Zeg ja! tegen taalverloedering

Tom Hofland 11 feb 2017 Mind

Op de schrijfopleiding (ja, die bestaat) had ik af en toe een akkefietje met een van mijn leraren. Ik gebruikte namelijk nog al eens woorden die volgens hem niet in de Nederlandse taal thuishoorden, zoals flip flop. "Schrijf dan gewoon teenslipper," zei hij met kwade wenkbrauwen. Ergens heb ik een groot respect voor de overtuiging die taalpuristen beweegt om de taal ‘de taal’ te houden. Ergens. Ver weg. Want dichter aan de oppervlakte van mijn ziel is taalverloedering één van mijn grote liefdes.

Die recalcitrantie jegens de taalregels begon al in mijn kinderjaren toen ik mijn naam als ‘mot’ schreef en consequent ‘joeft’ zei in plaats van ‘hoeft.’ Want als iedereen je begrijpt, waarom zou je je dan keurig aan de regels houden? Precies, dat joeft helemaal niet!

Onze woorden zijn plaatjes (of klanken) die ons gedachten en gevoelens proberen over te brengen. Het woord ‘bos,’ bijvoorbeeld, is niets meer dan een symbool. Eigenlijk is het woord ‘bos’ als je het leest hetzelfde als een schilderij van Cezanne, en als je het hoort hetzelfde als een compositie van Debussy. Misschien niet in de complexiteit ervan, maar wel in de intentie: het overbrengen van een gedachte of een emotie.

Je weet nooit zeker of iemand precies hetzelfde ervaart als wat jij probeert uit te drukken

Het woord ‘bos’ probeert het idee van een hele hoop bomen bij elkaar in jouw gedachten te stoppen. Het woord verwijst naar iets waarvan jij weet wat het is, net zoals een abstract schilderij of een muziekstuk naar emoties verwijzen die jij al in je hebt. Maar omdat het altijd een verwijzing is en niet de gedachte of de emotie zelf, zal het effect op iedereen anders zijn. Mijn ‘bos’ is niet jouw ‘bos’. Evenmin als dat jij dezelfde emoties voelt bij een stuk van Debussy.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Het is dus heel moeilijk om precies datgene in taal (of muziek, of abstracte beeldende kunst) over te brengen wat jij bedoelt. Je weet nooit zeker of iemand precies hetzelfde ervaart als wat jij probeert uit te drukken, ook al kun je heel sterk voelen dat je allebei hetzelfde denkt.

Daarom moeten we al blij zat zijn als we denken dat we elkaar begrijpen! Zeker weten kan namelijk niet. Dus waarom zo zuur vasthouden aan al die taalregeltjes terwijl het totaal niet bijdraagt aan wat ik zie als het doel van de taal? Of ik word nu met d of dt schrijf, de verwijzing blijft exact hetzelfde.

Iedereen weet hoe gênant het is wanneer je dt-fout door iemand wordt gecorrigeerd op Facebook. Persoonlijk vind ik dat je, wanneer je iemands spelling op Facebook verbetert, je in de eerste cirkel van de hel zou moeten zitten. Dat zeg ik natuurlijk omdat ik iemand ben die aan de lopende band tikfouten maakt, maar dan nog! Wie zich zo naarstig vastklampt aan de taalregels, zoals een drenkeling die zich aan een voorbij varend sloepje probeert op te trekken, maakt alleen maar de mensen in het sloepje boos. Deze metafoor werkt niet helemaal, maar je begrijpt waarschijnlijk ongeveer wat ik bedoel, en daar gaat het om.

Wanneer de boodschap secundair is aan de vorm waarin die wordt gegeven, is het einde zoek.

Enige tijd geleden zat ik in de trein. Een groep meisjes zaten tegen over elkaar en ik ving het volgende gesprek op.

‘Wat eet jij dan zoal?’
‘Tja. Ik maak vaak pasta met avocado en papika.’
‘Paprika?’
‘Ja’
‘Je zei papika’
‘Wat?’
‘Papika, zei je.’
‘Ja, klopt. En avocado.’
‘Ja, nee, maar je zei paPIka.’
‘Ja papika ja.’
Wat bedoel je?’
‘Het is paprika.’
‘Wat is papika?’
‘Je spreekt het verkeerd uit. PapRika, met een R.

‘…paprika?’
‘Ja.’
‘Nee, volgens mij is het papika.’
‘Nee toch. Het is toch paprika?’
‘Nee hoor. Hoor maar: een rode papika. Klinkt normaal toch?’
‘Nu begin ik ook te twijfelen.’
‘Papika chips.’
‘Ik ben in de war.’
‘Geloof me nou maar.’
‘Ik ga het googelen.’
‘Je weet toch wat ik bedoel?’
‘Ja, dat is waar. Maar toch.’

Het meisje googelt.

‘Het is paprika. Toch, met een R.’
‘Echt? Nou ja. Dat dus. Met advocado.’
‘Avocado?’
‘Ja, met paprika.’
‘Je zei advocado.’
‘Is het nu weer niet goed!?’
‘Laat maar.’

Die avond at ik pasta met papika en advocado, en het was heerlijk.

Kusjes en groetjes met handjes en voetjes,
Tom

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Zeg ja! tegen taalverloedering
Sluiten