Rosa woonde een maand in een ashram in India: ‘Net een militair yogakamp, maar ik leerde er veel’
Dat India een magische, maar ook chaotische plek is, heb je vast óf weleens gehoord óf wellicht zelf ervaren. BEDROCK’s redacteur Rosa nam de proef op de som en reisde in haar eentje af naar het spirituele, Aziatische land om een maand te wonen in een ashram, waar het leven draait om sober zijn, routine en discipline. Dít is wat ze ervan leerde.
“Als fervent reiziger was ik al even benieuwd naar India. Van vrienden hoorde ik verschillende verhalen over het land, maar die waren lang niet altijd even positief. Zo wilde een goede vriendin van mij er eens een trein nemen, maar haar werd op het station verteld dat de trein was afgebrand en ze toch echt een lokale bus moest nemen, die haar vervolgens bij een ander hostel afzette dan waar ze had geboekt, want die zou ‘vol’ zijn. Na drie weken rondreizen en constant opgelicht worden, was ze het meer dan zat.”
Wat is een ashram?
“Dat maakte mijn nieuwsgierigheid naar het land toentertijd eerlijk gezegd niet groter. Toch spookte India de laatste jaren steeds vaker door m’n hoofd, het is immers het land van onder meer het boeddhisme, hindoeïsme, spiritualiteit én yoga. Ik wilde graag weten hoe het is om te zijn in een land waar men dit ademt en hoe het leven eraan toegaat in een heuse ashram.
Een ashram is een hindoeïstische spirituele leefgemeenschap, vaak in de afgelegen natuur, waar alles draait om meditatie, yogafilosofie en ademwerk. En dat allemaal onder leiding van een guru. De dagen zien er dag in dag uit hetzelfde uit: je staat vroeg op, eet er vaak twee keer per dag puur ‘sattvic‘ eten, een yogadieet uit Ayurveda zonder dierlijke producten of pittige kruiden, volgt de lessen en leeft volgens het ritme van de ashram.
Het leven is er dus eenvoudig en vooral sober. Allemaal met het doel om te werken naar meer innerlijke rust, spirituele groei en toewijding. Dat leek me een welkome verandering in het vaak drukke leven dat maar voorbijraast.
Het leek me verademend om een maand niet hoeven na te denken over wat ik ga doen op een dag, niet te hoeven te koken of andere keuzes te moeten maken. En dus werd het tijd voor een maand lang sober leven.”
Het leven in een ashram in de praktijk
“Online las ik hoe het dagprogramma eruit zag en daar was ik eerlijk gezegd best zenuwachtig over. De wekker stond dagelijks om 05.45u om op tijd bij de eerste pranayama-les (ademwerk) te zijn en de avond liep de meditatieles pas om 21.00u af.
Hoewel ik normaliter geen ochtendpersoon ben, bleek het verrassend makkelijk om voor zonsopgang uit bed te komen en me klaar te maken voor de pranayama-lessen van een leraar die naar eigen zeggen wat weg had van de Indiase versie van de Kerstman. De zon die je vanaf de shala, ofwel de yogaruimte, tijdens de les tussen de palmbomen zag opkomen, maakte het vroege opstaan bovendien meer dan waard. Maar het leven in de ashram bleek al snel ook strikt en serieus.”
Een militair yoga-kamp
“Na een uur ademwerk-technieken oefenen, lagen er kleine banaantjes en een kopje thee klaar en begon de eerste twee-uur-durende yogales van de dag. En dat had zonder te overdrijven meer weg van een militair yogakamp dan de yogalessen die ik al twaalf jaar in Europa volg, bij elkaar.
De jonge, maar strikte yogaleraren legden veel focus op hoe holistisch yoga is. Het is namelijk een levensstijl en gaat dus niet alleen het beoefenen van de poses, ofwel de asana’s. Het draait namelijk ook om zorgen voor de wereld om je heen, je ego loslaten, meditatie en ademwerk bijvoorbeeld. Behoorlijk anders dan de yoga die we in het Westen kennen. Na de uitgebreide uitleg over de verschillende aspecten van de yogaleeftsijl, startte de les dan echt.
En ook dát ging een stuk minder poezelig dan ik ben gewend. Geen start van de les met een ‘bedank jezelf dat je hier bent’ of ‘zet een intentie’, maar ‘kom op de mat staan. Ga zitten’, werd er in gebiedende wijs gezegd. Als we de poses aannamen, werden ze steevast tot in detail toegelicht aan de hand van hun functie, voor de spijsvertering bijvoorbeeld, en werd er veel gecorrigeerd: ‘Linkervoet omhoog, ik zei links, niet rechts. Voet hoger, hoger, nog hoger’, schreeuwde de leraar nog net niet.”
