Hoe een mansplaining-meme me aan het denken zette (ben ik wel feministisch genoeg?)

Joanne Wienen 18 mei 2017 Mind

Wanneer mannen mij minzaam dingen proberen uit te leggen die ik al weet, haal ik mijn schouders op en ga ik weer door met mijn leven. Is dat oké of ben ik het naïeve resultaat van eeuwenlang seksisme?

Eens in de zoveel tijd laait de discussie over feminisme en seksisme en wat dat anno 2017 precies inhoudt weer op. Bijvoorbeeld als actrice Emma Watson besluit topless op de foto te gaan voor een modeblad (want: ‘kan dat wel als zelfverklaard feminist?’). Of als Kim Kardashian onder het mom van feminisme een naaktselfie plaatst op Instagram (wederom: ‘kan dat wel?’). Als een zekere president zich schuldig maakt aan Locker Room Talk (grab ’em by the pussy’). Of als een columnist merken oproept niet meer te adverteren op platforms waar ook blote vrouwenbillen als recensiemateriaal worden gebruikt (Dumpertreeten-gate).

Na zo’n relletje volgen altijd een hele reeks columns, tweets en artikelen over feminisme en seksisme waarin over het algemeen veel geroepen wordt, weinig genuanceerd en de opgeheven vinger overuren maakt. Ik ben een vrouw en zou me door dit soort discussies dus aangesproken moeten voelen. Het gaat immers ook over mij. Toch voel ik nooit de behoefte me hierin te mengen. Wat dat betreft ben ik meer het type ‘schouders-ophalen-en-weer-doorgaan’ dan het type dat zich geroepen voelt om óók een duit in het publieke meningenzakje te doen (waar ik me nu dus toch toe heb laten verleiden, ha).

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Ik wil het namelijk eens hebben over nog zo’n populaire term die in veel van deze discussies valt: ‘mansplaining’. Voor degenen die niet weten wat dit precies inhoudt: dit woord is een samentrekking tussen de woorden ‘man’ en ‘explain’ en dook omstreeks 2010 voor het eerst op. De term verwijst naar de situatie dat iemand iets op een minzame wijze uitlegt, terwijl de toehoorder zelf net zo goed of misschien zelfs beter weet hoe iets zit. En dat schijnen mannen dus heel vaak te doen in gesprekken met vrouwen.

Dat is irritant, omdat die mannen er doorgaans vanuit gaan dat zij wél weten waar ze het over hebben en de vrouw niet. Denk: een automonteur die een vrouw uitgebreid gaat uitleggen waar het water en de olie in moet, terwijl zij al ruimschoots heeft aangegeven dit sinds jaar en dag op die manier te doen. Nog leuker wordt het als mannen dingen uit gaan leggen op het eigen werkgebied van de vrouw in kwestie of ‘vrouwenzaken’ als abortus, zwangerschap en vrouwelijke seksualiteit. Het is dankbaar materiaal voor een eindeloze stortvloed aan memes (hier zie je bijvoorbeeld een paar pareltjes op Buzzfeed).

Ik ken ook genoeg vrouwelijke betweters. En die vind ik óók gruwelijk irritant

Nu is dit irritante uitleggen natuurlijk niet alleen voorbehouden aan het mannelijk geslacht. Ik ken ook genoeg vrouwelijke betweters. En die vind ik óók gruwelijk irritant. Dat erkent ook de Amerikaanse schrijfster en feminist Rebecca Solnit in haar essay ‘Men explain things to me’. Ze schrijft: “Natuurlijk, mensen die op feestjes langdurig uitweiden over futiliteiten of complottheorieën zijn van beide geslachten, maar het ongebreidelde, confronterende zelfvertrouwen van volkomen onwetenden is in mijn ervaring geslachtsbepaald. Mannen leggen me altijd alles uit, mij en andere vrouwen, ongeacht of ze weten waar ze het over hebben. Sommige mannen.”

Nu kun je je afvragen. Hoe groot is dat probleem? Laat die mannen lekker uitleggen, lach erom en ga weer door met je leven. Maar volgens Solnit is het die laatdunkendheid van mannen die serieuze problemen oplevert voor vrouwen. “Het weerhoudt vrouwen ervan zich uit te spreken en van zich te laten horen, als ze dat al zouden durven, het snoert jonge vrouwen de mond door ze – zoals bij intimidatie op straat – het gevoel te geven dat dit niet hun wereld is. De laatdunkendheid van mannen die vrouwen traint in zelftwijfel en zelfbeperking en mannen sterkt in hun ongefundeerde zelfoverschatting.”

