Waarom stellen we altijd alles uit tot het laatste moment? Bedrock’s psycholoog legt uit

Heel lang werd gedacht dat chronische uitstellers mensen met faalangst waren

Morgen maak ik een afspraak met de tandarts. Morgen. Echt. Volgende week ruim ik de garage op. Beloofd. En de belastingaangifte, ja die ga ik ook echt doen. Alleen even niet nu. Heel lang dacht ik dat ik de enige was die van alles uitstelde.

Blauwe enveloppen stapelden zich op, de tas met kleren voor de stomerij stond maanden in de gang, naast de vakantiekoffer van vorig jaar, en die van het jaar ervoor. Maar ik ben niet de enige, zo blijkt. De Canadese hoogleraar Piers Steel, die al tien jaar onderzoek doet naar uitstelgedrag, vertelt dat het regelmatig gebeurt dat journalisten die een artikel schrijven over uitstelgedrag hem enkele uren voor hun deadline bellen. Het Amerikaanse tijdschrift Slate maakte ooit een special over het onderwerp, maar moest de verschijningsdatum aanpassen omdat bijna alle medewerkers hun stuk te laat hadden ingeleverd.

Volgens Steel zijn journalisten notoire uitstellers (tadaa!!!!) Ze zouden de voortdurende deadlines nodig hebben om toch te kunnen functioneren. Maar journalisten zijn niet de enige uitstellers. Volgens Steel lijdt 95 procent van de bevolking wel eens aan uitstelgedrag. Het is niet meer dan menselijk om af en toe iets voor je uit te schuiven waar je even geen zin in hebt, of geen tijd.

Een afspraak maken met de garage of je bureau opruimen, het kan allemaal ook morgen. Een probleem wordt het pas als je stelselmatig alles voor je uitschuift en je daar zelf de meeste last van ondervindt. Als je liever je cd-hoesjes afstoft dan je administratie doet, liever je vakantiefoto’s bewerkt dan dat rapport schrijft of als je liever YouTube-filmpjes op Facebook post als je eigenlijk een nieuwe zorgverzekering moet kiezen.

Notoire uitstellers vinden altijd een excuus om iets eindeloos voor zich uit te schuiven. Wachten met je testament opmaken tot je op je sterfbed ligt, je belastingaangifte zo laat indienen dat je een boete krijgt of pas een tandartsafspraak maken als je bijna niet meer kunt bellen door de kiespijn. Maar waarom doe je dat?

Heel lang werd gedacht dat chronische uitstellers mensen met faalangst waren. Wat je niet doet kan ook niet mislukken, zo was de gedachte. Ook werd gedacht dat uitstellers perfectionisten waren. Mensen die alles zo goed willen doen, dat ze eindeloos wachten op precies het juiste moment. Maar inmiddels is bekend dat perfectionisten minder uitstellen dan niet-perfectionisten.

In de wetenschappelijke zoektocht naar waarom mensen van alles uitstellen, is ook luiheid een mogelijke verklaring geweest. Maar anders dan de luiaard – die iets helemaal niet wil doen – wil de uitsteller iets juist wél doen. Hij wil het alleen niet nu doen.

Uitstelgedrag komt dus niet voort uit faalangst, perfectionisme of luiheid. Uitstelgedrag komt voort uit impulsiviteit. Daarover zijn de onderzoekers het wel eens. Impulsieve mensen leven bij de dag en bij het moment. Hun plannen kunnen elk moment veranderen. Impulsieve mensen worden snel afgeleid. Elke binnenkomende e-mail en elke langslopende collega zien ze als aanleiding om hun werk opzij te leggen. Bovendien houden ze zichzelf voortdurend voor de gek door te zeggen dat ze prima onder druk kunnen werken of dat er nog genoeg tijd is om iets af te maken. En komt de deadline echt in beeld, dan gaan ze op zoek naar nog meer afleiding om te ontsnappen aan de angst die de naderende deadline met zich meebrengt. En zo kun je op de dag dat je dat rapport echt geschreven moet hebben een vlammend betoog schrijven op een online forum of je playlisten sorteren. Zelfbeheersing, die nodig is om eerst een vervelend klusje te doen en dan pas een leuke, is moeilijk voor impulsieve mensen.

