Ik at 30 verschillende planten per week en dit is wat het deed voor mijn gezondheid
Dertig verschillende planten per week eten. Het klinkt als een boodschappenlijst voor een moestuin, maar volgens voedingswetenschappers is het juist een verrassend haalbaar en gezond principe. Steeds meer diëtisten en artsen noemen het 30-planten-per-week-principe als een eenvoudige manier om je voeding gevarieerder en gezonder te maken, zonder calorieën te tellen of strenge diëten te volgen.
Het idee komt uit onderzoek naar darmgezondheid en omdat het een eetpatroon is dat gaat om variatie, blijkt het vooral goed voor je microbioom. Hoog tijd dus, om dat eens uit te gaan proberen. BEDROCK’s Sophie neemt de proef op de som.
Niet meer, maar gevarieerder
Aan het begin van deze uitdaging wilde ik eigenlijk al meteen stoppen. Want hoe komt een normaal mens aan dertig planten per week? Dat is drie keer 10 verschillende soorten groenten en fruit! En daar maakte ik mijn eerste fout. Onder planten vallen niet alleen groenten en fruit, maar ook noten, zaden, peulvruchten, kruiden, specerijen en volkoren granen. Een handje spinazie telt net zo goed mee als een lepel linzen of een snufje kaneel, en dat maakte de boel net wat makkelijker.
Het idee achter dit voedingsadvies is vrij simpel. Door veel verschillende plantaardige voedingsmiddelen te eten, voed je verschillende soorten darmbacteriën. En juist die diversiteit in je darmen is belangrijk. Je hoeft dus niet méér te eten, maar juist gevarieerder.
Dit doen al die planten voor je
Groot internationaal onderzoek naar darmgezondheid, waaronder het bekende American Gut Project, laat zien dat mensen die wekelijks minstens dertig verschillende plantaardige voedingsmiddelen eten, een aanzienlijk diverser microbioom hebben dan mensen die er minder dan tien eten.
Die bacteriële diversiteit wordt in verband gebracht met een betere spijsvertering, een sterker immuunsysteem en minder ontstekingen in het lichaam. Simpel gezegd: hoe meer soorten vezels je eet, hoe meer verschillende bacteriën daarvan kunnen profiteren.
Altijd maar dezelfde groenten
Afijn, op naar dat boodschappenlijstje dan maar. Want hoe erg ik het ook vind om toe te geven, veel verder dan die wekelijkse bananen, die appel die ik de hele tijd van en naar kantoor meeneem, een courgette, een paar uien, tomaten en de opmerking ’telt een groentekroket ook als groente?’ kwam ik de afgelopen maanden niet. Hallo, ik ben Sophie en ik heb een fruit- en groentenfobie.
Of nou ja, ik ben er natuurlijk niet echt bang voor, maar ik weet ook niet zo goed wat ik er allemaal mee moet. Ik houd me graag aan mijn vaste recepten en de afgelopen maanden at ik, dankzij mijn leven in New York, meer buiten de deur dan thuis.
Makkelijker dan ik dacht
Het Amerikaanse, en vaak bewerkte, eten was hartstikke lekker, maar deed niet veel voor mijn gezondheid. Terug in Nederland betekent dus ook: terug in het gareel. Afgelopen maand vulde ik mijn winkelwagentje dan ook met allemaal verschillende groenten, fruit, pitten en zaden. En wat bleek? Dat variëren is makkelijker dan gedacht. Havermout met appel, walnoten en kaneel? Dat zijn er al vier. Een salade met sla, tomaat, komkommer, kikkererwten, avocado en kruiden? Zo zit je op tien.
Een andere truc die ik graag toepas is zaden, noten en pitten door mijn yoghurt gooien. Een zakje lijnzaad of een pittenmix is totaal niet duur, maar helpt wel mee aan het gezonder maken van je darmen én dus ook aan je algehele gezondheid.
Dit merk ik van alle planten
De grote vraag is natuurlijk: hoe voel ik me bij dit nieuw aangenomen dieet? Ik moet eerlijk zeggen dat ik de eerste week een beetje van slag was. Mijn opgeblazen buik vroeg zich hardop af waarom het ineens zoveel vezels binnenkreeg, terwijl ik me mopperend afvroeg waar ik aan was begonnen. Klassieke beginnersfout. Als iemand die weinig variatie in haar dieet had, had ik de boel beter rustig kunnen opbouwen.
Maar nu ik gewend ben kan ik maar één ding zeggen: ik voel me hartstikke lekker. Misschien is het ook deels psychisch hoor, dat het gewoon fijn voelt om de touwtjes van je eigen gezondheid in handen te nemen. Maar dit 30-planten-principe zorgt, afgezien van de eerste week, ook voor een rustige buik, iets wat ik al lang niet heb gehad.
Volgens de wetenschap wordt dit dieet gekoppeld aan stabielere bloedsuikers, minder energiedips en een betere weerstand. Dat komt doordat plantaardige voeding rijk is aan vitaminen, mineralen en bioactieve stoffen. Tja, dat kan ik natuurlijk alleen maar met open armen verwelkomen.
Wees niet te streng voor jezelf
Een belangrijk voordeel is dat het geen klassiek dieet is. Er zijn geen verboden producten en geen schuldgevoelens. Het principe nodigt uit om nieuwsgierig te eten en nieuwe smaken te ontdekken. Red je het niet altijd om aan 30 planten per week te komen? Dat is helemaal niet erg. Het is juist de bedoeling dat je bewuster naar gevarieerde voeding kijkt. Creatief omgaan met je eetpatroon moet ook leuk blijven. Als het te veel een moetje wordt, dan is afhaken heel aantrekkelijk.
Voor veel mensen werkt dit dan ook motiverender dan strenge voedingsregels. In plaats van minder mogen eten, draait het om toevoegen. Dat zorgt er vaak vanzelf voor dat ultrabewerkte producten minder ruimte krijgen. Het resultaat? Elke week een beetje groener, kleurrijker en gevarieerder eten. Ik ben fan!
Zin om zelf aan de slag te gaan met het groeien van eetbare planten? BEDROCK vertelt je hier wat je allemaal in je tuin kunt planten.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.bedrock.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F10%2FSophie-Rietmulder.jpeg)