Zijn kunstenaars en zakelijke ondernemers uit hetzelfde hout gesneden?

De kunsten versus de commercie

Toen ik nog aan de HKU studeerde liep ik op een dag op een faculteit waar ik nooit kwam. Er stonden wat ‘inspirational quotes‘ op de muur waar ik weinig aandacht aan schonk, maar er was er één die me zo veel pijn aan mijn ogen deed dat het beeld ervan me nog altijd niet loslaat.

Het citaat dat op de muur stond was: ‘Het is niet creatief, tenzij het verkoopt.’ Ik klampte in verbazing wat medestudenten aan. ‘Staat dat er echt?’ ‘Waanzin,’ zei de één. ‘Het zal wel ironisch bedoeld zijn,’ zei de ander, en voegde er een twijfelachtige ‘…toch?’ aan toe.

Ik snap dat een WC-rollenfabrikant misschien creatief moet zijn om zijn concurrenten te slim af te zijn en zijn waren te slijten, maar een kunstenaar? Het citaat stond op de muren van de Hogeschool voor de Kunsten, dus het leek me aannemelijk dat het ook voor ons bedoeld was. De waarde van kunst bepalen door de verkoopbaarheid ervan is rechtstreeks langs het doel van kunst schieten als je het mij vraagt.

Zoals ik laatst al schreef ben ik een fan van The Book of Life en wie schetst mijn verbazing toen ik zag dat ze ook over dit onderwerp iets geschreven hebben.

Volgens het artikel heb je in principe twee kampen: zakenlui en kunstenaars. Aan de kant van de zakenlui staan de handelaren, fabrikanten, ondernemers en de meer commercieel ingestelde politici en wetenschappers. Aan de kant van de kunstenaars staan niet alleen schilders en beeldhouwers maar ook filosofen, toneelschrijvers, fotografen, hoveniers enzovoorts.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

De strijd tussen de twee groepen gaat ver terug. In het oude China werd commercie als een lage vorm van menselijke activiteit gezien. Zaken doen was misschien wel noodzakelijk, maar veel beter was het om je met leren en creatief zijn bezig te houden. In het Pruisen van de 18e eeuw was het voor de adellieden verboden om zich met commerciële carrières bezig te houden en voor de romantici in de 19e eeuw was het één van de meest saaie en onmenselijkste dingen die een mens zich kon wensen.

Volgens het artikel uit the book is een van de belangrijkste redenen waarom ‘kunstzinnigen’ op commercie neerkijken omdat zakenmensen hun ziel zouden verkopen aan geld. Ze zouden verbitterd en gevoelloos zijn. De kunstenaar daarentegen, is gevoelig.

Volgens een tweede artikel hebben ondernemers (die in het artikel entrepreneurs genoemd worden) en kunstenaars een cruciale eigenschap gemeen: gevoeligheid. Juist die gevoeligheid waarvan ‘creatieven’ vinden dat het ondernemers er aan ontbreekt.

Kunstenaars zouden die gevoeligheid op grofweg twee manieren uitten: als reactie op ‘plezier’, en als reactie op ‘pijn’.

Als voorbeeld hiervan wordt bijvoorbeeld een schilderij van Monet aangehaald waarmee hij de schoonheid (en daarmee het plezier) van de Normandische kust wist te vangen.

Als voorbeeld voor de reactie op ‘pijn’ wordt het ‘Barcelona paviljoen’ van architect Mies Van der Rohe aangehaald dat in 1929 werd gebouwd voor de wereldtentoonstelling in Barcelona. Een gebouw dat met zijn strakke lijnen, opgetrokken uit glas, staal en verschillende soorten marmer een icoon werd voor de moderne architectuur.

De modernisten waren op zoek naar een nieuwe vorm die hun (post-eerste wereld oorlog) wereld beter zou vertegenwoordigen. De traditionele architectuur was een symbool voor de gefaalde gevestigde orde en het feit dat er nog altijd ‘oude gebouwen’ werden gebouwd, maar dan met nieuwe technieken frustreerde van der Rohe. Deze frustratie zette hij om in zijn werk en hij inspireerde daarmee een hele generatie architecten.

