ze met verve en alles wat ze vertelt, wordt direct geïllustreerd door het bijpassende beeld.

Het huis van haar jong overleden broer; de wijk waar ze met mijn vader woonde; de straat waar ik net niet werd geboren. Dat de slagerij waar ze als kind kwam nu een tattoo-shop is en in de bakkerij waar ze werkte geen moorkoppen, maar inmiddels sportschoenen worden verkocht, doet daar niets aan af. Wie naar het verleden kijkt, kijkt overal doorheen.

Had ik mijn moeder een nieuwe zonnebril gegeven, of zeventig rozen, dan had het overhandigen niet meer dan een paar minuten geduurd. Nu geef ik iets wat negen uur zijn charme houdt. En langer. Want eenmaal thuis geniet ik na van de fijne dag en realiseer ik me dat ook mijn leven afhankelijk is geweest van duizenden kleine beslissingen uit mijn moeders jeugd. Als mijn vader niet was teruggekomen uit Canada, was ik er niet geweest. Maar als mijn moeder haar kunstenaar niet zo hardvochtig voor hem aan de kant had geschoven, dan evenmin. Of als mijn opa wél naar Duitsland was gebracht, wie weet hoe mijn moeders leven dan was verlopen.

Net wanneer ik me dat realiseer, stuurt ze me een tekstberichtje. Dat ze het een geweldig cadeau vond en een onvergetelijke dag. Haar conclusie: ‘Je had dus ook kunnen afstammen van een bekende voetballer met aan moeders kant bourgondische adel. Het kan raar gaan in het leven.’

Meer lezen

Extra vrije dag nodig? Misschien kun je er eentje van je collega cadeau krijgen.