Geen muziek, water of ventilator
“Eerlijk gezegd moest ik even wennen aan deze bijna militaire vorm van yoga, waarbij alle vriendelijke praatjes werden weggelaten. Er stond geen zen-muzieklijstje op, we mochten geen water drinken tijdens de leesen ook de ventilator mocht niet aan. Goed om te weten: het was 37 graden. Hoewel mijn ego moest wennen aan deze stijl van lesgeven en ik de leraren op het begin niet kon uitstaan, merkte ik al snel dat ik nog nooit zulke kwalitatieve yogalessen had gevolgd, dat ik nu pas leerde hoe en waarom je yoga wilt doen en dat ik nog heel wat discipline kon gebruiken. Het was intens, maar daarom juist zo diepgaand.”
Geen spiegels en vergelijking met anderen
“In de yogashala hangen geen spiegels. Je hoeft jezelf of anderen immers niet te kunnen zien. Het gaat om het uitvoeren van de juiste alignment om je rug en nek te beschermen, je heupen of schouders te openen, zodat je de vruchten van de poses plukt. Niet om zo flexibel of sexy mogelijk zijn. Pas na een maand viel het me op dat ik al die tijd geen één keer naar anderen heb gekeken tijdens de les, maar steevast naar het plafond, naar mijn hand of waar je tijdens een pose dan ook hoort te kijken.
Het is enorm bevrijdend om jezelf niet te vergelijken met anderen, maar te focussen op je eigen oefeningen. En dat vergelijken gebeurt juist snel als een yogaruimte volhangt met spiegels en iedereen in inimini-yoga-outfits rondhuppelt.”
Verstand op nul en meedraaien in het vaste ritme
“De dagen waren misschien eindeloos, en de eerste dagen leken weken te duren, maar ik kon niet anders dan toegeven dat het meer dan verademend was om eens niet zelf na te hoeven denken over wat ik allemaal moet doen op een dag, over wat ik moet kopen, koken, wie ik nog moet bellen of welke to do’s ik nog allemaal moet afvinken. Het enige wat ik hoefde te doen, was opdagen en mijn best doen. En het vergt best wat wilskracht om dertien uur per dag aan te staan. Geestelijk en lichamelijk.
Ik mag dan nog nooit zo’n vol schema hebben gehad, maar voelde ik me geestelijk vrijer dan ooit. Het was heerlijk om me helemaal te kunnen focussen op het leven in de ashram en me nergens anders zorgen over te maken.”
De grootste lessen uit de ashram
Ik leerde over:
- Karma: dat goede en slechte daden vroeg of laat beantwoord zullen woorden. Dat kan over vijf minuten of vijftien jaar zijn.
- Alsje goed voor de mensen en wereld om je heen zorgt, de wereld voor jou zorgt.
- De verschillende ‘minds‘ we hebben. Ons geheugen, ego, monkey mind en intelligentie. Als je niet oppast, laat je je zomaar leiden door alleen je ego.
- Dat je je gedachten niet bent en je vooral niet te veel wilt luisteren naar de eindeloze stroom aan gedachten.
- Dat de wereld niet om jouw welzijn draait, maar dat we allemaal één zijn.
- Discipline, dat je alleen met echte toewijding kunt leren en verder kunt komen.
- De geestelijke en lichamelijke voordelen van de praktische kant van yoga.
- Dat vroeg naar bed gaan en vroeg opstaan me zoveel meer brengt dat die uurtjes langer opblijven in de avond.
- Dat nederig zijn je een beter persoon maakt.
Een tijdje meedraaien in een ashram raad ik daarom iedereen aan. Je kunt er een nachtje boeken, maar ook een week, een maand of zo lang als je wilt. Wil je uit je comfort-zone komen en werken aan je mentale en lichamelijk gezondheid? Dan is dit een perfecte manier waar je jezelf én de wereld een cadeau mee doet.”
Eén op één yoga werkt therapeutisch: dit wil je erover weten.
5x waarom het zo goed is om yoga in de buitenlucht te doen (+ tips voor als het koud is)
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.bedrock.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2023%2F06%2FRosa-Bertram-e1687422696110.jpg)