Voor botox worden nog altijd dierproeven gedaan: ‘Onbegrijpelijk en niet nodig’
Een prikje botox om rimpels te verminderen is tegenwoordig weinig uitzonderlijk. Maar achter sommige middelen met botulinumtoxine zit een minder bekende praktijk: voor de productie en controle ervan worden nog altijd dierproeven met muizen uitgevoerd. En dat terwijl er voor verschillende producten inmiddels alternatieven zonder proefdieren bestaan.
Dierproeven met muizen voor botulinumtoxine
Bij sommige botulinumtoxineproducten wordt de zogenoemde LD50-test gebruikt. Groepen muizen krijgen daarbij verschillende doses botulinumtoxine toegediend. Met de test wordt bepaald hoe biologisch werkzaam een geproduceerde batch is.
De gevolgen voor de dieren kunnen ernstig zijn. Muizen kunnen verlammingsverschijnselen krijgen en uiteindelijk overlijden.
Dat klinkt mogelijk tegenstrijdig met het verbod op dierproeven voor cosmetica. Toch vallen botoxbehandelingen niet simpelweg onder dezelfde regels als producten zoals mascara, shampoo en gezichtscrème.
Botulinumtoxine wordt juridisch namelijk als geneesmiddel beschouwd, ook wanneer het voor cosmetische doeleinden wordt gebruikt. Daardoor kan het middel buiten het verbod op dierproeven voor cosmetica vallen.
Dierproeven zijn niet altijd meer nodig
Er bestaan inmiddels ook andere manieren om botulinumtoxine te testen. Voor verschillende producten zijn celgebaseerde testmethoden ontwikkeld waarmee dierproeven kunnen worden vervangen.
Dat betekent niet dat iedere fabrikant onmiddellijk kan overstappen. Nieuwe testmethoden moeten worden gevalideerd en goedgekeurd. Ook kunnen regels en toelatingseisen tussen landen verschillen. Daardoor kan de invoering van alternatieve methoden tijd kosten.
Proefdiervrij vindt dat die overstap te langzaam verloopt. De organisatie pleit ervoor beschikbare proefdiervrije methoden zo snel mogelijk tot standaard te maken.
Proefdiervrij kritisch op dierproeven voor botox
Anne Burgers, adviseur wetenschap en innovatie bij Proefdiervrij, vindt het moeilijk te begrijpen dat er nog dieren worden gebruikt als er alternatieven beschikbaar zijn.
“Wij vinden dat dieren überhaupt niet gebruikt zouden moeten worden voor dierproeven. Bij botox is het extra frustrerend, omdat er al proefdiervrije testmethoden bestaan. Waarom zou je dan nog vasthouden aan een dierproef? Voor ons laat dit precies zien waar het systeem vastloopt: iets kan technisch al anders, maar wordt nog niet automatisch de nieuwe standaard.”
Dierproeven achter een alledaagse behandeling
Botox laat daarmee zien dat dierproeven ook verbonden kunnen zijn aan behandelingen waarbij consumenten daar niet snel bij stilstaan. Aan de cosmetische behandeling zelf komt geen muis te pas, maar eerder in de productieketen kan dat dus anders liggen.
Tegelijkertijd is het beeld niet zwart-wit. Dat er voor verschillende botulinumtoxineproducten proefdiervrije methoden bestaan, betekent niet automatisch dat iedere dierproef direct kan worden geschrapt. Alternatieve tests moeten geschikt en goedgekeurd zijn voor het betreffende product.
Voor Proefdiervrij is de gewenste richting duidelijk: wanneer een betrouwbare methode zonder dieren beschikbaar is, moet die zo snel mogelijk de dierproef vervangen. De discussie rond botulinumtoxine draait daarmee niet alleen om de vraag óf testen zonder dieren mogelijk is, maar vooral om hoe snel de praktijk kan volgen.
Deze zomer is er in Europa een belangrijke stap gezet richting het uitfaseren van de LD50-test voor botulinumtoxine. De Europese Farmacopee gaat hiervoor een plan maken. Het doel is om deze dierproef uiteindelijk uit de Europese testvoorschriften voor botulinumtoxine te halen.
Lees ook: Cosmetisch arts Leanne over het gevaar van een onrealistisch schoonheidsideaal
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.bedrock.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F10%2FSophie-Rietmulder.jpeg)