Kan ‘positive thinking’ je leven compléét veranderen? (deel 2)

Psycholoog Marcelino Lopez legt uit

Misschien is positief denken niet zaligmakend als manier om doelen te bereiken, maar… dagdromen en fantaseren over je ideale leven maakt je vast gelukkiger, én is dat niet meer waard? (Hier lees de deel 1 van deze serie)

‘Ik zie Angelina Jolie naar me kijken, ze wil me..’

Fantaseren hoe jij je succesvolle miljoenenbedrijf uitloopt met een verliefd kijkend fotomodel naast je lijkt misschien onschuldig, het is teleurstellend wanneer het niet lukt. En die kans is aanzienlijk. ‘Mensen die fantaseren over een ideale eindtoestand haken in de praktijk sneller af bij de eerste serieuze obstakels. Je wordt er eerder perfectionistisch en faalangstig door en sneller geneigd de handdoek in de ring te gooien. En daar kun je uiteindelijk pas echt depressief en somber van raken’, aldus Psychologieprofessor Richard Wiseman.

Hij zette voor zijn boek 59 Seconds alle onderzochte zelfhulptechnieken op een rijtje. Daarin staan wetenschappelijk verantwoorde oefeningen die wel helpen om je dromen te verwezenlijken. ‘Om doelen te behalen kun je beter het proces visualiseren, niet het einddoel. Fantaseren over hoe je jouw doelen probeert te behalen, geeft je direct een idee wat je daarvoor concreet moet doen. Dat vergroot zowel je oplossend vermogen als je motivatie om aan de slag te gaan.’ Juist omdat je fantasieën nu een link houden met het echte leven kun je een bruikbare brug bouwen van wens naar werkelijkheid. En je leert anticiperen op de onvermijdelijke tegenslagen en hindernissen.

Stel dat het je doel is om gewoon iets gelukkiger te zijn en psychische klachten te verlichten, kan positief denken dan therapeutisch werken? Zoals Byrne zegt: ‘Denk tegengestelde gedachten over jezelf: denk dat je het wel kunt…’

Witte beren op de weg

Mensen die hebben geprobeerd angsten en zorgen te bezweren met positieve gedachten, hebben het vast al ontdekt: het werkt niet. Hoe meer je negatieve gedachten en gevoelens probeert weg te denken, hoe harder ze terugkomen. Misschien zie je die gemene witte beer al binnenwandelen? Psycholoog Dan Wegner onderzocht dit fenomeen uitvoerig en de conclusies zijn interessant:

Vraag proefpersonen om de komende vijf minuten níet aan een witte beer te denken (en wel aan rode auto) dan zullen ze er vaker aan denken dan wanneer je ze vraagt om wél aan een beer te denken. Als je proefpersonen vertelt over een verdrietige gebeurtenis gevolgd door de instructie om het vooral los te laten, dan worden ze verdrietiger dan wanneer je ze geen enkele instructie geeft. Mensen met een paniekstoornis die de exclusieve boodschap kregen zich te ontspannen, waren meer gespannen dan de mensen aan wie die opdracht niet werd gegeven.

Positief denken houdt je soms geketend aan negatieve gedachten en ongewenste emoties

Hoe valt dit psychologisch te verklaren? Ons denken is geëvolueerd om praktische doelen te bereiken en tussendoor te evalueren of dat volgens plan verloopt. Als het doel ‘avondeten’ is komen jouw gedachten met een concreet stappenplan op de proppen: ‘Na het werk loop ik even langs de pizzeria. En laat ik er ook even een flesje wijn bij kopen.’ Ons denken blijft ons gedrag vervolgens controleren en bijsturen totdat het doel behaald is. ‘Ah, de pizzeria is dicht, dan maar de Thai!’

Wanneer we daarentegen ons denken gebruiken om zichzelf te sturen, gebeurt er iets vreemds. Een doel als ‘positief denken’ maakt dat ons brein zichzelf continu probeert te betrappen op negatieve gedachten. Alleen zo kan het controleren of het zijn doel (in dit geval ‘positief denken’) heeft bereikt. Positief denken houdt je op die manier geketend aan negatieve gedachten en ongewenste emoties.

Daar zitten onder andere twee denkfouten aan ten grondslag.

‘Shit, afgewezen! Ik moet positiever denken’

Het probleem (en succes) van de law of attaction is dat de theorie – net als bij elke religie – noch te bevestigen, noch te ontkrachten valt. Bij succes dank je het universum, bij ongewenst resultaat wijt je het aan je spirituele tekortkomingen. Je moet nóg positiever leren denken. Het gevaar van blind geloof in de magische kracht van positief denken is hierom dat het je allergisch en bang voor de werkelijkheid kan maken. Zelfs dikke pech kun je gaan zien als persoonlijk falen. Behalve dat je je slecht voelt omdat je ziek wordt of je auto in de prak rijdt, voel je je ook nog eens schuldig dat het jou overkomt.