27-20958

Zowel het werk van Monet als van Rohe zijn kunstzinnige uitingen die later werden gecommercialiseerd. Bijvoorbeeld door het toerisme in Normandië en de bouw en verkoop van modernistische gebouwen.

Voor beide werken was een hoge mate van gevoeligheid nodig, maar die gevoeligheid is niet alleen maar besteed aan kunstenaars. Soms zet die gevoeligheid voor plezier en pijn zich direct om in commercie.

Als voorbeeld hiervan wordt in het artikel van The Book of Life Airbnb CEO Brian Chesky aangehaald. Chesky haalde veel plezier uit couchsurfen; hij genoot ervan als mensen bij hem op een luchtbedje kwamen slapen omdat hij zo nieuwe mensen leerde kennen. Tegelijkertijd was hij gefrustreerd toen hij geen slaapplek kon vinden toen hij naar een conferentie wilde afreizen.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Als Chesky een kunstenaar was geweest had hij misschien een installatie gemaakt met matrassen of een lied gecomponeerd over hoe het is om in een vreemde woonkamer wakker te worden. Maar Chesky is een ondernemer en hij maakte geen kunstwerk, maar begon een bedrijf om zijn plezier te cultiveren en de frustratie tegen te gaan.

Ondernemingen kunnen een enorme en zeer directe positieve impact hebben op de wereld

Het punt wat The Book of Life probeert te maken is dat, hoewel het eindresultaat totaal anders is, zowel kunstenaars als ondernemers worden gedreven door een hoge gevoeligheid voor plezier en pijn en zich genoodzaakt voelen hier iets mee te doen; het mondt uit in een eindproduct. Kunstenaars en zakelijk ondernemers zouden dus niet zoveel van elkaar verschillen als wij graag denken en dit idee zou het imago van de commercieel ondernemer moeten oppoetsen: geen moneygrabber, maar een gevoelige ziel.

Op zich vind ik dit een raak punt, en het poetst het imago van een zakelijk ondernemer misschien wel deels terecht op. Ja: ondernemingen kunnen een enorme en zeer directe positieve impact hebben op de wereld. Vaak veel groter en directer dan kunst. Misschien moeten wij kunstenaars en zakelijk ondernemers inderdaad niet langer als twee tegenpolen categoriseren, maar als twee groepen mensen die op een andere manier hun gevoel voor plezier en pijn manifesteren.

Het idee is mooi, maar blijft ook lastig overeind staan als ik naar de zes kebabzaken kijk die hier binnen een straal van twintig meter aan dezelfde straat zijn gebouwd. Zag elk van die ondernemers hoe ‘blij mensen worden van kebab’ en hoe frustrerend het is dat je tien meter moet lopen voor je bij een kebabzaak bent? Of is geld in het laatje krijgen toch de belangrijkste motivatie? En als we kijken naar bedrijven als McDonalds en Shell; reageren deze op ‘plezier’ en ‘pijn’ en motiveert dat de directeuren om iets te doen in de wereld? Of is ook hier het plezier van macht en geld toch weer de drijfveer?

Het idee dat kunstenaars en ondernemers met dezelfde redenen bewegen is mooi en misschien ook wel waar, maar er is een cruciaal punt wat een kunstuiting en een zakelijke onderneming tot iets heel anders maken: geld. Geld kan zowel kunst als ondernemingen corrupt maken, maar vooral in de commerciële wereld worden idealen vaak overboord gegooid om toch geld te verdienen. De onderneming speelt dan misschien wel in op pijn en plezier, maar puur voor winstbejag. Een commerciële onderneming kan moeilijk bij zijn of haar idealen blijven omdat ze altijd op de markt moet reageren, waar kunst juist tegen alle conventies en verwachtingen in kan gaan.

Juist omdat commerciële ondernemingen een directere en grotere impact op onze wereld hebben dan kunst zullen we altijd kritisch naar ze moeten blijven kijken. Het slechte imago wat commerciële ondernemers hebben (wat volgens mij ook wel weer meevalt) hoeft dus niet zomaar opgepoetst te worden: het is aan de ondernemer om ons in het eindresultaat te laten zien dat ze lof verdienen. Hun impact op de wereld is te groot om ze te prijzen simpelweg omdat ze ondernemen.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.