Waarom angsten niet altijd te relativeren zijn (en hoe je er dan toch mee omgaat)

Mathilda Verwoerdt 12 jan 2019 Mind

“Leuk hè, tante Til?”, zegt mijn neefje. Met zijn handen tegen het raam kijkt hij vol bewondering naar de vliegtuigen die klaar zijn om op te stijgen. “Heel leuk”, weet ik er met moeite uit te stamelen. Ik doe mijn best om niets te laten merken aan het jongetje van 3 jaar oud. Maar één stapje dichterbij en hij kan mijn hart als een razende horen bonzen in mijn keel. Ik ben bang. Doodsbang. We stappen zo zelf in een vliegtuig en wat als ‘ie neerstort? Wat als we er allemaal aan gaan?

De kans dat een vliegtuig neerstort, is vrij klein. Statistisch gezien, is de kans 1 op 3,2 miljoen dat het vliegtuig waarin jij zit neerstort of een ander ongeluk krijgt. Toch hebben 1 op de 3 mensen last van vliegangst. Ik ook. Ondanks dat ik weet dat de kans dat ik de maandelijkse trekking van de staatsloterij win nog groter is (1 op 2,6 miljoen), wat dus nooit gebeurt, heb ik toch die angst.

Onderliggende angsten

Net als andere angsten, heeft ook vliegangst vaak een onderliggende angst. Bijvoorbeeld dat je bang bent voor afgesloten ruimtes of het feit dat je geen controle hebt over de situatie (mijn geval). Een auto is laag aan de grond en bestuur je zelf, waardoor je daar misschien geen problemen mee hebt. Terwijl de kans veel groter is dat je met de auto een ongeluk krijgt dan met een vliegtuig. Maar door die onderliggende angsten, is relativeren een lastige opgave. De angsten zitten veel dieper en hebben daardoor de vrije loop en worden alleen maar erger.

Negatief denkbeeld

Er zijn ontelbare angsten waar je last van kunt hebben. Denk aan de angst voor dingen die zouden kunnen gebeuren, zoals een ongeluk. Maar ook kritiek die je kunt ontvangen op het werk. Een heftige spinnenfobie, angst voor de lift staan of misschien is de nooduitgang wel het eerste waar je naar zoekt bij een drukbezocht concert.

Wat je angst ook is, ze hebben allemaal één ding gemeen: het is een negatief denkbeeld. Een denkbeeld dat je om moet zetten in iets positiefs en dat je moet relativeren. Door de feiten op een rijtje te zetten, merk je dat je angst vaak niet realistisch is. Als je dit doet, dan neemt de angst af, word je weer langzaam rustiger en kun je meer genieten van het moment.

Waarom angsten niet altijd te relativeren zijn

Maar dat is een typisch gevalletje ‘makkelijker gezegd dan gedaan’. Relativeren lukt gewoon niet altijd. Bij mij lukt het uiteindelijk soms wel op het moment zelf, maar als zo’n zelfde situatie nog eens voorkomt, ben ik weer terug bij af en tóch weer bang ondanks dat ik mezelf de vorige keer zo gerust heb gesteld.

De reden dat relativeren niet lukt, kan ook komen door stress. Doordat je hoofd vol stress zit, ben je al onrustig en is het dus extra lastig om jezelf rustig te krijgen. Maar meestal is de oorzaak dat je zelf bepaalde overtuigingen hebt, waardoor je de feiten die je jezelf vertelt eigenlijk niet helemaal gelooft. Je probeert jezelf stressvrij te maken met realistische overtuigingen, maar jouw eigen overtuigingen zitten zo diep geworteld, dat je (irreële) angsten het winnen van de werkelijkheid.

Tijd om niet meer bang te zijn: een simpele oefening om angsten te overwinnen

Confirmation bias it is

Het is – al dan niet onbewust – een probleem van de confirmation bias. Oftewel: de neiging om meer aandacht en waarde te hechten aan de informatie die je eigen ideeën of hypotheses bevestigen. Tegelijkertijd heb je ook de neiging om juist minder aandacht te besteden aan de informatie die jouw eigen ideeën tegenspreekt.

Als jij bijvoorbeeld bang bent om te vliegen (oh hi, lotgenoot), dan trekken mediaberichten over dit onderwerp jouw aandacht. Je leest de overhypte mediaberichten over vliegtuigcrashes, een motor in brand, bommeldingen, vliegtuigkapingen… you name it. Deze berichten blijven je bij. Hierdoor raak je overtuigt dat de kans groot is dat dit kan gebeuren. Alle miljoenen keren dat vliegen goed is gegaan vergeet je; daar wordt niet over geschreven en doet er niet toe. Zo worden jouw denkbeelden bevestigd en winnen deze het van de werkelijkheid.

Omgaan met angsten

Het is dus niet gek dat relativeren niet altijd lukt. Maar met de angst blijven zitten, wordt ook niemand beter van. Gelukkig is relativeren te leren. Dit kan door mindfulness en meer in het ‘nu’ te leven. Ook kun je jezelf de vraag stellen of je op dit moment iets kunt doen aan ‘het probleem’. Zo niet, (waarschijnlijk), kun je leren de situatie te accepteren en het los te laten.

Het helpt ook om ervoor te zorgen dat ontspanning wint van de angst. Probeer bijvoorbeeld een interessant boek te lezen. Wat mij erg helpt is om erover te praten met degene die bij me is. Deze persoon stelt me dan gerust. Daarnaast zorgt gezellig kletsen ook voor afleiding. Doordat je in gesprek bent, heb je minder ruimte om diep in gedachte te verzinken en jezelf nog banger te maken.

Kom vooral je angsten onder ogen

Positief denken is van belang om om te gaan met je angsten. Stel je bent heel bang voor kritiek dat je gaat krijgen op het werk, omdat je een gesprek hebt, in plaats van dan te denken: ‘ik doe het slecht, ik word vast ontslagen’. Kun je ook denken: ‘ik krijg vast wat kritiek, maar daardoor kan ik mezelf beter ontwikkelen en doe ik mijn werk hierna juist beter’. Door je mindset te veranderen, worden dingen minder eng.

Daarnaast is het belangrijk dat je je angsten nooit uit de weg gaat. Als je de dingen waarvoor je bang bent ontwijkt, wordt de angst alleen maar erger. Als je angst hebt voor de lift en je gaat nooit met de lift, dan wordt die angst groter. Maar als je 100 keer met de lift gaat, zul je zien dat de lift in al die keren geen één keer vast blijft hangen. Daardoor word je minder bang.

Dus doe vooral juist de dingen waar je bang voor bent, ook al bonst je hart – net als mijn hart voordat ik instap in een vliegtuig – razendhard in je keel. Uiteindelijk word je er alleen maar beter van.

Meer over omgaan met angsten

Reageer op artikel:
Waarom angsten niet altijd te relativeren zijn (en hoe je er dan toch mee omgaat)
Sluiten