Bijgeloof op het WK: dit is waarom dat niet helemaal onzin is
Van gelukssokken tot vaste wedstrijdrituelen: als het WK begint, stappen niet alleen de beste voetballers ter wereld het veld op. Ook hun bijgeloof reist mee. En opvallend genoeg blijkt daar meer wetenschap achter te zitten dan veel mensen denken.
Een spits die altijd als laatste het veld betreedt. Een keeper die voor elke strafschop dezelfde beweging maakt. Een aanvoerder die weigert zijn “geluksonderbroek” te wassen zolang zijn ploeg wint, en ook supporters kunnen er wat van.
Waarom grijpen sporters naar bijgeloof?
Voor buitenstaanders lijkt het vaak irrationeel. Toch zijn zulke rituelen diep verweven met topsport. Uit een internationale literatuurstudie blijkt zelfs dat bijgeloof in de sport eerder regel dan uitzondering is. Meer dan de helft van de sporters geeft aan minstens één vorm van bijgeloof te hebben, terwijl ruim 90 procent sport-specifieke rituelen gebruikt. Vooral topsporters en teamsporters blijken er gevoelig voor.
Het antwoord ligt niet zozeer in magie, maar in psychologie. Sport is onvoorspelbaar. Een speler kan perfect voorbereid zijn en toch verliezen door een ongelukkige stuit of een arbitrale beslissing. Juist in zulke situaties zoeken mensen naar controle.
Onderzoekers concluderen dat bijgeloof vaak fungeert als een copingmechanisme. Rituelen verminderen spanning, geven psychologisch comfort en kunnen prestaties verbeteren via een placebo-effect. Met andere woorden: als een speler gelooft dat een bepaalde handeling helpt, kan dat geloof alleen al een positief effect hebben op zijn optreden.
Dat verklaart waarom rituelen juist tijdens grote toernooien zoals een WK zo zichtbaar worden. De druk is immens, de onzekerheid groot.
Die gelukssokken zijn niet helemaal onzin
Sommige sportieve bijgeloven hebben zelfs een wetenschappelijke basis. Zo blijkt dat het dragen van een zogenaamd geluksvoorwerp het zelfvertrouwen kan vergroten en wedstrijdspanning kan verlagen. Hetzelfde geldt voor vaste routines voor een wedstrijd. Psychologen spreken dan van een pre-performance routine: een reeks handelingen die helpt om focus te vinden en zenuwen onder controle te houden.
Ook visualisatie – het vooraf in gedachten succesvol uitvoeren van een actie – wordt al jaren gebruikt binnen de sportpsychologie. Daarbij activeren sporters vergelijkbare hersengebieden als tijdens de daadwerkelijke uitvoering van een beweging. Het is feitelijk een mentale training.
Zelfs de klassieke vaste wedstrijdmaaltijd blijkt niet alleen een kwestie van bijgeloof. Vertrouwde voeding vermindert stress, voorkomt verrassingen voor de maag en geeft sporters een gevoel van controle.
Waarom bijna iedereen een beetje bijgelovig is
Niet alleen topsporters zijn gevoelig voor rituelen. Onderzoek suggereert zelfs dat vrijwel iedereen in meer of mindere mate bijgelovig is.
Waar oudere peilingen vaak uitkwamen op ongeveer een kwart van de bevolking, concludeerden onderzoekers onlangs dat slechts 3 procent van de deelnemers volledig vrij was van bijgeloof. Zodra zowel overtuigingen als gedragingen worden meegenomen, blijkt ongeveer 97 procent van de mensen ergens een vorm van bijgeloof te vertonen.
Dat hoeft niet eens te betekenen dat iemand écht gelooft in geluk of pech. Veel mensen voeren rituelen uit voor de zekerheid. Denk aan op hout kloppen of vingers kruisen als er gegrapt wordt dat Nederland de wedstrijd gaat verliezen. Psychologen noemen dat soms half-belief: rationeel weten dat iets waarschijnlijk geen effect heeft, maar het toch doen omdat het goed voelt.
Een oeroude overlevingsstrategie
Misschien zit de verklaring nog dieper. Evolutionair onderzoek suggereert dat mensen van nature geneigd zijn verbanden te zien, zelfs wanneer die er niet altijd zijn. Vanuit overlevingsoogpunt kan dat nuttig zijn. Wie één keer te veel denkt dat geritsel in de bosjes een roofdier betekent, heeft een grotere kans om te overleven dan iemand die een echt gevaar negeert.
Ons brein lijkt daardoor geprogrammeerd om soms liever een verkeerd verband te leggen dan een potentieel belangrijk signaal te missen. Volgens onderzoekers kan die neiging verklaren waarom bijgeloof zo hardnekkig aanwezig blijft in vrijwel alle culturen. En dus ook dat je vriend altijd zijn rode sokken aantrekt als het Nederlands elftal moest spelen, omdat ze ooit wonnen toen hij die sokken droeg.
Wat betekent dat voor het WK?
Waarschijnlijk dat er de komende weken weer genoeg opvallende rituelen te zien zijn. Spelers die dezelfde muziek luisteren, coaches die telkens op dezelfde plek zitten of supporters met de opmerkelijkste rituelen.
Of het daadwerkelijk wedstrijden wint? Daar is geen bewijs voor. Maar als een ritueel stress vermindert, focus vergroot en zelfvertrouwen versterkt, kan het indirect wel degelijk helpen.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.bedrock.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F10%2FSophie-Rietmulder.jpeg)