Zijn we allemaal nihilistisch?

Waarom lijken we onszelf en ons eigen geluk het belangrijkste te vinden?

Afgelopen vrijdag schreef ik een artikel over het boek standpunten van Svend Brinkmann, waarin Brinkmann probeert uit te leggen waar we volgens hem zingeving uit kunnen halen in ons leven. Brinkmann is een interessante stem in de huidige tijd, omdat hij in zekere zin afwijkt van de norm. Hij ziet de waarde van psychologie (hij is zelf psycholoog) zelfreflectie en spiritualiteit, maar is van mening dat wij vaak al deze dingen als instrument gebruiken in plaats van als doel: alles in het kader van onze prestatiecultuur.

Dit idee, dat alles een meetbaar nut moet hebben (zelfs als we mediteren willen we vaak dat daar een meetbaar resultaat aan gekoppeld wordt) en dus geen doel op zich mag zijn noemt Brinkmann ‘instrumentalisme’.

Vrijheid bestaat in eerste plaats niet uit rechten, maar uit plichten Albert Camus

Eerst eens kijken hoe het komt dat we zo denken.

Waarom lijken we onszelf en ons eigen geluk het belangrijkste te vinden? Volgens Brinkmann komt dit door een ‘nihilistische’ blik op het leven.

Nihilisme is een term die aan het eind van de 19e eeuw werd geïntroduceerd door de filosoof Nietzsche (die ons in een eerder artikel al de tip gaf om je vrienden ellende toe te wensen). Veel mensen begonnen in die periode aan het bestaan van God te twijfelen en Nietzsche zag dat dit direct kon leiden tot nihilisme: de overtuiging dat het leven zinloos is, en misschien zelfs de verheerlijking daarvan. Nietzsche zelf was het hier overigens niet mee eens: hij wilde juist een antwoord vinden op het dreigende nihilisme en de consequenties daarvan.

Brinkmann beschrijft een nihilist zo: “Een nihilist is iemand die denkt te weten dat alle waarden ongefundeerd en dus leeg zijn”. Wanneer je denkt dat niets een waarde van zichzelf heeft, moet er dus een nut gevonden worden om het bestaan ervan te rechtvaardigen. Dit kan je over ‘het leven’ zeggen, maar ook over iets als liefde, kunst of natuur en ga zo maar door.

Brinkmann is, net zoals Nietzsche was, geen liefhebber van het nihilisme, en volgens hem is onze maatschappij in feite nihilistisch omdat bijna niets een doel in zichzelf mag zijn. Alles moet een nut hebben en als het geen nut heeft is het waardeloos. Dit zie je bijvoorbeeld terug in hoe de politiek naar kunst kijkt: als het geen maatschappelijk nut dient, verdient het geen steun. Ook geld vindt Brinkmann strikt genomen nihilistisch, omdat ‘de logica van geld alles op dezelfde kwantitatieve weegschaal’ legt.

Als ik Brinkmanns argumenten op mijzelf toepas merk ik dat ook ik op zijn definitie van nihilisme te betrappen ben, omdat ik veel denk in de termen van nut. Een dagelijks voorbeeld: Ik houd bijvoorbeeld ontzettend van wandelen. Maar in plaats van dat ik zeg ‘ik houd van wandelen om het wandelen,’ wil ik mijzelf er van overtuigen dat het nut heeft, voor ik het ga doen. ‘Als ik ga wandelen kan ik beter nadenken en komen er betere ideeën uit.’ Zelfs iets wat voor mij een intrinsieke waarde heeft zoals wandelen in de natuur moet ineens een praktisch nut dienen.

Overigens moet ik, goddank, bekennen dat ik niet helemaal nihilistisch ben: ik luister muziek om muziek te luisteren. Ik schrijf verhalen om verhalen te vertellen; ik heb lief om de liefde zelf en niet om het praktische nut dat het uit voortkomt.

Ik ben het er in die zin eens met Brinkmann dat onze maatschappij erg nihilistisch en op nuttigheidsdenken is ingericht, en dat wij individuele mensen er weleens aan herinnerd mogen worden dat niet alles een nut hoeft te hebben maar dat sommige dingen waardevol zijn om wat ze zijn.

Waar leidt nihilisme toe?

Volgens Brinkmann heb je twee vormen van nihilisme. Actief nihilisme, dat op de zinloosheid reageert door ‘de wereld te willen vernieten’ en een nieuwe te willen scheppen. Dit is een politiek nihilisme en uit zich in zijn pure vorm in terroristische bewegingen als bijvoorbeeld de Rote Armee Fraktion of IS. Volgens Brinkmann is de gedachte daarachter dat de kapitalistische wereld zinloos is en daarom moet worden vernietigd zodat er een (communistisch/religieus) Utopia kan worden gesticht.

Er is echter ook een passief nihilisme, dat volgens Brinkmann veel breder voorkomt onder de bevolking. Wie passief nihilistisch is probeert zich met ‘de leegte en zinloosheid’ te verzoenen door ‘de ogen te sluiten en het individu tot een eiland te maken. (…) De overtuiging dat niets buiten het zelf betekenis heeft, brengt de passieve nihilist ertoe zich te richten op de ‘innerlijke wereld,’ waar het gaat om de eigen psychologie en ontwikkeling op basis van ‘wat vanbinnen goed voelt.’

Geluk en zingeving komt in deze levenshouding dus voort uit het persoonlijke. Brinkmann is echter van mening dat er geen persoonlijke, maar ‘universele waarden’ zijn die in de kern ieder mens een gevoel van geluk en zingeving geven (zoals verantwoordelijkheid, vrijheid en liefde).

We zouden volgens hem veel beter met elkaar daar naar kunnen zoeken, dan om de blik naar binnen te richten en achter ons persoonlijke geluk aan te gaan. Persoonlijk geluk najagen zorgt volgens Brinkmann namelijk niet voor zingeving, omdat zingeving niet gelijk staat aan geluk, en zingeving kunnen we volgens Brinkmann door onze aard als mens alleen met anderen vinden.

Brinkmanns ideeën zijn alleen al interessant omdat het deels tegen de gevestigde orde in gaat, en ik ga een heel eind mee in Brinkmanns gedachten over het moderne nihilisme. Zijn boek is in zekere zin toegankelijk geschreven, maar vraagt in ieder geval voor mij om een tweede lezing voor ik kan zeggen of, en waar ik het met Brinkmann eens ben over zijn standpunten.

Meer lezen

Waarom niet alles nut hoeft te hebben.