Milou was jarenlang doodsbang voor de dood, tot haar therapeut met een opvallend advies kwam
Milou Verbeke vermeed jarenlang alles wat met de dood te maken had. Haar therapeut adviseerde precies het tegenovergestelde: duik er volledig in. Ze sprak stervenden, artsen en filosofen en schreef Is er ook een handleiding?. Haar doodsangst veranderde.
“Ik weet nog dat ik als kind in bed lag na te denken”, vertelt Verbeke over haar eerste herinneringen aan die angst. “Op die leeftijd ga je beseffen wat de dood inhoudt. Ik vond het een heel eng en naar idee dat je dan nooit meer terugkomt, dat het leven stopt.”
Vooral het idee van niet meer bestaan vond ze ongrijpbaar. En waar andere kinderangsten soms vanzelf naar de achtergrond verdwijnen, gebeurde dat bij Verbeke niet.
Milou vermeed jarenlang alles wat met de dood te maken had
Jarenlang probeerde ze de dood juist zoveel mogelijk buiten de deur te houden. Boeken waarin iemand op een verdrietige manier overleed, liet ze liggen. Films over de dood hoefde ze evenmin te zien.
Toen haar opa overleed toen ze 12 jaar was, kwam dat hard aan. “Ik sprak er ook liever niet over. Het idee dat mensen van wie je houdt ooit dood kunnen gaan, vond ik vreselijk.”
Uiteindelijk besloot ze hulp te zoeken voor haar angst. Haar therapeut kwam vervolgens met een advies waar Verbeke op zijn zachtst gezegd niet direct enthousiast van werd.
“Ze zei dat het lastig was, omdat je de meeste exposuretherapie kunt opbouwen. Maar de dood kun je niet oefenen.” In plaats daarvan moest Verbeke zich er juist volledig in onderdompelen. “Ze zei: ik denk dat je er mensen over moet spreken en dat je misschien zelfs wel een boek moet schrijven. Duik diep in die angst en kijk wat het met je doet.”
“Ik stond niet te springen bij dat advies”, vertelt ze aan BEDROCK. Toch bleek het achteraf precies te zijn wat ze nodig had.
Voor haar doodsangst sprak Milou met mensen die gingen sterven
Voor Is er ook een handleiding? ging Verbeke op zoek naar antwoorden. Ze sprak met filosofen en wetenschappers, maar ook met mensen die beroepsmatig of persoonlijk van heel dichtbij met de dood te maken kregen. Onder anderen psychiater Dirk De Wachter, schrijver Maartje Wortel, arts Esther van Fenema en longarts Sander de Hosson komen in het boek aan het woord.
Sommige gesprekken waren behoorlijk confronterend. Zo sprak Verbeke een moeder die haar kind had verloren. Een andere vrouw die ze interviewde was ongeneeslijk ziek en overleed later. Ze liet haar man en jonge dochter achter.
“Ik heb zelf ook kinderen, dus ik hield het tijdens dat interview niet helemaal droog. De dood is zo’n groot ding. Tijdens die gesprekken voel je heel erg wat er allemaal bij komt kijken. Dat is zo verdrietig.”
Tegelijkertijd ontdekte ze iets anders. Een boek over de dood bleek haast automatisch ook een boek over het leven te worden. “De dood gaat over rouw en verlies, maar heeft ook heel veel met liefde te maken. Hoe je in het leven staat, heeft veel te maken met hoe je uiteindelijk naar de dood kijkt.”
Longarts Sander de Hosson: kun je ook níét bang zijn als de dood eraan komt?
Een van de gesprekken die haar kijk op sterven veranderde, was dat met longarts en schrijver Sander de Hosson. Hij begeleidt veel mensen in de laatste fase van hun leven.
Een groot deel van Verbekes angst draaide om die laatste periode. Want wat gebeurt er als je weet dat je binnenkort doodgaat? Is dat niet doodeng?
De Hosson vertelde haar dat hij in de praktijk ook iets anders ziet. Mensen die ernstig ziek zijn, kunnen op een gegeven moment bijvoorbeeld vooral opgelucht zijn wanneer ze geen pijn meer hebben. Zeker bij oudere patiënten kan er volgens hem ook acceptatie ontstaan.
