We ‘denken’ de hele dag door. Maar denken: wat is dat eigenlijk?

Het is de enige weg naar een betekenisvol leven

Toen ik jong was, was ik ervan overtuigd dat ik geen gedachten had. Achteraf een beetje naïef natuurlijk, maar ik was écht in de veronderstelling dat mijn hoofd leeg was, tenzij ik er actief gedachten in plaatste. Inmiddels is dat wel anders, en zou ik juist af en toe gewoon een pauze van het denken willen omdat mijn hoofd anders ontploft. Maar denken, wat is dat eigenlijk?

Volgens filosoof John Dewey, die het boek ‘How we think’ schreef, bestaan er verschillende soorten gedachten. De eerste soort zijn de gedachten die je onmogelijk kunt stoppen, je eerste ingevingen (en dus ook vooroordelen). Die krijg je bijvoorbeeld als je iemand over straat ziet lopen en denkt: ‘Wat heeft die leuke kleren aan!’ Maar óók als je ‘s ochtends wakker wordt en je te binnen schiet dat je vandaag een deadline hebt. Daar kun je niets aan doen, zelfs niet als je dat zou willen, maar het is wel de start van een denkproces.

Denken is een actie

De tweede soort is al actiever en is meer een soort van associatie: het verbindt ‘wat er niet is met wat we voor ons zien’. Op deze manier kunnen we dingen die we niet snappen, toch verbinden aan dingen die we al wel kennen. Dat is bijvoorbeeld handig als we nieuwe dingen leren, die in bepaalde aspecten toch altijd ergens anders op lijken.

Daarnaast is er nog een vorm van gedachten die we voornamelijk zelf in werking stellen: de reflectieve gedachten. Volgens Dewey is dit de meest ‘wijze’ manier van denken, omdat deze gedachten ons in staat stellen om dingen te begrijpen die eigenlijk ongrijpbaar lijken. Reflecteren is een vorm van denken die het meest op een actie lijkt. Je gaat actief terug naar iets wat je eerder misschien passief of onbewust hebt meegemaakt, om daar alsnog een betekenis aan toe te kennen. Reflectie zou zelfs de enige weg naar een betekenisvol leven zijn; dat is waarom we soms even een pauze moeten nemen om terug te kijken.

Orde in de chaos

Het nut van gedachten zit ‘m dus in die betekenisgeving. Volgens Dewey heeft dat te maken met de begrippen oikos (thuis) en kosmos (het harmonieuze geheel). We zoeken ons thuis in de kosmos, zodat we een plek hebben die orde in de chaos schept. Gedachten helpen ons daarbij.

Meestal beginnen reflectieve gedachten dus pas als we vastzitten in chaos – of we nu gefrustreerd zijn omdat we onze sleutels kwijt zijn of dat we ons zorgen maken over grotere zaken in de wereld. Maar we denken ook als we grote dromen hebben die we willen bereiken. Zulke momenten, waarop we ons realiseren dat we stappen moeten ondernemen om verder te komen, zorgen er volgens Dewey voor dat we ‘wakker worden uit onze staat van passiviteit’. Eigenlijk hebben we geen andere keuze dan denken.

Vooruitgang

Denken is, in de meeste gevallen, dus een proces dat we actief moeten beoefenen. Waar de eerste twee soorten gedachten niet echt initiatief van ons nodig hebben, geldt dat wel voor reflectieve gedachten. En het denken van die laatste soort is de enige manier om dingen te begrijpen, betekenis te geven, nieuwe ideeën te genereren en vooruit te komen. Met andere woorden: het kan dus nooit zo zijn dat mijn 8-jarige ik geen gedachten had, want dan was ik nooit gekomen waar ik nu ben – maar dat wist ik inmiddels natuurlijk allang.

Hoewel denken soms vervelend en vermoeiend lijkt, is het dus vooral ontzettend nuttig. En nu je weet dat je zelf het initiatief neemt tot reflectieve gedachten, kun je misschien ook een manier vinden om ze uit te zetten als je ligt te piekeren in bed. Laat je ons dat trucje dan weten?

Meer Bedrock

Egoïsme komt door te veel nadenken (in essentie is iedereen stiekem gewoon aardig).