Relax. Je hebt niks onder controle

Hoe harder je knijpt, hoe meer zand je tussen je vingers door verliest

Als iets niet loopt zoals we verwacht hadden, schieten we in de stress. Dat voelt niet fijn, dus doen we er alles aan om dat gevoel weg te krijgen. Harder werken, mediteren, bevestiging zoeken bij mensen om ons heen. We schakelen bij, kijken vooruit of analyseren hoe het zo ver heeft kunnen komen. Alles om de controle weer terug te pakken.

We forwarden het liefst zo snel mogelijk naar een moment waarop we weer in charge zijn. Maar dat enorm krampachtige controle-houden, levert – naast misschien een energievretende topbaan, een iets te duur koophuis en een liefde die gelukkig toch niet bij je is weggelopen – uiteindelijk veel stress en frustratie op. Steeds meer leren we dat juist ‘loslaten’ key is voor een gelukkig leven.

Een bekende vergelijking is die met een handje vol zand. Hoe harder je knijpt, hoe meer zand je tussen je vingers door verliest. Als je je hand rustig openhoudt, blijft het zand liggen. Oftewel: hoe meer je je best doet om dingen te controleren of vast te houden, hoe lastiger dat vaak gaat.

Relax. Nothing is under control

Af en toe de controle uit handen geven, maakt het leven ook gewoon een stuk leuker toch? De fijnste vriendschappen en relaties zijn die waarin je niet op je tenen hoeft te lopen. De leukste reiservaringen ontstaan als er iets onverwachts gebeurt. De mooiste muziek en kunst ontstaat als creativiteit de vrije loop krijgt. En de beste ideeën en prestaties als je mee kan in de flow, zonder te overthinken.

Aan de andere kant gaat natuurlijk niemand rustig achterover leunen als ‘ie z’n baan dreigt te verliezen, ziek wordt of als een relatie op de klippen dreigt te lopen. Maar de kunst is om ook dan ruimte te creëren en je te berusten in het feit dat het nu eenmaal even chaos is. Als je uitzoomt, kun je beter zien en voelen wat er nou niet lekker loopt en bovendien beter inschatten of het zin heeft om actie te ondernemen.

Twee soorten controle

Psycholoog Ellen Hendricksen van Boston University’s Center for Anxiety and Related Disorders legt uit dat er twee soorten controle zijn. Mensen denken bij ‘control freaks’ meestal aan types die altijd de touwtjes in handen willen houden, maar er is daarnaast een andere vorm die gaat over accepteren van dingen die niet te controleren zijn. ‘Primaire controle’ gaat over het proberen te veranderen van de wereld om je heen. ‘Secondaire controle’ over het aanpassen aan wat er om je heen gebeurt.

In 2015 liet onderzoek zien dat mensen die een hogere mate van secundaire controle beheersen meer tevreden zijn met hun leven dan mensen die hoger scoren op primaire controle. Conclusie? Als je controle wil ervaren zonder stress, kijk dan naar binnen in plaats van naar buiten. Probeer flexibel te zijn en mee te bewegen met wat er gebeurt. Als je accepteert dat je nu eenmaal niet alles kunt controleren, helpt dat je kalm blijven als dingen anders gaan dan gepland.

Een simpele manier van checken of je op die secundaire manier in control bent, is voelen hoeveel energie iets van je vraagt. Als je vanuit je mind probeert controle te krijgen kóst iets je energie, als je meebeweegt met de flow van het leven gééft het je energie.

Dit vind je misschien ook interessant: Waarom spontane afspraken leuker zijn dan vooraf ingeplande (volgens de wetenschap)

Zo ervaar je wél controle

Het paradoxale van dit verhaal is dat je dus wél een gevoel van controle kunt ervaren, door te kiezen waarover je je druk maakt en waarover niet. Als je ervan uitgaat dat álles een keuze is – dus ook je gedachten en je gevoel – bepaal je helemaal zelf hoe je dingen beleeft.

Eerder schreven we al over hoe gedachten of een aangenomen identiteit je in de weg kunnen zitten als het gaat om acceptatie van wat er in je leven gebeurt. De reden dat je iets niet goed genoeg vindt, is omdat je dat ergens along the way hebt aangeleerd. We voegen daarmee een onnodige laag van weerstand aan ons leven toe, zegt spiritual teacher Jeff Foster. Als we ervaringen aangaan zoals ze ontstaan, in het moment, zonder de verwachting dat het ophoudt, zonder controle te willen hebben, scheelt dat een hoop stress.

Een mooie metafoor van Jeff Foster om dit onder de knie te krijgen, is de kamer waarin je nu zit. Die ruimte heeft núl problemen met een eventuele vlieg die erin rondvliegt. Die vlieg komt binnen, vliegt een beetje rond en vliegt na een tijdje weer weg. Wij willen die vlieg zo snel mogelijk de ruimte uit hebben en dus slaan we om ons heen. Maar na een tijdje komt er doodleuk weer een nieuwe vlieg naar binnen, of een mug dit keer, of een wesp. De kamer laat – in tegenstelling tot hoe wij reageren – de beestjes gewoon lekker rondvliegen en maakt zich verder nergens druk om.

Je kunt er dus voor kiezen om je kapot te ergeren aan die vliegen en ze keer op keer weg te jagen, maar je kunt het ook laten zijn voor wat ‘t is: een kleine vlieg, in een grote ruimte die niet verandert door zijn aanwezigheid. En precies dát is controle nemen in de nieuwe definitie. Ruimte geven aan wat er nu eenmaal is en zélf kiezen om je ergens niet druk om te maken.