Britt Slief
Britt Slief Relatie vandaag
Leestijd: 4 minuten

Psycholoog over de opmars van therapietaal: waarom we onze relaties steeds vaker diagnosticeren

Britt Slief is zelfstandig psycholoog. Ze deelt op een toegankelijke manier kennis over thema’s als stress, burn-out, emoties en zingeving, waarbij ze ook haar persoonlijke ervaring meeneemt. Daarnaast begeleidt ze mensen met mindfulness om meer rust en balans te ervaren in het dagelijks leven. Ze vertelt aan BEDROCK hoe het kan dat wel onze relaties steeds vaker diagnosticeren met therapietaal.

“Ik stond in de rij voor koffie in een trendy espressobar, toen ik twee meiden van een jaar of 16 achter me hoorde praten. ‘Hij appt me maar niet terug, dus ik heb hem geconfronteerd met zijn bindingsangst’, zei de één terwijl ze over haar Instagram-tijdlijn scrolde. De ander knikte bloedserieus: ‘Heel goed, echt een red flag.’

Ik voelde een lichte kortsluiting in mijn hoofd. Sinds wanneer is psychologie de nieuwe straattaal geworden? Kan iemand tegenwoordig niet gewoon meer even ‘een eikel’ zijn, zonder dat er direct een klinisch label op geplakt moet worden?

Generatie van doe-het-zelf-psychologen

Als psycholoog kijk ik met gemengde gevoelens naar deze trend. Begrijp me niet verkeerd: het is fantastisch dat mentale gezondheid bespreekbaar is. Maar er zit een schaduwkant aan de eindeloze stroom aan informatie. Je hoeft tegenwoordig maar 30 seconden over je tijdlijn te scrollen om te ‘weten’ of je partner een narcist is, of dat je gedrag voortkomt uit een onverwerkt jeugdtrauma.

We zijn aan het veranderen in een generatie van doe-het-zelf-psychologen. Gewapend met een arsenaal aan klinische termen stappen we onze relaties en vriendschappen in. Vaak zonder te beseffen dat de bronnen die we raadplegen allesbehalve betrouwbaar zijn. Zo bleek uit onderzoek van PlushCare dat maar liefst 84 procent van de mentale gezondheidsclaims op TikTok misleidend of simpelweg onjuist is. Laat dat cijfer even op je inwerken.

De muur van labels

Terwijl deze woorden in mijn spreekkamer bedoeld zijn om te helen en patronen te doorbreken, merk ik dat ze aan de keukentafel vaak iets heel anders doen: ze bouwen muren. Want zodra je een geliefde verandert in een diagnose, stop je met praten en begin je met observeren. Je kijkt niet meer naar de mens, je vinkt een symptoomlijstje af. En in die kille observatiekamer gaat de verbinding vaak als eerste verloren.

Het label als schild: waarom diagnosticeren zo veilig voelt

Labels geven ons iets waar we in verwarrend contact of een ruzie naar op zoek zijn: een gevoel van controle. Wanneer het gedrag van de ander je overspoelt en je het simpelweg niet meer kunt plaatsen, is een klinische term een reddingsboei.

Door een vriend een ‘narcist’ te noemen, wordt de chaos ineens overzichtelijk. Jij bent het slachtoffer dat het gedrag doorziet, de ander is de ‘cliënt’ die aan zichzelf moet werken.

Gedrag dat vervolgens past binnen de diagnose is een ‘zie je wel’. Binnen de psychologie heet dit de fundamentele attributiefout: de neiging om het gedrag van een ander direct aan hun karakter of een stoornis toe te schrijven.

Daarnaast hoef je ook niet meer naar de ingewikkelde dynamiek tussen jullie te kijken. Je hoeft niet meer te onderzoeken wat jouw eigen aandeel is in het patroon, of waarom jij bepaalde triggers hebt. Het label is een veilige, kille muur waarachter je kunt wegduiken voor het echte, rommelige en vaak lastige gesprek.

De prijs van gelijk krijgen: het verlies van de ander

Als therapietaal de boventoon voert, sterft nieuwsgierigheid en investering in de relatie. In plaats van te vragen: ‘Wat maakte dat je zo reageerde?’ denk je dus ‘zie je wel, jij hebt een probleem’. Het label wordt een eindstation waar de ander niet meer tegenop kan boksen. Je wint misschien een discussie op basis van je ‘psychologische gelijk’, maar verliest de verbinding met de persoon van wie je houdt.

Terug naar verbinding: hoe doen we dat?

Het is misschien verleidelijk om in die veilige observatiekamer te blijven, maar echte relaties vragen om een open deur. Hieronder lees je hoe je de verbinding weer aan kunt gaan:

  • Vervang het label door een behoefte. In plaats van te zeggen ‘jij bent een narcist’, probeer uit te spreken wat het gedrag met jou doet: ‘Ik voel me op dit moment niet gezien’.
  • Onderzoek je intentie. Gebruik je deze term om de ander beter te begrijpen? Of om je eigen gelijk te halen?
  • Omarm het ongemak en ‘niet-weten’. Soms is iemand gewoon even een lomperik, heb je een rotdag of matcht jullie karakter even niet. Een ruzie of frictie hoeft niet klinisch verantwoord te zijn om geldig te zijn.

De schoonheid van het rommelige

Terug naar die meiden in de rij voor de koffie. Hoe heerlijk was het voor ze geweest als ze die middag gewoon ongefilterd hadden kunnen balen van die jongen? Een scheldwoord eruit, even samen flink verontwaardigd zijn, en weer door.

Natuurlijk mag je grenzen stellen aan iemands gedrag, maar doe dat vanuit je eigen gevoel, niet vanuit een handboek. Kies liever voor de mens tegenover je, die soms wat onhandig is.

Geef mij maar het rommelige contact. Zonder label, maar met veel hart.”

Lees ook: Aan de andere kant van de tafel: Britt (29) kreeg therapie, in plaats van het te geven als psycholoog

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Rock jouw inbox! ?

Elke zondagochtend met liefde gemaakt zodat jij heerlijk wakker wordt?‍♀️