Ik had ooit een LOA-enthousiast in mijn praktijk die pas actie ondernam ‘als de intentie zuiver voelde’ en ze geen angst meer voelde: in de praktijk deed ze helemaal niets. Ze bleef in cirkeltjes denken zonder ooit een beslissing te nemen. Zo durfde ze pas na twee maanden piekeren een ‘duidelijk flirtende collega’ op de koffie te vragen. Die had toen inmiddels verkering met een ander. (‘De intentie was niet oprecht’, zei ze daar vervolgens over.) Het wachten op de juiste positieve vibe om iets gedaan te krijgen, is een onvruchtbare levensstrategie.

Onderzoek laat zien dat je je eigen gedachten juist beter niet te serieus kunt nemen en ondertussen actie te blijven ondernemen. Anders doen leidt in de praktijk eerder tot anders voelen en anders denken, dan anders denken. Zelfs een potlood tussen je tanden kan gelukkiger maken, omdat het je lachspieren activeert en je hersenen daar automatisch bijhorende gevoelens bij produceren. En hierom krijgen sombere mensen die zichzelf dwingen te sporten echt een betere stemming.

Kortom: vertrouwen in een goede afloop is nuttig – want daardoor blijf je actief– maar je leven aan het lot, de LOA of je fantasie overlaten is dat niet. Negatieve gevoelens, angsten en pech kunnen soms maar beter omarmd of (als dat kan) praktisch aangepakt worden in plaats van bezworen met magisch denken.

‘Ik dacht aan een ijsje en ik kreeg er een’

De tweede denkfout die de LOA overtuigend maakt, wordt wel de ‘overleversbias’ genoemd. Wie in de LOA gelooft, komt met dit soort voorbeelden: ‘Ik dacht op een warme dag aan een ijsje en toen kwam ik Loes tegen die mij op een ijsje trakteerde.’ Mooi, maar we vergeten dat er meer situaties waren waarin we ook ijs wilden, en niets kregen. De treffers worden eruit gelicht als bewijs en de missers vallen niet op. Dat geeft noodzakelijk een vertekend beeld. Zelfhulpcoaches gebruiken op die manier ook hun eigen succes – of dat van Walt Disney en Albert Einstein – als bewijs voor het succes van hun methode.

Jij en ik horen in de media en volksmond veel vaker over de successen en wonderen dan over de keren dat er níets speciaals gebeurt. De eerder genoemde muzikant– die ontzettend getalenteerd is en altijd keihard heeft gewerkt – werd depressief omdat hij overal muzikanten om zich heen zag die meer status en roem hadden dan hijzelf. Wat hij daarbij ook negeerde was dat successen in de regel zichtbaarder zijn dan de mislukkingen.

Het reservoir mislukkingen is echter reusachtig veel groter dan dat van de succesverhalen. Achter elke muzikant op de hitlijst gaan er duizenden schuil die hun liedjes voor drie verdwaalde internetters op YouTube zetten. En daarachter vind je een nog grotere lading muzikanten die moederziel alleen muziek maken op hun zolderkamertje.

De muzikanten die wél doorbreken dienen vervolgens als voorbeeldformule voor al die anderen die hetzelfde willen bereiken. Die hoor je vervolgens in elk interview inspirerende oneliners roepen als: ‘Geloof in jezelf, dan is alles mogelijk’. In werkelijkheid hebben zij, behalve talent en doorzettingsvermogen, ook veel mazzel gehad. Net als bij een willekeurig kansspel kunnen er uiteindelijk maar een paar winnen.

Vanwege deze blinde vlek blijven mensen hoopvol meedoen aan loterijen en talentenjachten. En daar is niks mis mee, als ze maar niet – zoals de muzikant – stoppen met hun hobby, omdat ze zich mislukt voelen. Dat hij uiteindelijk toch doorbrak heeft waarschijnlijk alles te maken met het feit dat hij gewoon doorging waar hij was afgehaakt. De verdienste van de zelfhulpgoeroe was niet geweest dat hij de muzikant positief leerde denken, maar dat hij door hem zijn muziekinstrumenten weer van zolder haalde.

De les?

Je hoeft niet ultrapositief te zijn om je doelen te bereiken, je moet alleen positief genoeg zijn om ermee door te gaan totdat je je doelen bereikt hebt én realistisch genoeg om geen plank voor je hoofd te hebben als het niet lukt. ‘Positief denken’ kun je vooral zien als die plank voor je hoofd.

Meer lezen

Deel 1 van ‘positive thinking’ vind je hier.