It’s a man’s world en bij de gratie van de man mag ik daar ook in leven

En dat zet dan toch aan het denken. Want ja, ook ik hou weleens mijn mond in werksituaties uit angst dat ik iets doms zal zeggen. Of omdat ik er al bij voorbaat vanuit ga dat anderen het wel beter zullen weten. Een hardcore feminist zou me in zo’n geval waarschijnlijk vertellen dat ik het resultaat ben van eeuwenlange vrouwenonderdrukking en seksisme.

It’s a man’s world en bij de gratie van de man mag ik daar ook in leven, zoiets. Waar mannen van jongs af aan worden aangemoedigd zich uit te spreken, dominant te zijn en voor zichzelf op te komen, worden vrouwen vooral gecorrigeerd als ze te dominant zijn (dan ben je ‘bazig’ of een bitch) of als ze te veel plek innemen. Letterlijk (zie je ooit een vrouw wijdbeens zitten zoals een man dat doet?) en figuurlijk (een grote bek hebben is niet vrouwelijk).

De Amerikaanse journaliste Keziah Weir schreef hierover: “Raised on the girl-power feminism of the ’90s—Spice Girls, The Vagina Monologues, Hermione Granger, Daria—my friends and I didn’t think we needed feminism. We thought the battle for women’s rights had already been won. (…) But then, in Men Explain Things, I read about Solnit, six or seven or nine books into her career and still having her own thoughts explained back to her by men.”

“In the same collection, I read her trenchant take on FBI whistle-blower Coleen Rowley, who issued pre-9/11 warnings about Al Qaeda and was ignored by her mostly male colleagues. I read about how an unnamed American university responded to campus rapes by telling young women to stay inside after dark. I started to wonder: Why do I gravitate toward books by male authors? Why hasn’t it bothered me that my academic mentors were exclusively men? Why do I feel competitive with my female classmates (and, later, colleagues) but not male? Without being conscious of it, I’d put the men in a different, more exalted category; my definition of “winning” essentially meant taking home the silver, or the bronze. The guys would land three out of four of the top jobs, and they’d dominate the conversation—whether on literature or abortion, whether at parties or in the serious matte pages of the New Yorker.”

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

In een notendop: waarom nemen vrouwen vaak al genoegen met een tweede plaats, terwijl mannen automatisch voor de eerste gaan? Ik denk dat hier wel een daadwerkelijk issue aangesneden wordt, waar ook heus over gepraat mag worden. Het probleem is: in die discussie is de nuance vaak compleet zoek.

Als een man een bepaald tegengeluid laat horen, wordt hij direct beticht van ‘mansplaining’ en seksisme. Als je als vrouw niet luid protesterend aanstoot neemt aan dingen als Dumpertreeten of uitleggerige mannen leid je meteen aan het ‘cool girl-syndroom’ (hier omschreven in de Volkskrant). In het kort komt dat erop neer dat je als vrouw steeds maar weer je grenzen verlegd om in de smaak te vallen bij mannen.

En daar zit ‘m nu juist het probleem. Ik herken me niet in het cool girl-syndroom, maar ik voel me nu eenmaal ook niet diep beledigd door blote vrouwenbillen als recensiemateriaal En als een man mij iets probeert uit te leggen wat ik zelf beter weet, vind ik eigenlijk wel komisch. Natuurlijk is het minder grappig dat ik soms mijn mond hou tijdens vergaderingen uit angst dat ik iets doms zeg, maar daar kan ik toch echt maar één iemand de schuld van geven (ikzelf dus).

Is mijn zwijgende gedrag in vergaderingen het resultaat van eeuwenlang seksisme? Wie weet. Het maakt ook niet zo heel veel uit voor mij persoonlijk. De oplossing daarvoor is namelijk heel simpel: meer zelfvertrouwen kweken en voortaan gewoon wél die mond opendoen.

Alleen dan niet om me te mengen in vingerwijzende discussies over seksisme. Daar blijf ik maar gewoon mijn schouders over ophalen.

Meer lezen?

Laten we het eens over de vermaledijde angst voor afwijzing hebben

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Hoe een mansplaining-meme me aan het denken zette (ben ik wel feministisch genoeg?)
Sluiten