Iemand leuk vinden, hoe werkt dat in je brein?

Liefde en vriendschap zijn neurologische processen

Aantrekkingskracht lijkt soms onverklaarbaar. De één vinden we wel leuk, de ander totaal niet – en dat terwijl we er vaak niet eens een reden voor kunnen geven. Hoe komt het dat je soms meteen een aantrekkingskracht voelt als je iemand ontmoet? Je ziet iemand, en het klikt gewoon meteen. Dat hoeft niet eens altijd romantisch hoeft te zijn, maar kan ook bij vrienden of collega’s. 

Zo lang er een redelijke kans is op een bepaalde relatie in de toekomst, pikken we onze gevoelens van affectie op. Het voelt dus wel alsof al die emoties vanuit je hart komen, maar ook je brein heeft veel invloed op het proces van iemand leuk gaan vinden.

Sociale beloning

Het proces van iemand leuk vinden, heeft te maken met bepaalde beloningssystemen in het brein. Als je je op de één of andere manier tot iemand aangetrekken voelt, worden deze gevoelens van beloning groter. Onderzoekers aan de Columbia University hebben gekeken naar hoe het precies komt dat het proces van iemand leuk vinden en leuk gevonden worden, zo goed voelt.

Uit het onderzoek bleek dat vooral de ventromediale prefontale cortex en het corpus striatum oplichten tijdens hersenscans, als er sprake is van sociale beloning. De ventromediale prefontale cortex reguleert onder andere emoties – deze noemen we voor het gemak de emotieregulator. De corpus striatum houdt zich bezig met de motorische activiteit, dus die noemen we even de sportcoach.

Deze emotieregulator en sportcoach worden actiever als we iemand leuk vinden. Logisch ook, want de emotieregulator is actief als er beloning komt en de sportcoach let vooral op het feit of iemand geschikt is als potentiële partner. De sportcoach neemt dus vooral de praktische, evolutionaire rol op zich, de emotieregulator vanzelfsprekend het emotionele deel. Aantrekkingskracht is een combinatie van beide.

Dit vind je vast ook leuk: Waarom millennials ‘de ware’ niet kunnen vinden.

 

Feedback loop

Natuurlijk heeft de ander precies dezelfde processen als hij of zij jou ook leuk vindt. Ook dat is cruciaal in het proces, want dat zorgt natuurlijk deels voor de beloning. Als mensen weten ze elkaar leuk vinden, wordt de relatie dan ook nog veel intenser. Dit noemen we ook wel dyadic reciprocity, eigenlijk een soort feedback loop. Hoe leuker we iemand vinden, hoe leuker die persoon ons vindt, hoe leuker we hem of haar weer vinden en ga zo maar door. Hier zijn wel uitzonderingen op, bijvoorbeeld als affectie gevoelens van angst opwekt; dat kan een afstand creëren in relaties.

Elkaar leuk vinden is dus enorm belangrijk in elke goed functionerende relatie, of dit nou vriendschappelijk, romantisch of zakelijk is. Zodra je in een positieve feedback loop zit, kan het alleen maar beter worden. Maar dat neemt niet weg dat je iemand meteen niet meer leuk vindt zodra dat niet wederzijds is. Je mate van interesse in het begin, voorspelt namelijk ook de ‘leuk vind-gevoelens’ in een latere fase – zelfs nadat de ander precies zegt hoe hij of zij zich over jou voelt.

Het komt er dus op neer dat we er zelf vrij weinig invloed op hebben: je kunt niet kiezen wie je leuk vindt. Door de wisselwerking van zowel je eigen grijze massa als die van een ander, gaat de relatie compleet zijn eigen leven leiden. Liefde en vriendschap voelen dan wel magisch, maar zijn vooral neurologisch processen – hoe stom dat misschien ook klinkt.