Vera Guldemeester
Vera Guldemeester Persoonlijke verhalen vandaag, 
Leestijd: 5 minuten

Nienke (41): ‘Ik hou van mijn familie, maar ik wil ze niet iedere dag spreken’

Nienke (41) heeft een hechte band met haar ouders en zus. Misschien zelfs iets té hecht, want haar telefoon staat dagelijks roodgloeiend. Van vragen over haar werk tot updates over de boodschappen: haar familie wil overal bij betrokken zijn. Wanneer Nienke voorzichtig aangeeft dat ze niet iedere dag wil bellen, wordt dat haar niet in dank afgenomen.

“Als mijn telefoon om half acht ’s avonds gaat, weet ik eigenlijk al wie het is. Meestal mijn moeder, soms mijn vader en als ik geluk heb, mijn zus. Niet omdat er iets belangrijks aan de hand is, maar gewoon omdat ze even willen horen hoe mijn dag was. Op zich is dat natuurlijk ontzettend lief. Ik weet dat er genoeg mensen zijn die een minder goede band met hun familie hebben en daar verdrietig over zijn. Toch merk ik dat ik steeds vaker zucht wanneer ik hun naam op mijn scherm zie verschijnen.

Heel betrokken 

Mijn ouders en zus zijn altijd heel betrokken geweest bij mijn leven. We woonden vroeger dicht bij elkaar, aten regelmatig samen en belden elkaar bijna dagelijks. Toen ik jonger was, vond ik dat heel normaal. Mijn moeder wist precies met wie ik omging, mijn vader vroeg altijd hoe het op mijn werk ging en mijn zus was degene aan wie ik alles vertelde. Maar inmiddels ben ik 41, woon ik samen met mijn vriend en heb ik een druk leven. Toch lijkt mijn familie nog steeds te verwachten dat ik iedere dag uitgebreid tijd heb om bij te praten.

Vooral mijn moeder kan ontzettend lang bellen. Ze begint met de vraag hoe het gaat en voor ik het weet, zijn we drie kwartier verder. Dan heeft ze verteld wat de buurvrouw heeft meegemaakt, wat ze bij de supermarkt heeft gekocht en welke afspraak ze volgende week bij de kapper heeft. Als ik aangeef dat ik eigenlijk nog moet koken, zegt ze dat ze me niet lang zal ophouden. Vervolgens begint ze aan een nieuw verhaal. Mijn vader belt vaak over praktische dingen en mijn zus stuurt regelmatig berichtjes met de vraag of ik even kan bellen. Soms spreek ik ze alle drie op één dag.

Schuldig voelen

Het klinkt misschien als een luxeprobleem, maar ik begon er steeds meer last van te krijgen. Na een lange werkdag wil ik soms gewoon op de bank zitten, een boek lezen of rustig met mijn vriend eten. In plaats daarvan voelde ik me verplicht om steeds mijn telefoon op te nemen. Als ik dat niet deed, kreeg ik vaak een berichtje met de vraag of alles wel goed ging. En als ik een paar uur later terugbelde, vroeg mijn moeder meteen waarom ik niet had opgenomen. Daardoor voelde ik me schuldig, terwijl ik eigenlijk niets verkeerd had gedaan.

Mijn vriend begon er op een gegeven moment ook opmerkingen over te maken. Niet omdat hij mijn familie niet leuk vindt, maar omdat onze avonden regelmatig werden onderbroken. Soms zaten we net samen te eten als mijn moeder belde en nam ik toch op. Hij vroeg waarom ik niet gewoon later terugbelde. Daar had ik eigenlijk geen goed antwoord op. Ik was zo gewend geraakt aan die dagelijkse gesprekken dat ik nauwelijks nog nadacht over wat ik zelf prettig vond.

Minder bellen 

Een paar maanden geleden besloot ik voorzichtig aan te geven dat ik wat minder vaak wilde bellen. Ik vertelde mijn moeder dat ik het druk had en dat ik het fijner zou vinden om bijvoorbeeld twee keer per week uitgebreid bij te praten. Ik dacht dat ze dat wel zou begrijpen, maar ze reageerde ontzettend gekwetst. Ze vroeg of ze me soms tot last was en zei dat ze alleen maar belangstelling toonde. Mijn vader vond dat ik overdreef en mijn zus vroeg waarom ik ineens zo afstandelijk deed.

Ik voelde me meteen verschrikkelijk. Het was helemaal niet mijn bedoeling om iemand verdriet te doen. Ik hou ontzettend veel van mijn familie en vind het fijn dat we zo’n goede band hebben. Alleen wil ik niet het gevoel hebben dat ik iedere dag beschikbaar moet zijn. Toch begon ik na hun reacties weer vaker op te nemen, simpelweg omdat ik geen zin had in gedoe. Daarmee was ik eigenlijk terug bij af.

Iedereen inschakelen 

Het omslagpunt kwam toen ik op een zondagmiddag met mijn vriend aan het wandelen was. Mijn moeder belde en ik liet mijn telefoon in mijn tas zitten. Binnen tien minuten had ik twee gemiste oproepen en een berichtje van mijn zus met de vraag of ik mijn moeder even wilde terugbellen. Ik schrok en dacht dat er iets ernstigs was gebeurd. Toen ik belde, bleek mijn moeder alleen te willen vragen of we volgende week kwamen eten. Ik werd boos, misschien wel bozer dan nodig was, en zei dat ze niet meteen iedereen hoefde in te schakelen als ik een keer niet opnam.

Daarna hebben we opnieuw gepraat. Dit keer heb ik duidelijker uitgelegd dat minder bellen niet betekent dat ik minder van ze hou. Ik wil graag betrokken blijven bij hun leven, maar ik wil ook mijn eigen tijd kunnen indelen. Mijn moeder vond het nog steeds lastig en zei dat ze bang was dat we uit elkaar zouden groeien. Dat raakte me, maar ik heb geprobeerd niet meteen weer toe te geven.

Niet zonder slag of stoot 

Inmiddels bellen we iets minder vaak, al gaat dat niet zonder slag of stoot. Mijn moeder maakt soms een opmerking dat ze me bijna nooit meer spreekt, terwijl we elkaar twee dagen eerder nog uitgebreid hebben gebeld. Mijn zus vindt het nog steeds vreemd dat ik niet altijd meteen reageer. Maar ik merk dat ik zelf rustiger word nu ik niet meer bij ieder telefoontje alles laat vallen.

Ik hoop dat mijn familie uiteindelijk begrijpt dat een goede band niet betekent dat je elkaar iedere dag hoeft te spreken. Soms heb ik gewoon niets bijzonders te vertellen en wil ik lekker mijn eigen gang gaan. Dat zegt niets over hoeveel ik van ze hou. Sterker nog, als we elkaar wat minder vaak spreken, heb ik meestal veel meer zin om echt bij te praten. En dat lijkt me uiteindelijk voor iedereen een stuk gezelliger.”

Meer persoonlijke verhalen lezen? Check de artikelen hieronder:

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.