Wanneer ben je écht depressief (en is het niet slechts ‘niet zo lekker in je vel zitten’)?

Joanne Wienen 4 jun 2017 Mind

Nadat journalist Francisca Kramer vorige week een artikel schreef over het voorkomen van een depressie, kwam er flink veel kritiek. Gebruiken we het woord depressie misschien te snel?

Om te beginnen, ik ben niet depressief. Nooit geweest ook. Wel ben ik iemand die iets van deze ziekte probeert te begrijpen. Omdat er mensen in mijn omgeving zijn die wél last hebben van depressieve gedachten. En ook omdat ik de cijfers ken. Ik weet dat bijna twintig procent van de volwassenen tussen de 18 en 64 jaar met depressie te maken krijgt. In absolute getallen zijn dat zo’n 546.500 volwassenen per jaar. Ik ben niet zo naïef om er klakkeloos vanuit te gaan dat ik nooit één van hen zal zijn.

En dus las ik vorige week geïnteresseerd het artikel van journalist en psychologie-student Francisca Kramer in Volkskrant Magazine. De kop was ‘Hoe voorkom je (zo goed als mogelijk) een depressie?’ Kramer had het gevoel zelf tegen een depressie aan te zitten en verdiepte zich in het onderwerp. Allereerst gaat ze in op de vraag: wanneer ben je dan precies depressief? Zo ontdekte ik dat er in de DSM-5 negen kenmerken van depressie staan. Van slapeloosheid en concentratieproblemen tot energieverlies. Als je ten minste twee weken lang voldoet aan minimaal vijf van die kenmerken, kan de diagnose klinische depressie al worden gesteld.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Ik ging terugdenken. Tenminste twee weken aan minimaal vijf van die kenmerken. Er zijn in mijn leven heus weleens perioden geweest dat ik helemaal niet lekker in mijn vel zat. Dat ik werkte en leefde op de automatische piloot, maar eigenlijk nergens echt plezier in had. Dat ik het liefst de hele dag in bed wilde blijven liggen. Maar was ik toen depressief? Neuh. Wel had ik liefdesverdriet of zat ik in zak en as vanwege een heftige ruzie met een goede vriendin. Hoewel ik het vast weleens zo heb benoemd tegenover vriendinnen, was ik niet depressief. Ik zat gewoon een tijdje niet zo lekker in mijn vel.

Ik hoor het om mij heen wel vaker. Mensen die hun tijdelijke sombere stemming meteen bestempelen als depressie, zonder daar verder bij na te denken. Of dat het woord wordt gebruikt om aan te duiden dat iets écht verschrikkelijk is. Als in: “ik moest weer langs mijn schoonmoeder, daar word ik nou écht depressief van”. Ik zag in dat achteloze gebruik van het woord nooit iets kwaads. Er werd toch niemand mee benadeeld? Na het lezen van Kramer’s artikel én de reacties daarop weet ik dat ineens niet meer zo zeker.

Het is geen kwestie meer van zin hebben, het gaat niet

Kramer geeft in het artikel praktische tips en tricks, zoals ‘ga op mindfulness’ of ‘word een positivo’. Journalist Marloes Leezer schreef daarop een opiniebrief naar de Volkskrant. “Het artikel van Francisca Kramer is het zoveelste in een lange reeks van ongetwijfeld goedbedoelde adviezen met een verwoestend effect. (…) “Want wat vooral blijkt uit het artikel, is dat Kramer geen idee heeft waarover ze spreekt. Depressie is niet ‘twee weken zo in de put zitten dat je nauwelijks zin hebt om uit bed te komen’. Het is geen kwestie meer van zin hebben, het gaat niet.” Leezer beschrijft in haar brief dat ze al die goedbedoelde tips en tricks al duizenden keren heeft gehoord en dat ze zich daardoor naast depressief ook nog eens enorm schuldig voelt, omdat het haar gewoonweg niet lukt om beter te worden.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Wanneer zit je ‘gewoon even in de put’ en wanneer ben je écht depressief? Ik denk dat Kramer’s tips hartstikke nuttig zijn als je een tijdje niet zo lekker in je vel zit en daar verandering in wil brengen. Maar als je, zoals Leezer aangaf, niets meer kan behalve het ‘tot in detail plannen van de eigen dood’ is er uiteraard een veel groter probleem. En ja, dan worden tips als ‘ga een stukje wandelen’, ‘sta gewoon op tijd op en begin aan je dag’ en ‘word een positivo’ opeens bijna lachwekkend, als ze niet zo pijnlijk zouden zijn.

Het blijft lastig om uitspraken over depressiviteit te doen als je het zelf nooit hebt meegemaakt. Ik weet niet hoe het voelt als er wordt gegrapt over depressie terwijl ik er echt last van hebt. Of hoe het voelt als ik voor de duizendste keer een goedbedoeld, maar volslagen nutteloos advies krijg over hoe je met die hardnekkige ziekte om moet gaan. Door Kramer’s artikel en Leezer’s reactie daarop zijn mij wel de ogen geopend. Misschien moet ook ik wat meer oppassen met mijn woorden, goedbedoelde tips én grappen.

Kramer’s artikel bevat volgens mij vooral veel nuttige adviezen voor mensen die een tijdje neerslachtig zijn en bang zijn dat ze daarin blijven hangen. Of voor mensen die van nature al wat somberder en melancholischer zijn. Alleen had dát dan misschien in de kop moeten staan.

Weten hoe het is om écht een diagnose depressie te krijgen? Journalist Bregtje Knaap schreef er voor Bedrock een reeks columns over.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Wanneer ben je écht depressief (en is het niet slechts ‘niet zo lekker in je vel zitten’)?
Sluiten