Sophie Golbach
Sophie Golbach Mind 8 jan 2022

Autisme op de werkvloer: antwoord op belangrijke vragen

In Nederland is 54 procent van de mensen met autisme werkeloos. Werkgevers zien autisme soms als een risico, zij gaan ervan uit dat mensen met psychische problemen het werk niet aankunnen. Stigma’s en vooroordelen moeten weggenomen worden, want werknemers met autisme kunnen waardevolle eigenschappen hebben. Afhankelijk van de persoon zijn ze trouw, secuur of gemotiveerd.

Zelf kreeg redactiestagiaire Sophie Golbach in 2019 de diagnose autisme, wat de interesse in het onderwerp wekte. In deze vijfdelige serie duikt ze in het onderwerp autisme. Eerder schreven we al over wat autisme precies is en waarom we het bij vrouwen minder herkennen.

Net zo goed als iedereen, hebben mensen met autisme ook een baan nodig. Met dit artikel hopen we voor meer duidelijkheid te zorgen over autisme op de werkvloer.

Wat mensen moeten weten over autisme op de werkvloer, vroegen we aan Alida Stukker, voormalig loopbaandeskundige bij het Leo Kannerhuis en praktijkondersteuner huisarts bij Medisch Centrum Nijmegen, en aan Marjolein van Mierlo, loopbaancoach bij haar praktijk Vaaia Coaching.

Waar moeten mensen op de werkvloer rekening mee houden?

“Het behouden van werk is wel een extra uitdaging voor mensen met autisme”, vertelt Marjolein. “Maar hoe moeilijk het behouden van werk dan precies is, hangt echt af van de persoon”, benadrukt Alida. “Autisme is een spectrum. Hoe iemand functioneert, hangt af van veel factoren, zoals zijn of haar achtergrond en omgeving. En dat geldt ook voor de werkvloer.”

Wat is autisme eigenlijk? We spraken met twee deskundigen

Volgens jobcoach en loopbaancoach Marjolein is de omgeving op de werkplek heel belangrijk. “De mensen die ik help, zijn vaak moe of overprikkeld.” Er zijn volgens Marjolein een paar dingen die een werknemer met autisme al kan helpen om hun baan te behouden. Niet alleen is dat goed om te weten voor mensen met autisme, maar ook voor hun baas en collega’s.

“Dat is bijvoorbeeld een rustige omgeving waar iemand zich kan terugtrekken”, vertelt Marjolein. “Mensen kunnen last krijgen van prikkels in een drukke ruimte met veel mensen, maar ook als ze net naast een vervelend tikkende klok of printer zitten. Het helder krijgen wat je takenpakket is, of je voldoende structuur in je werk kan aanbrengen en hoe je omgaat met je collega’s kan ook helpen. Small talk is voor sommigen lastig.”

Volgens Alida is dit belangrijk: “De omgeving moet zich bewust zijn van wat de collega met autisme nodig heeft. Vraag je af wat voor iemand diegene is, wat diens vaardigheden zijn en in wat voor sfeer diegene het beste tot zijn recht komt.” Marjolein vult haar aan: “Misschien denkt men dat zij voor werknemers met autisme hele grote aanpassingen moeten maken. Dat is niet altijd zo. Je moet kijken naar wat bij de persoon past.”

Waarom autisme bij vrouwen minder goed wordt herkend

Het is goed dat er duidelijk wordt gemaakt dat je niet alle mensen met autisme over één kam kan scheren. Zelf doe ik mijn stage hier bij Bedrock geheel vanuit huis, waardoor ik een stille werkplek heb. Op een kantoor zou ik het fijn vinden om muziek te luisteren om andere dingen niet te horen.

Aanpassingen

Dat grote aanpassingen niet altijd nodig zijn, geldt ook voor Cor Jongejeugd. Cor werkt bij ABN AMRO en sinds 2014, een paar jaar na zijn diagnose, is hij daar ook Autisme Ambassadeur. “Wat ik graag wil, is heel simpel te regelen en het kost ook niks. Vaak zie je dat mensen nu geen vaste werkplek meer hebben, maar ik wilde dat wel graag.”

“Om duidelijk te maken wat mijn plek is, zet ik daar een gezinsfoto neer. Dan ziet iedereen dat. En mijn collega’s zijn daar ook wel actief in. Als ik bijvoorbeeld een halve dag werk of later binnenkom, dan laten ze een andere collega wel weten dat die daar kan zitten tot ik er ben.”

