Waarom ik nooit meer antidepressiva wil

Voor iedereen geldt een andere oplossing

Toen zowel mijn huisarts als de psycholoog bij wie ik onder behandeling was voor depressieve klachten er beiden op aandrongen dat ik maar eens aan de antidepressiva zou gaan, zette ik mijn hakken in het zand. Vraag me niet waarom, maar ik heb een intrinsieke afkeer van medicijnen, en wilde dit pertinent niet.

De huisarts ging echter zelfs zover me onder druk te zetten om toch tot medicijngebruik over te gaan door me in klare taal te verstaan te geven dat ik, mocht ik blijven weigeren, te maken zou krijgen met vervelende consequenties en dat de hulp op zou houden of een vorm aan zou nemen die ik niet wilde.

Nadat ze me doorverwezen had naar de psychiater, kon ik er niet meer onderuit: ik moest aan de medicatie. Vooral van mijn omgeving dan. Want inmiddels waren mijn moeder en stiefvader er ook van overtuigd geraakt dat ik antidepressiva moest gaan slikken, en stelden ze het als voorwaarde voor hun hulp. De enige die hier niet in meeging, was mijn vader die zelf ook een depressie had gehad en bij wie verschillende antidepressiva niks hadden uitgehaald.

Ik wist niet wat ik moest doen. Er werd niet meer naar mij geluisterd en over mijn hoofd beslist. Als ik niet zou toegeven aan de druk van mijn omgeving om in te stemmen met medicatie, zou dat voor mij vervelende consequenties kunnen hebben.

Ik deed dus maar alsof ik akkoord ging, en slikte braaf de pillen die mijn moeder me elke ochtend en avond kwam brengen met een glaasje water. Of nou ja braaf: regelmatig spuugde ik ze, nadat ik ze onder mijn tong verborgen hield, uit in het vaasje naast mijn bed.

Eenmaal opgenomen in de kliniek kreeg ik behalve antidepressiva ineens ook antipsychotica voorgeschreven. Toegegeven, het zat even helemaal niet lekker in mijn bovenkamer, maar ik zag toch echt geen regenbogen en dansende kaboutertjes uit de muren komen, ik hoorde ook geen stemmen. Dus hoezo psychotisch? Die antipsychotica heb ik nooit genomen en belandden elke avond linea recta in de toiletpot.

Verplicht medicijnen slikken?

Omdat ik dacht dat het slikken van medicatie bij een gedwongen opname verplicht was (dat is het niet, maar niemand, noch de artsen, noch het verplegend personeel, noch mijn advocaat die me hier op wees), en ik bang was dat ik op dwangmedicatie gezet zou worden wanneer ik openlijk zou weigeren, speelde ik het spelletje maar mee.

Ik hield op met spelletjes spelen en ging de voorgeschreven medicatie gehoorzaam slikken

De medicatie sloeg natuurlijk niet aan. Dus werd er, volgens protocol, overgegaan op een ander, zwaarder middel. Dat ook niet aansloeg. En nog een, en nog een. Allemaal tevergeefs. Maar wisten zij veel. En wist ik veel dat het eigenlijk van mij best wel dom was om al die tijd niet medicijntrouw te zijn, omdat de artsen daardoor steeds grover geschut gingen inzetten. Op het laatst was ik nog maar twee opties van elektroshocktherapie verwijderd. Toen schrok ik wakker. Want ECT? Dat nooit!

Ik hield op met spelletjes spelen en ging de voorgeschreven medicatie gehoorzaam slikken. En nu echt. Langzaam ging het beter. Ik begon voor het eerst weer te geloven dat er nog hoop was en kroop uit mijn depressie.

In de kliniek stonden ze perplex om deze doorbraak. Maandenlang hadden ze aan mijn bed staan soebatten en was er geen beweging in mij te krijgen. Nu wandelde ik binnen drie weken de deur uit. Ik zag oprechte en welgemeende vreugde in de ogen van de persoonlijk begeleiders. “Welkom terug in het land der levenden!” zei er een. “Je was er zo vreselijk aan toe en kijk je nu eens – we noemen je het wonder van de kliniek,” zei een ander. In één van de afrondende gesprekken voor mijn ontslag vroeg mijn psychiater voorzichtig: “Maar waardoor denk je zelf nou eigenlijk dat je beter bent geworden?”

Het was hem niet helemaal duidelijk.

“Ik weet het niet,” zei ik. “Misschien doordat ik een andere arts kreeg. Bij jou had ik het gevoel dat je echt naar me luisterde en me serieus nam in plaats van me alleen weg te zetten als ‘heel, heel ziek’ en incapabel. Misschien doordat de arts-assistent me echt gerust heeft weten te stellen. Misschien ook deels door de medicijnen. En misschien heeft mijn lichaam zelf weer een balans gezocht. Ik weet het niet. Waarschijnlijk een combinatie van al deze factoren.”

