Als minimalisme te ver gaat: ‘Ik heb te veel weggedaan’
In Het Dilemma duiken we wekelijks in de kleine en grote worstelingen van duurzaam en bewust leven. Want hoe graag we ook betere keuzes willen maken, gemak, sociale verwachtingen en oude patronen zitten ons vaak in de weg. Deze week: het dilemma van Miriam (41).
Miriam probeert al een tijdje minimalistisch te leven. Minder spullen, minder rommel en meer overzicht. Maar hoe minder er in huis staat, hoe meer ze het gevoel krijgt dat er ook iets anders verdwijnt: de gezelligheid.
Het dilemma van Miriam: de gezelligheid in huis verdwijnt
“Ik ben een paar jaar geleden begonnen met opruimen, omdat ik merkte dat mijn huis veel te vol stond. Ik was gek op spullen en kleine tierlantijnen, maar het ging te ver. Ik begon met het leeghalen van een kast, toen een kamer, en uiteindelijk bijna mijn hele huis. Het gaf me echt rust. Minder prikkels, minder chaos in mijn hoofd. Dat voelde heel goed.
Ik ben er op een gegeven moment wel een beetje in doorgeschoten. In het begin was ik nog kritisch, maar daarna werd het steeds makkelijker om dingen weg te doen. Soms misschien té makkelijk. Dan dacht ik: weg ermee, dat ruimt lekker op. Maar achteraf heb ik daar ook weleens spijt van. Dingen die eigenlijk sfeer gaven, of waar toch herinneringen aan zaten.
Zoals een vaasje dat ik ooit van een vriendin kreeg, of een sieraad dat ik allang niet meer droeg, maar waar ik achteraf toch aan gehecht was. Zelfs foto’s en kleine souvenirs van vakanties heb ik zonder al te veel nadenken weggedaan. Ik besefte: hier kan ik óók te ver in gaan.
Twijfelen over spullen
Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat ik ergens bang ben om weer terug bij af te zijn. Alsof één kaarsje of een plantje het begin is van een glijdende schaal, en ik voor ik het weet weer tussen de spullen zit. Terwijl ik juist zo geniet van de rust die ik nu heb.
Zelfs bij iets kleins kan ik al twijfelen. Ik zie dan iets leuks en denk meteen: ja, dit maakt het gezelliger. Maar vrijwel direct daarna komt die andere gedachte: heb ik dit écht nodig? Alsof er een soort rem op zit. Terwijl ik ook wel weet dat sfeer juist zit in die kleine dingen. Alleen voelt het soms alsof ik mezelf dat niet meer gun.
Mijn vrienden zeggen weleens dat ik het allemaal wat losser mag zien. Dat het niet meteen weer uit de hand loopt als ik iets toevoeg. En ergens weet ik dat ook wel. Maar ik vind het lastig om dat vertrouwen te voelen. Wanneer is het een bewuste toevoeging, en wanneer glijd ik weer terug?
Minimalisme en warmte combineren
Ik merk dat ik eigenlijk op zoek ben naar iets ertussenin. Geen overvolle kamers meer, maar ook geen huis dat zo leeg voelt dat het bijna onpersoonlijk wordt. Ik wil dat het rustig is, maar ook warm. Dat je binnenkomt en denkt: hier wordt geleefd. Alleen hoe ik dat precies voor elkaar krijg, zonder weer door te slaan naar één van de twee kanten, daar ben ik nog steeds niet helemaal over uit.”
Haar vraag: hoe minimalistisch kun je zijn zonder dat je huis zijn sfeer verliest? En hoe zorg je dat het niet doorslaat naar kilheid, maar juist blijft voelen als een plek waar je graag bent?
Wat vind jij van dit dilemma?
Herken jij dit dilemma, of worstel je met iets soortgelijks? We zijn benieuwd hoe jij hiermee omgaat en welke keuzes jij maakt. Deel je gedachten op onze Facebook- of Instagrampagina en misschien help jij iemand anders weer een stapje verder richting bewuster leven.
Lees ook: Emma (34) durft geen tweedehands cadeaus te geven: ‘Bang dat mensen het raar vinden’
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.bedrock.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F10%2FSophie-Rietmulder.jpeg)