Waarom woede nutteloos is (en ruimhartigheid de toekomst heeft)

Wat we kunnen leren van Ghandi, Martin Luther King en Nelson Mandela

Natgeregend worden. Een huisgenoot die de weg naar de afwasmachine niet weet te vinden. Een mede-fietser die je afsnijdt op maandagochtend. Überhaupt maandagochtend. Over het algemeen hoeft er weinig te gebeuren om ons in woede te laten uitbarsten. Nu zijn dit natuurlijk redelijk triviale voorbeelden. Er zijn veel ernstigere vormen van onrecht waar we boos om kunnen worden. En dat doen we dan ook veel en vaak. Stop daarmee, zegt wereldberoemd filosofe Martha Nussbaum, want al die woede heeft geen enkele zin.

Zeker politiek gezien lijkt woede inmiddels een recept voor succes, of in ieder geval bepaalt het sterk de politieke agenda. Kiezers zijn ergens boos over en degene die het hardst roept de oplossing te hebben (hoe flinterdun of zelfs onmogelijk die oplossing ook is) wint, of zo lijkt het. In een wereld die bol lijkt te staan van de woede-explosies is Martha Nussbaum een filosoof met een tegendraadse visie. Woede was misschien ooit nuttig, maar inmiddels wordt het veel te belangrijk gemaakt. Wat hebben we nu eenmaal écht aan zo’n kort lontje? Helemaal niks, schrijft ze in haar boek ‘Woede en vergeving.’ Dat die filosofie een welkome is, moge duidelijk zijn nu ze haar boek promoot met een internationale tour. Zondagavond stond ze op uitnodiging van The School of Life in een bomvolle Westerkerk om uitleg te geven over haar boek.

Historisch gezien werd woede lang gezien als handig signaal dat er iets of iemand onrecht aan was gedaan. Al van jongs af aan wordt ons daarom geleerd duidelijk te maken welke emoties we voelen. Kinderen (en dan vooral jongens) worden gestimuleerd hun boosheid te uiten. Woede wordt gezien als iets goeds, krachtigs en mannelijks. Maar, zegt Nussbaum, woede (en de daaruit voorkomende rancune en vergeldingsdrang) heeft haar nut allang verloren. De invoering van het rechtssysteem heeft het immers juist mogelijk gemaakt ons te laten leiden door zorg en liefde. Want, zoals op de achterflap van haar boek staat te lezen, ‘of een voorval is zo misdadig dat we het aan het recht overlaten, of het is triviaal – en waarom zouden we in dat geval boos worden en op wraak zinnen?’

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Bovendien is woede een hele slechte raadgever, zegt ze. Woede is volgens haar een ‘normatief problematische’ emotie: gericht op status. Iemand is boos omdat hij/zij het gevoel heeft dat zijn/haar status en aanzien is aangetast en niet zozeer om het onrecht zelf. Daardoor staat de woede in de weg van het oplossen van onderliggende, ingewikkeldere emoties. Door boos te zijn geven we ons het gevoel dat we in control zijn, terwijl we dat eigenlijk niet voelen.

Laat je leiden door ruimhartigheid, liefde en gerechtigheid in plaats van woede en wrok

Raadt ze dan aan om altijd te vergeven? Nee, ook niet. Vergeving impliceert namelijk een soort morele superioriteit. Het veronderstelt dat de boosdoener alleen middels schulderkenning en nederige excuses de hernieuwde goedkeuring van degene die woede voelt kan verdienen. Ook dit komt voort uit een plaats van woede en wrok. In plaats daarvan pleit Nussbaum ervoor om ons te laten leiden door ruimhartigheid, liefde en gerechtigheid.

Om haar punt te illustreren haalt ze drie historische figuren aan: Ghandi, Martin Luther King en Nelson Mandela. Allen gingen zij op een opvallende manier met woede in hun politieke leven om. Eerst is daar Ghandi, die zowel woedeloosheid als geweldloosheid bepleitte. Een standpunt waar Nussbaum het zelf niet mee eens is, benadrukt ze in de Westerkerk. Op bepaalde vormen van kwaad (denk in de categorie: IS/Hitler) is geweld het enige mogelijke rationele antwoord (maar dan alsnog dus geen emotioneel antwoord uit woede).

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Dat brengt haar bij het volgende historische figuur: Martin Luther King. Ze spreekt uitgebreid over zijn ‘I have a dream’-speech. Hij is niet zonder woede, zoals Ghandi was. In zijn speech is zijn woede over de racistische misstanden in de Amerikaanse samenleving ook duidelijk te horen. Maar hij zet zijn woede niet om in rancune of vergeldingsdrang. Ook eist hij geen excuses of nederigheid van de blanke Amerikanen. In plaats daarvan brengt hij een boodschap van hoop en richt hij zich op de toekomst. Hij schetst een beeld waarin zowel blanke als zwarte Amerikanen samen streven naar gerechtigheid.

Als laatste haalt ze Nelson Mandela als voorbeeld aan, de politicus waar ze het meest lovend over is. Hij had immers alle reden om woedend te zijn, maar zag in dat wrok en vergelding slechte drijfveren voor een leider waren. Woede vond hij nutteloos, irrationeel en dwaas. Hij had door dat ruimhartigheid veel lonender was en uiteindelijk altijd zou leiden tot gerechtigheid en waarheid. Hij wist toentertijd niet zeker dat het zo zou werken. Wij weten dat inmiddels wel.

Meer lezen?

Hoe empathie de wereld kan veranderen

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.