Een verhaal over een oudere vrouw met kanker bleef Verbeke bij. De vrouw kon nog behandeld worden, maar besloot daarvan af te zien. “Ze zei: het hoeft van mij niet meer. Ik heb een mooi leven gehad, ik vind het wel goed zo”, vertelt Verbeke. “Door dat soort dingen dacht ik: het kan ook zo gaan. Het kan ook gewoon goed zijn.”
Sander de Hosson vertelt hoe een man lepeltje-lepeltje in de armen van zijn vrouw stierf
Nog een verhaal van De Hosson maakte indruk. In het ziekenhuis waar hij werkt, kan gebruik worden gemaakt van een koppelbed, zodat een geliefde naast iemand kan liggen die stervende is.
Hij vertelde over een ouder echtpaar. Toen duidelijk was dat de man zou overlijden, wilde zijn vrouw bij hem liggen.
“Ze zijn lepeltje-lepeltje gaan liggen en hij is in haar armen gestorven”, vertelt Verbeke. “Dat zijn de mooie verhalen die er óók zijn.”
Het veranderde de dood niet ineens in iets waar ze naar uitkijkt. Maar de gesprekken lieten haar wel zien dat sterven niet per definitie hoeft te verlopen volgens het angstbeeld dat ze sinds haar jeugd met zich meedroeg.
Waarom praten we zo weinig over de dood?
Opvallend genoeg is de dood zo’n beetje de enige zekerheid die we allemaal hebben, terwijl we het onderwerp liever vermijden. Volgens Verbeke geldt dat niet alleen voor mensen die er bang voor zijn.
“Er zijn veel mensen bang voor de dood, en mensen die er niet bang voor zijn, vinden het vaak alsnog een stom onderwerp. We praten er gewoon niet graag over.”
Jonge mensen zijn er volgens haar doorgaans minder mee bezig. Naarmate we ouder worden, worden we vaker geconfronteerd met ziekte, verlies en sterfelijkheid. Juist daarom vindt ze het belangrijk om het gesprek eerder te voeren.
Dat hoeft bovendien niet alleen over grote levensvragen te gaan. Schrijver en arts Bert Keizer wees haar tijdens hun gesprek ook op de praktische kant. Wie nooit over de eigen dood praat en niets regelt, kan nabestaanden achterlaten met allerlei beslissingen waar zij niet op voorbereid zijn.
Is Milou nu niet meer bang voor de dood?
Na al die gesprekken, onderzoeken en uiteindelijk een heel boek is de voor de hand liggende vraag: is de angst verdwenen?
“Ik vind het nog steeds een rotconcept”, zegt Verbeke. “Maar ik ben er wel minder bang voor geworden, in de zin dat ik er makkelijker over praat.”
Ze ziet nu bovendien beter wat voortdurend verzet tegen de gedachte aan de dood met iemand kan doen. “Zo bang zijn zit je tegen. Omarm dat het er is, want je ertegen verzetten geeft veel stress en spanning.”
En misschien veranderde niet alleen haar verhouding tot de dood. Ook haar kijk op het dagelijks leven verschoof. Verbeke sprak meerdere mensen die stervende mensen begeleiden en zag bij hen steeds iets vergelijkbaars: zaken die normaal ontzettend belangrijk kunnen lijken, worden vanuit dat perspectief ineens een stuk kleiner.
“Uiteindelijk gaat het om liefde. Dat klinkt misschien cliché, maar clichés zijn vaak waar.”
Ze probeert zichzelf daarom vaker af te vragen waar ze haar tijd en aandacht eigenlijk aan wil besteden. “Als je straks oud bent en iemand vraagt: heb je het leven geleid dat je wilde leiden? En je kunt daar niet met ‘ja’ op antwoorden, dan is dat zonde.”
Dat is een belangrijke les die haar zoektocht naar de dood haar opleverde. We kunnen eindeloos piekeren over iets waar we uiteindelijk geen zeggenschap over hebben. Maar over wat eraan voorafgaat, hebben we een stuk meer te zeggen.
“Je hebt geen invloed op de dood”, sluit Verbeke af. “Maar je hebt wel invloed op het leven.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.bedrock.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F10%2FSophie-Rietmulder.jpeg)