Weer thuis

Na mijn ontslag heb ik nog een klein halfjaar antidepressiva geslikt. Ik had veel last van bijwerkingen: trillende handen, duizeligheid en een voortdurend droge mond en constant gevoel van dorst, en ik was zeker 15 kilo aangekomen. Maar psychisch ging het goed, ik voelde me prima. Zelf had ik niet het idee dat mijn herstel te danken was aan de medicatie, al kon ik het niet helemaal met zekerheid uitsluiten. Toch wilde ik zo snel mogelijk afbouwen.

"Over de zin en onzin van antidepressiva heb ik voor mezelf veel nagedacht"

Mijn nieuwe psychiater, aan wie ik na mijn ontslag uit de kliniek was overgedragen, dacht er echter anders over. Aanvankelijk wilde ze mijn medicatie juist verhogen. Daar begreep ik echt niets van. Uiteindelijk mocht ik afbouwen. Dat deed ik, uiteraard iets sneller dan de arts raadzaam vond, waarmee ik – volgens haar – een groot risico op terugval nam. Maar inmiddels vertrouwde ik mezelf weer dusdanig, dat ik het wel aandurfde. En het pakte goed uit. Ook na het stoppen van de medicatie, voelde ik me goed.

Inmiddels ben ik ruim een jaar medicatievrij. En zo goed als klachtenvrij. Ik kan het leven weer handelen. Over de zin en onzin van antidepressiva heb ik voor mezelf veel nagedacht. Antidepressiva hebben de afgelopen maanden in de media behoorlijk onder vuur gelegen: zo zou de werking ervan niet alleen niet bewezen maar ook zwaar overschat zijn, en worden antidepressiva doorgaans te makkelijk en te snel, in te hoge doses en te langdurig voorgeschreven waardoor ze meer kwaad dan goed doen.

In de kliniek ben ik geschrokken van de vanzelfsprekendheid waarmee er met medicatie omgesprongen werd. Als ik eens een huilbui had of onrustig was, werd er door de begeleiders standaard gezegd: neem een lorazepammetje, dan word je rustig. Prompt kreeg ik dan dagelijks een lorazepam voorgeschreven, bovenop mijn ‘gewone’ medicatie. Wanneer ik weigerde, vond men dit raar en moest ik keer op keer ook nog eens gaan verdedigen waarom ik geen extra medicatie wilde. En ook voor de artsen was het gebruik van medicijnen vanzelfsprekend. Tijdens de gesprekken in mijn hersteltraject proefde ik telkens weer aan de dingen die mijn psychiater zei dat ze het toch wel hoogst opmerkelijk vond dat ik zo’n weerstand had tegen antidepressiva, kritisch was en haar oordeel vaak in twijfel trok.

Het lastige aan dit onderwerp is dat er niet één waarheid is

Maar heb je dan nooit het gevoel gehad dat medicatie jou juist gered heeft, vroeg iemand me laatst. Heel eerlijk? Nee. Ik kom tot de conclusie dat het mij niet heeft geholpen. Het echte herstelproces kwam pas in de maanden na mijn ontslag, waarin ik mezelf binnenstebuiten keerde via psychotherapie. Maar de mensen die zeggen dat medicatie wél hun redding was, geloof ik direct. Daarom zal ik ook nooit tegen iemand zeggen dat het slikken van medicatie goed of fout is. Want daar kan ik simpelweg niet over oordelen. Het lastige aan dit onderwerp is dat er niet één waarheid is: ervaringen en meningen lopen uiteen en zijn voor iedereen weer anders. Wat voor de één werkt, werkt voor de ander juist weer niet. Daarin moet iedereen zijn weg vinden. Het gaat erom dat je daar je eigen weg in vindt, denk ik.

Als het mijn keuze is om een depressie op te willen lossen zónder het gebruik van medicatie, dan vind ik dat mijn goed recht en wil ik dat dat gerespecteerd wordt door artsen en hulpverleners, en dat ik daarin serieus genomen en ondersteund word. Mijn ervaring is dat er in de psychiatrie alleen maar wordt gedacht in diagnoses die behandeld moeten worden met medicijnen, en er weinig ruimte is voor alternatieven. Vanuit mijn omgeving ben ik enorm onder druk gezet om vooral wél aan de medicatie te gaan. Dat heb ik als heel indringend ervaren, en maakte dat ik juist in verzet ging. Het lijkt me dat hulpverlening op zo’n manier toch het doel flink voorbijschiet…

Meer lezen

Eten in de kliniek: wat een waardeloze sh*t was dat.