Waarom onthouden we niet alles? En wanneer sneuvelen herinneringen?

We vergeten meer dan we onthouden

De discussie met mijn vriend of we voor lamp A of lamp B zouden gaan – die zit in mijn geheugen gegrift. Ook onthouden: het werd lamp A (nee, die had niet mijn voorkeur). Maar stel ik me aan iemand voor, dan vergeet ik altijd de naam van de ander. Vraag je me wat iemand gisteren aan had, dan haal ik mijn schouders op. Wat bepaalt of je iets onthoudt of vergeet?

We onthouden hoe we dingen moeten doen (lopen, lezen, schrijven) en herinneren ons allerlei gebeurtenissen (zonnige vakanties, dronkemansacties van anderen en eigen blunders). Dat is maar goed ook, want herinneringen heb je nodig. Stel je eens voor dat je geen geheugen hebt. Je kunt met niemand een persoonlijke relatie opbouwen, je kunt niet leren (lopen, lezen, schrijven) en ook niet op een normale manier communiceren. Zowel cognitief als emotioneel zijn herinneringen onmisbaar.

Een boekenkast met wankele poten

Al ruim honderd jaar buigen psychologen zich over het proces van opslaan, herinneren en vergeten. Hoe dat precies verloopt, is tot op de dag van vandaag nog steeds onbekend. Wat we wel weten: ons geheugen werkt niet zo logisch. Je geheugen is een samenstelling van allerlei afzonderlijke processen en systemen, opgebouwd uit neurale structuren. Herinneringen liggen niet opgeslagen op één plek in de hersenen en zijn ook niet keurig verdeeld over alle hersengebieden. Het is geen boekenkast die op kleur is gesorteerd, eerder eentje met wankele poten.

We hebben ons geheugen voor de toekomst

Om herinneringen aan te maken, gebeurt er van alles in de kronkels boven in ons hoofd. De eerste fase is het coderen van gebeurtenissen: gebeurtenissen worden bewust geregistreerd. Daarna worden herinneringen versterkt, door de wirwar aan zenuwcellen stevig aan elkaar vast te lijmen. Ze vormen hierdoor een bepaald patroon. Tot slot worden herinneringen opgehaald. Wetenschappers hebben ontdekt dat de verbindingen sterker worden wanneer je vaker de herinneringen ophaalt. Hierdoor kan dezelfde informatie de volgende keer een stuk sneller worden verwerkt en gevonden.

Wel je nieuwe postcode, geen wiskundige formule

We weten nu hoe herinneringen worden opgeslagen in het brein en dat een herinnering sterker wordt naarmate we die vaker gebruiken. Maar wat is de basis van wel of niet onthouden? We onthouden vooral wat afwijkt van het gemiddelde. We hebben ons geheugen voor de toekomst. Zo onthouden we nare dingen voor ons eigen bestwil: ze houden ons in de toekomst uit de moeilijkheden. Ook heel fijne herinneringen blijven bewaard.

Vooral in het grijze gebied tussen piekervaringen en nare gebeurtenissen wordt flink geruimd. Sterker nog: we vergeten meer dan we onthouden, stelt hoogleraar psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen Douwe Draaisma in zijn boek Vergeetboek. Herinneringen blijven slechts in grote lijnen achter, waardoor het geheugen heel efficiënt werkt. Door te vergeten maken we schoon schip. We ruimen de gebeurtenissen op die niet meer belangrijk zijn en maken plek voor nieuwe ervaringen die er (op dat moment) wel toe doen. Die wiskundige formule die je op de middelbare school moest weten voor je examen, maar je al jaren niet meer hebt gebruikt, maakt zo plaats voor je nieuwe postcode.

Waarom maakt ons geheugen niet uit zichzelf een mooi fotodagboek van het leven? Het ligt niet aan de capaciteit van ons geheugen: die kan wel twee tot drie levens onthouden. Het is gewoon niet zinvol om alles te onthouden, omdat we dan geen onderscheid kunnen maken tussen belangrijke en onbelangrijke dingen.

Geen exacte kopieën

Over het algemene blijven werkelijk belangrijke dingen bewaard in het geheugen. En vergeten we het stof en gruis. Maar niet altijd. En die scheiding is ook niet altijd even betrouwbaar. Het gaat er namelijk een stuk willekeuriger aan toe dan we vaak denken. De manier waarop we onze herinneringen vastleggen, is volgens Douwe Draaisma nog het beste te vergelijken met een rommelig aantekeningenboekje, waarin alles is doorgekrast en later weer bijgeschreven.

Het gevolg van zo’n rommelig aantekeningenboekje is dat onze herinneringen vaak eerder reconstructies zijn dan exacte kopieën van onze vroegere ervaringen. In dat rommelige aantekeningenboekje staan ook nog ervaringen die niet nuttig zijn en zijn gebeurtenissen doorgekrast die je wel had willen onthouden (dat blijkt vaak pas achteraf).

Bovendien: complete aantekeningen maken is niet de sterkste kant van je geheugen. Er ontstaan wel eens gaten. Houden we niet zo van, dus vullen we de gaten zelf weer aan. Zo kun je die dag dat je uren zoekt naar een fijn restaurant, onthouden als een heerlijke avond waarbij je lekker hebt gegeten. Je vergeet even dat je, om die gezellige avond te bereiken, wel uren hebt moeten slenteren door de stad.

Wanneer we iets vergeten of onthouden – een makkelijk antwoord is er niet. Ik houd het erop dat de écht belangrijke dingen wel blijven plakken, als ik daar zelf ook een beetje mijn best voor doe. En dan neem ik er maar genoegen mee dat ik mijn verleden misschien door een iets te roze bril zie en out of the blue dingen herinner waar ik niets aan heb. Zoals de songtekst van We’re going to Ibiza (sorry als die nu de hele dag ook in jouw hoofd zit).

Meer lezen

Hoe betrouwbaar zijn onze jeugdherinneringen?