Karin Issa over het loslaten van ‘even gezellig’: ‘Je hoeft niet altijd ja te zeggen’
Karin Issa is 26, Nederlands met Koerdische roots, en ze woont nu meer dan twee jaar op Bali. Niet omdat ze rijk is, of een strak plan had, maar omdat ze op haar 23ste voelde: het leven mag anders. Dat gaat natuurlijk niet vanzelf. Deze week deelt ze haar column over het tarief van ‘even gezellig’.
Karin: “Ik word bijna 27. Nog twee maanden. En het is bizar hoe zo’n getal zich kan gedragen als een stopwatch. Niet omdat ik bang ben voor ouder worden, of omdat ik ineens geld uitgeef aan duurdere dagcrème die beweert rimpeltjes te verminderen. Maar omdat er ergens in mijn systeem nog een oude checklist rondhangt.
Een lijstje dat ik als kind al onbewust meekreeg van alles en iedereen om me heen: tegen die tijd moet je dit, tegen die tijd hoor je dat, tegen die tijd heb je het ‘op orde’. Alsof je vóór je 30ste je keuzes moet inklinken, en je daarna vooral moet bewijzen dat je tevreden bent met wat je toen koos.
Jezelf ontmoeten
Het interessante is: ik ben niet ongelukkig. Ik heb geleefd. Ik heb dingen gedaan die niet klinken als een plan, maar wel als een leven. Ik heb mezelf meerdere keren opnieuw ontmoet, in andere steden, in andere talen, in andere stiltes. En toch kan één gedachte – bijna 27- mijn borst straktrekken alsof ik ergens te laat ben.
Ik denk dat het komt omdat we vrijheid vaak verwarren met grote gebaren. Met de verhuizing. De sabbatical. De radicale carrièreswitch. We denken dat vrijheid iets is wat je één keer beslist, en dan nooit meer hoeft aan te raken. Terwijl echte vrijheid zich meestal verstopt in kleine, onopvallende momenten, precies op de plekken waar niemand klapt.
Zoals in een appje op een doordeweekse middag, precies op het moment dat je geen weerstand hebt.
Even gezellig
Het was een uitnodiging met uitroeptekens en dat automatische zinnetje waar je altijd in trapt: ‘Even gezellig!’ Alsof gezelligheid iets is wat je er nog even bij doet, ergens tussen werk en herstel en een leven dat al vol genoeg is. Ik zag mezelf al reageren zoals ik altijd reageer: leuk!!! met hartjes, omdat dat de versie van mij is die op tijd terugappt, die meedoet, die laat zien dat ze aanwezig is. De versie die vriendschap soms verwart met beschikbaarheid. Alsof liefde meetbaar is in hoe snel je ja zegt.
Maar mijn lichaam deed iets anders. Geen drama. Geen paniek. Gewoon weerstand. Een subtiele vermoeidheid die ontstond uit overprikkeling. Het soort vermoeidheid dat ontstaat als je te lang doorloopt op het behagen van anderen. En ineens voelde het absurd dat ik mezelf weer zou overschrijven. Dat ik, uit loyaliteit aan een format, mijn eigen avond zou opofferen en het later ‘balans’ zou noemen.
Niet uitleggen, niet verzachten
Dus ik deed iets wat vroeger ondenkbaar voelde. Ik legde niets uit. Ik motiveerde niet. Ik verzachtte het niet met een verhaal waar ik later spijt van zou krijgen. Ik zocht geen excuses die net geloofwaardig genoeg waren om geen discussie uit te lokken. Ik schreef alleen: ik sla over.
Drie woorden. Zo klein dat ze bijna niet mochten bestaan.
Er zat een seconde tussen het versturen en het blauwe vinkje waarin ik dacht dat ik iets kapot had gemaakt. Dat ik egoïstisch was. Dat iemand mijn afwezigheid zou vertalen als afstand, en afstand als afwijzing. Ik voelde die oude reflex in mijn vingers: nog een zin erachteraan, een lachende emoji, een “volgende keer echt!”, iets wat mijn nee weer zou inpakken in folie zodat niemand zich eraan zou snijden.
Keuzes zijn gewoon keuzes
Maar er gebeurde niets. Geen explosie. Geen passief-agressieve stilte. De wereld bleef intact. Mijn telefoon trilde niet van verwijten. De lucht bleef hetzelfde. En dat was precies het punt: ik had jarenlang geleefd alsof elke keuze een test was die ik moest halen, terwijl de meeste keuzes gewoon… keuzes zijn.
Later die avond liep ik alsnog naar buiten. Niet naar een plan, maar naar frisse lucht. En terwijl ik door een straat liep die ik al honderd keer had gezien, voelde ik iets dat ik bijna vergeten was: ruimte. Niet de ruimte van een lege agenda, maar de ruimte van een leven dat niet voortdurend om toestemming vraagt. De ruimte waarin je jezelf weer hoort.
Verkeerde verhaal over volwassen worden
Ik denk dat we het verkeerde verhaal hebben gekregen over volwassen worden. Alsof volwassenheid betekent dat je één keer kiest en daarna “settelt”. Dat je een ritme vindt en dat ritme vervolgens verdedigt alsof verandering een moreel risico is. Alsof je dertigste verjaardag een soort cement is dat je toekomst vastzet: dit is je baan, dit is je stad, dit is je relatie, dit is je ontbijt, succes ermee.
Maar misschien is volwassen worden juist leren dat je mag bijsturen zonder dat het meteen drama is. Dat je niet elke bocht hoeft te zien als een mislukking. Dat je niet elke behoefte hoeft te verantwoorden. Dat je soms niet hoeft uit te breken uit een comfort zone, maar simpelweg hoeft te herkennen wanneer comfort eigenlijk verdoving is.
Richting geluk lopen
Het verschil tussen wegrennen en richting geluk lopen is ook zelden een helder antwoord in je hoofd. Het zit in je lichaam. Wegrennen voelt gehaast, alsof je iets probeert te sussen. Alsof je een jeukplek krabt tot het bloedt, alleen omdat het even verlichting geeft. Richting geluk lopen voelt rustiger, zelfs als het spannend is. Het voelt als een diepe ademhaling. Als ruimte. Als: dit maakt me groter in plaats van kleiner.
En misschien is dat de moraal waar ik steeds weer op uitkom, nu ik bijna 27 ben: het gaat niet om hoeveel jaren je leeft, maar om hoeveel leven je toelaat in de jaren die er zijn. Niet hoeveel mijlpalen je afvinkt, maar hoeveel van je dagen echt van jou zijn. Hoe vaak je iets kiest omdat het klopt, niet omdat het hoort.
Soms is een nee geen verlies. Soms is het de eerste plek waar je vrijheid terugkrijgt, in het klein, zonder applaus, maar met jezelf.”
Lees hier de vorige column van Karin Issa, over thuiskomen en verdriet.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.bedrock.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F07%2Fimage.png)