Waarom ik woon in kwetsbaarheid

Johanna Nolet 11 mrt 2018 Mind

Ken je die afgesloten plek in je hoofd waar gedachtes rondgalmen als: “Ik ben niks waard.. lelijk ook.. Laat me niet alleen!! Ik kan beter weggaan.. HOU VAN MIJ!!! Zie je wel, niemand wil me…”? Op repeat, terwijl ze van de ene kale muur op de andere afketsen. Die ruimte zonder in- of uitgangen en getuigen. Waar woekerende fluisteringen je uit je lichaam, naar de diepste krochten van je hoofd toe lokken. Je omgeving achterlatend met een stel glazige, afwezige ogen.

Ik breng daar graag zo min mogelijk tijd door.

Vroeger spendeerde ik er hele dagen. Veel situaties waren mij te onveilig, te grillig. Mijn klaslokaal vol onzekere, hitsige tieners. Mijn geïsoleerde thuis vol verloren, kwetsbare volwassenen. Vriendengroepjes die de grenzen opzochten. De meesten van hen denken dat we die momenten samen beleefden, maar in feite was ik er niet écht bij. Onvoorspelbaarheid was mijn grootste vijand. En met “mensen” kan die overal opduiken.

Tijdens mijn studietijd kwam ik mijn vriendin ophalen voor een biertje in de kroeg. Het was dinsdagavond, mijn bruine capuchontrui reikte tot aan mijn knieën. In plaats van haar jas te grijpen, liet ze me drie kwartier wachten terwijl ze elk haartje van haar wenkbrauw in het gareel borstelde. Haar aandacht was gericht op gezien worden door anderen in plaats van op mijn aanwezigheid. Ik leunde tegen de deurpost van haar badkamertje terwijl mijn nagels, in de zak van mijn trui-jurk, halve maantjes in mijn pols prentten. Toen ik langs de achterkant van haar hoofd de spiegel inkeek, zag ik een gezicht dat ik niet kende. Ik was mijn bunker ingedoken.

Op momenten dat je uiteen dreigt te vallen van kwetsbaarheid, biedt de bunker geborgenheid en anonimiteit

In eerste instantie voelt de bunker veilig. Op momenten dat je uiteen dreigt te vallen van kwetsbaarheid, biedt de bunker geborgenheid en anonimiteit. De bunker is betrouwbaar en 100% geluiddicht. Niemand breekt door die muren heen. Mijn lichaam staat misschien in een badkamer of kroeg, mijn ogen kijken je aan, mijn mond lacht je toe, maar mijn hart is onbewoond. Ik ben onbereikbaar. Liever ‘niets’ voelen als de alternatieven ‘afwijzing’ en ‘eenzaamheid’ zijn.

Maar de plek die de eerste 25 jaar van mijn leven mijn vluchtoord was, heb ik nu onbewoonbaar verklaard. Waar ik gaandeweg achterkwam, was dat mijn bunker geen veilige haven was, maar een gevangenis. En dat mijn tijd daar schadelijk was voor mijn ziel. Je stopt iemand niet jarenlang, uren achter elkaar weg in een kale ruimte zonder liefde en gezelschap. Dat is verwaarlozing, dat doe je niet.

[pullquote]Met tijd gaat kwetsbaarheid voelen als een tweede huid[/pullquote]

Tevens maak je het anderen zo onmogelijk om van je te houden, want hoe leren mensen je kennen als ze je nooit echt te zien krijgen? En hoe kunnen mensen écht van je houden als ze je niet écht kennen? Connectie, leerde ik, behoort tot de primaire levensbehoeftes van mens en dier. Zonder openheid geen verbinding. Zonder kwetsbaarheid spelen we botsautootje met onze bunkers.

Sinds ik mijn krot heb dichtgetimmerd, ben ik niet sterker geworden of minder gevoelig. Mijn bunker roept nog elke dag. Wanneer mensen mijn uitnodiging tot contact afslaan en zich misprijzend terugtrekken… Dan voel ik me een paria en wil ik uit mijn gekwelde hart het niks invluchten. Feit is: hoe meer mensen vanuit hun bunker leven, hoe moeilijker het is om voelbaar aanwezig te zijn. Maar als het je lukt te blijven zitten, is het de meest voedende plek om te zijn. Met tijd gaat kwetsbaarheid voelen als een tweede huid. Plus, je leert dat ‘het ergste dat kan gebeuren’ gewoon te overleven valt.

Tussen de krottenwijken van bunkers staan bewoonde harten. Soms kom ik een heel plein tegen waar menselijkheid geoorloofd is. Waar ‘perfectie’ met het grofvuil wordt meegegeven en authenticiteit in lijstjes aan de muren hangt. Vanuit je bunker voelt deze plek als een gemene fantasie, maar de waaghalzen weten beter. Je krijgt niet iedereen mee, maar jijzelf bent altijd welkom. En het bizarre is… Je hoeft er niet eens naar te zoeken. Het enige wat je hoeft te doen is je slaapzak en tandenborstel mee te nemen en in te trekken in je eigen hart. Het wandje is dun en iedereen kan zomaar binnen walzen, maar je leeft, je hebt lief, je lacht, je huilt en doet dat niet alleen.

Meer lezen

Stop met het ‘fixen’ van je lichaam en draag iets bij aan de wereld.

Reageer op artikel:
Waarom ik woon in kwetsbaarheid
Sluiten