Een andere reden waarom we dingen tot het laatste moment uitstellen is omdat we denken dat we het niet kunnen. Het zoeken naar een nieuwe baan stel je uit omdat je denkt dat je toch niet wordt aangenomen. Het huiswerk dat je als middelbare scholier uitstelde was waarschijnlijk niet je lievelingsvak, maar dat vak waarvan je dacht dat je het toch nooit zou begrijpen.

Er is een aantoonbaar verband tussen gebrek aan zelfvertrouwen en uitstelgedrag. Omdat je denkt dat je iets niet kunt, doe je er ook niet echt moeite voor en stel je het liever uit.

Een andere redenen waarom we dingen tot het laatst uitstellen is omdat we er simpelweg geen zin in hebben. Iemand die het kopen van kerstcadeaus elk jaar tot het laatste moment uitstelt, hoeft niet bang te zijn dat hij het niet kan. En afgeleid worden door iets anders is ook lastig als de hele stad in kerststemming is. Dus waarom zou je je kerstinkopen uitstellen?

Wat alle uitstellers, de gewone uitstellers en de notoire uitstellers, gemeen hebben is dat ze niet van vervelende klusjes houden

De maandag voor pakjesavond is de drukste dag bij Bol.com en 23 en 24 december zijn per definitie de drukste winkeldagen in Europa. De meeste mensen wachten tot het laatste moment met inkopen doen omdat ze geen zin in de drukte hebben. Wat er toe leidt dat de mensen die de meeste hekel hebben aan de drukte juist allemaal tegelijk gaan winkelen.

Wat alle uitstellers, de gewone uitstellers en de notoire uitstellers, gemeen hebben is dat ze niet van vervelende klusjes houden. Maar wat er precies onder vervelend wordt verstaan verschilt natuurlijk van mens tot mens. Grofweg zijn er twee gebieden waarop mensen zaken uitstellen. Het meeste wordt er uitgesteld op het gebied van financiën. En mensen die hun belastingaangifte en administratie voor zich uitschuiven stellen ook vaak uit op het gebied van hun opleiding of carrière, zo blijkt. Tot deze categorie van uitstellers behoor je als je liever de kruiden in je keukenkastje op alfabet neerzet. Of wanneer je liever Tindert dan de blauwe enveloppen opent die de Belastingdienst je stuurt.

Het andere gebied waarop mensen graag uitstellen is dat van de zelfontplooiing. Liever een paar uurtjes doelloos zappen dan naar de sportschool gaan, of liever de was opvouwen dan de fysiotherapeut bellen voor een afspraak. Het is gelijk ook het breedste cluster, want hieronder valt ook het uitstellen van sociale afspraken, het niet najagen van romantiek. De meeste uitstellers zijn te vinden in een van deze twee clusters.

We stellen uit omdat we impulsief zijn en ons snel laten afleiden. En soms dus omdat we gewoon geen zin hebben in vervelende taken. Bijkomende vraag is of er ook iets te doen is aan dat utistelgedrag. Ja zeggen psychologen van de Universiteit van Ottawa, die al twintig jaar onderzoek doen naar het verschijnsel. Volgens hen stellen we vooral iets uit omdat we het onplezierige deel van een taak willen vermijden. Zelfs een peertje vervangen in de gang kun je maanden uitstellen omdat je geen zin hebt om in de kelder het laddertje te halen dat er voor nodig is. Door even niet aan die kelder en ladder te denken, voelen we ons op de korte termijn beter en dat gedrag leidt tot een gewoonte van uitstellen. En is die gewoonte er eenmaal, dan denken we er niet meer over na. Onbewust stel je dan altijd vervelende taken uit. En juist omdat het onbewust gebeurt is het moeilijk te doorbreken.

Volgens deze psychologen is er maar één manier om die gewoonte met harde hand te doorbreken en dat is door taken die je normaal gesproken voor je uit schuift gewoon te doen. Dat klinkt simpel en eigenlijk is het dat ook. Het enige wat je moet doen is een dag of tijd prikken waarop je het gaat doen en jezelf beloven om geen enkele uitzondering toe te laten. Een goed begin is al het werk.

Wil je weten hoe je dit gedrag kunt veranderen? Lees dan morgen: Vijf tips om uitstelgedrag aan te pakken.

Meer lezen

Zo houd je tijd over.