Waarom de aanspreekvorm van autisten belangrijk is

Cor vertelt: “Ik mag ook op iets flexibelere werktijden werken. Ik werk niet standaard van negen tot vijf of van maandag tot en met vrijdag. Sinds corona doen meer mensen dat, bijvoorbeeld eens van dinsdag tot zaterdag werken als dat beter gaat. Maar ik deed dat daarvoor ook al.”

Onbegrip

Cor’s autisme was wel zichtbaar op de werkvloer, natuurlijk ook voor zijn diagnose. Maar waardoor dat kwam, begreep hij toen nog niet. Na zijn diagnose begon dat begrip te komen. “Ik had best moeite om met mijn collega’s en manager samen te werken. Ik was erg in mezelf gekeerd en wilde alles zelf doen, overal de controle over behouden. Anders werd ik onzeker.”

Cor vertelt: “Ik begreep ook niet waarom collega’s kritisch waren over het feit dat ik zo op mezelf was. Ik leverde toch goed werk? Als ik een opdracht kreeg ging ik aan de slag, maar ik begreep niet dat mensen tussendoor ook wilden weten hoe het daarmee ging. Dat ik daar niet over communiceerde, stond drie jaar op rij in mijn beoordelingsgesprek.”

Vertel je wel of niet over je autisme?

Je kan je dan afvragen; vertel je op je werk wel of niet over je autisme? Aan beide beslissingen zijn voor- en nadelen verbonden. “Meestal is het gunstig als mensen het weten, maar de voordelen van het vertellen hangen af van de collega’s en werkgever”, zegt Alida.

Werkgevers vinden het wel fijn om van je autisme af te weten. “Als er iets fout gaat en collega’s komen er dan achter dat je autisme had, dan kunnen ze soms zeggen dat het anders was gegaan als ze het hadden geweten“, volgens Alida.

Benieuwd naar je onbewuste vooroordelen? Doe de test!

Over het nadeel zijn loopbaancoaches Alida en Marjolein het eens. “Je krijgt misschien een soort stempel, of mensen kijken anders naar je”, zegt Marjolein. Toch denkt Alida wel dat mensen het over het algemeen fijn vinden om te weten.

Gemengde reacties komen voor, maar over het algemeen was het voor Cor positief. “Sommige collega’s vroegen hoe wij elkaar konden helpen, zodat het team goed kon blijven functioneren. Anderen hadden al wel snel door dat ze met mij anders moesten omgaan en vonden het fijn dat ze wisten waarom.”

Of je het wel of niet vertelt van je autisme, ook bij het solliciteren, is volgens Cor een persoonlijke keuze. “Als ik het vertel leg ik de nadruk op mijn sterke kanten. De mindere kanten weten ze al. Een gevaar van niet vertellen is dat mensen hun eigen invulling gaan geven aan waarom jij bent zoals je bent.”

We zijn niet onze psychische problemen; dit zijn 22 mensen áchter de labels

Met dit in mijn achterhoofd heb ik voor het begin van mijn stage wel verteld dat ik autisme had, omdat dat volgens mij voor zowel mij als de stageplek fijn is.

Tips voor werknemers en collega’s

Waar kunnen werknemers met autisme zelf nog meer op letten? Volgens Marjolein: “Iemand heeft soms tijd nodig om te schakelen. Als je collega een vraag heeft terwijl je net met een taak bezig bent, kan je best zeggen dat je over vijf of tien minuten antwoord geeft. Houd bijvoorbeeld ook taken die op elkaar lijken bij elkaar.”

Daarnaast is een tip voor collega’s volgens Alida dat je niet te voorzichtig hoeft zijn met vragen waarom iemand iets doet. “Over het algemeen vindt je collega met autisme het fijn als je ze direct benadert. Wees open. Indirecte vragen vinden mensen met autisme vaak lastig aan te voelen.”

Ten slotte heeft Cor deze tip voor de collega’s: “Ga in gesprek en luister naar wat de werknemer met autisme nodig denkt te hebben. Probeer dat niet in te vullen. Denk bijvoorbeeld niet: jij hebt autisme, dus dan zal je wel een aparte ruimte nodig hebben.”

Zo maak je je eigen mentale gezondheid bespreekbaar

Je las al dat sommige mensen met autisme small talk en subtiele vragen lastig vinden. Hoe zal dat dan gaan met daten? Blijf lezen en je ontdekt het in het vierde artikel: autisme en daten.

Reageer op artikel:
Autisme op de werkvloer: antwoord op belangrijke vragen
Sluiten