Hoe vrouwen langzaam de arbeidsmarkt overnemen

Op de gelijkheidsindex scoort Nederland laag, maar de cijfers liegen er niet om

Als we de krantenkoppen moeten geloven, is het slecht gesteld met de vrouwenemancipatie in Nederland. Maar intussen is de feminisering van de arbeidsmarkt in volle gang.

Wie over twintig jaar kiespijn heeft, wordt waarschijnlijk door een vrouwelijke tandarts geholpen. In 2016 was ruim 39 procent van de tandartsen vrouw. Dat percentage zal de komende jaren exponentieel toenemen. Van de tandartsen onder de 39 jaar is bijna zestig procent vrouw en van alle eerstejaars op de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam waren vorig jaar bijna tachtig procent vrouwen. Bij andere beroepen in de zorg zijn dezelfde trends waarneembaar. Ook (dieren)artsen, medisch specialisten en apothekers in opleiding zijn voornamelijk vrouw. En binnen de journalistiek en het recht (rechters, notarissen en advocaten) is ook al sprake van feminisering.

Onderwijs

De grootste oorzaak voor deze vervrouwelijking van de arbeidsmarkt is het onderwijs. Vrouwen doen het daarin op alle fronten beter dan mannen. Ze volgen vaker hogere vormen van onderwijs en halen vaker en sneller hun diploma. Daarom dus ook die veelbesproken (en verguisde) SIRE-reclame, omdat er mensen zijn die vinden dat in de huidige manier van onderwijs niet genoeg oog is voor jongens. Daar valt ook genoeg over te zeggen, maar nu gaat het even over de vrouwenzaak.

We leven niet meer in een industriële samenleving waarin fysieke kracht en hiërarchie belangrijk zijn

Slechte score

Wie de cijfers bekijkt, kan moeilijk ontkennen dat de vrouw in de komende jaren snel aan terrein wint op de arbeidsmarkt. Toch lezen we in de kranten nog regelmatig deprimerende berichten. Zo zou Nederland slecht scoren op de gelijkheids-index (nog onder landen als Rwanda, Burundi en Nicaragua), bijvoorbeeld omdat vrouwen vaker in deeltijd werken en minder verdienen dan hun mannelijke collega’s. Hoe zit dat? In De Groene Amsterdammer stond afgelopen april een nauw uiteengezet essay over dit onderwerp. Janneke Plantenga, hoogleraar economie van de welvaartsstaat aan de Universiteit Utrecht, ontkrachtte in dat artikel de gedachte dat het slecht gaat met de vrouwenzaak in Nederland. Integendeel.

Overleven in het digitale tijdperk

“De waarden van de toekomstige arbeidsmarkt zijn feminiener. We leven niet meer in een industriële samenleving waarin fysieke kracht en hiërarchie belangrijk zijn. Wel in een diensteneconomie waarin het veel meer draait om overtuigen, communicatie, intermenselijke verhoudingen en sfeer. Het lijkt erop dat vrouwen daar net wat meer oefening en affiniteit mee hebben. Daardoor hebben ze in het digitale tijdperk een betere kans op overleven,” vertelt ze.

Vrouwen verdienen gemiddeld minder dan mannen, maar de salarissen van jonge vrouwen tot dertig jaar zijn juist iets hoger dan hun mannelijke leeftijdgenoten

Trends

Dat blijkt, want wie iets verder kijkt dan de harde CBS-cijfers ziet heel andere trends. Vrouwen verdienen gemiddeld minder dan mannen, maar de salarissen van jonge vrouwen tot dertig jaar zijn juist iets hoger dan hun mannelijke leeftijdgenoten. De meeste vrouwen werken in deeltijd, maar wel in grote deeltijdbanen. Aan de top zijn vrouwen slecht vertegenwoordigd, maar op de plekken waar beslissingen vallen – beroepen met complexe taken – werken inmiddels bijna evenveel vrouwen als mannen (30 vs. 33 procent).

Kantelpunt

Tijdens de recessie verloren bovendien vooral mannen hun baan, terwijl de werkloosheid onder vrouwen gelijk bleef. Nu de werkgelegenheid weer in de lift zit, zou deze tijd zomaar eens een kantelpunt kunnen zijn, denkt Plantenga. Daarin volgen we de trend van Amerika, waar de beroepsbevolking voor het eerst in de geschiedenis uit meer vrouwen dan mannen bestaat. Plantenga: “Als we de kant van Amerika op gaan, hebben we over een paar jaar geen tobberige krantenkoppen meer over vrouwen, maar over mannen die achterop raken.”

Meer Bedrock?

Ben ik wel feministisch genoeg?