Slecht richtingsgevoel? Daar is een wetenschappelijke verklaring voor

Een gangbare theorie is dat mannen zich ontwikkeld hebben tot betere navigators omdat ze vroeger moesten jagen

Wanneer ik een winkel uitloop moet ik standaard even kijken welke kant ik op moet. En ook met het openbaar vervoer gaat niet altijd alles vlekkeloos. Al meerdere keren heb ik een bus of tram gepakt in de richting waar ik juist niét heen moest. Herkenbaar? Helaas is niet iedereen gezegend met een goed richtingsgevoel. What’s the deal?

De juiste richting bepalen is niet altijd makkelijk. We moeten de informatie die we krijgen van onze directe omgeving (of een kaart) verwerken, terwijl we ook moeten plannen wat de beste manier is om van punt A naar punt B te komen. En dat moeten we vervolgens ook nog onthouden natuurlijk. Wijkt onze route af van de eerder bedachte route, dan moeten we onze plannen weer bijstellen. Knap lastig allemaal.

Hoe werkt ons richtingsgevoel?

Wetenschappers van het University College in Londen hebben een hersengebied geïdentificeerd dat van grote invloed is op het richtingsgevoel van mensen. Wat dit gebied is? Ze doelen op een groepje cellen in de entorinale schors. Dit is een gebied dat grenst aan de hippocampus, het hersendeel waar het geheugen wordt aangestuurd. Hoe sterker het signaal in deze hersencellen tijdens het navigeren is, hoe beter mensen de weg kunnen vinden in een nieuwe omgeving, aldus de onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology.

Volgens de onderzoekers leveren de bevindingen bewijs voor het idee dat je interne kompas zich aanpast terwijl je door een bepaalde omgeving loopt. Als je bijvoorbeeld rechtsaf slaat, moet je entorinale schors dit verwerken om te bepalen in welke richting je loopt.

Aha. Betekent dit dan dat mensen met een slecht richtingsgevoel issues hebben met hun entorinale schors? Medical Daily – een nieuwssite gericht op gezondheid en wetenschap – onderzocht het.

Natuurlijk GPS-systeem

Volgens de nieuwssite helpen richtingscellen in onze hersenen (die alleen worden geactiveerd wanneer onze hersenen worden geconfronteerd met een bepaalde richting) onze geest met het ontwikkelen van een soort kompas. In de hippocampus zijn dit de place cells. Deze geven elektrische impulsen af wanneer we op een vertrouwde locatie komen. In de entorinale schors zouden zogenoemde grid cells hetzelfde doen.

Onderzoekers speculeren dat als place cells de neurale representatie van een interne cognitieve map zijn, grid cells het equivalent zijn van een GPS-systeem. Een studie gepubliceerd in Nature Neuroscience vond dat grid cells geactiveerd werden bij patiënten met epilepsie als ze een videospel speelden waarbij het nodig was om terug te reizen naar een eerdere locatie.

Zonder grid cells is het waarschijnlijk dat mensen verdwaald raken of moeten navigeren aan de hand van oriëntatiepunten. Ze zijn dus van cruciaal belang voor het behoud van een gevoel van richting in een omgeving, stelt hoofdonderzoeker Joshua Jacobs. Mensen met een zwak signaal in de entorinale cortex hebben volgens hem meer moeite met navigeren in een virtuele omgeving. Dit zou ook de reden zijn waarom alzheimerpatiënten vaak verdwaald raken. De entorinale schors en de hippocampus zijn een van de eerste gebieden van de hersenen die de ziekte aantast.

De entorinale schors is dus verantwoordelijk voor een goed of slecht richtingsgevoel. Maar is dat alles?

Dit vind je misschien ook interessant: Zijn mannen grappiger dan vrouwen? Het verlossende antwoord.

Mannen versus vrouwen

Het vermoeden was er misschien al, maar Noors onderzoek bevestigt het. Mannen hebben (gemiddeld gezien) betere navigatievaardigheden dan vrouwen. Ze overtreffen vrouwen op het gebied van ruimtelijke verwerking: het organiseren en het hervormen van visuele informatie in de geest om problemen op te lossen.

Een gangbare theorie is dat mannen zich ontwikkeld hebben tot betere navigators omdat ze (lang geleden) ver weg moesten om te jagen, terwijl vrouwen dichter bij huis bleven. Toch gelooft niet iedereen in deze theorie, zo ook neurowetenschapper Justin Rhodes. Want als vroeger alleen mannen met een goed richtingsgevoel de weg terug konden vinden, stelt hij, zou dat betekenen dat enkel hun genen werden doorgegeven aan volgende generaties. Óók aan dochters. Vrouwen zouden als je het zo bekijkt dus net zo goed een superieur richtingsgevoel moeten hebben.

Waarom mannen dan een beter richtingsgevoel hebben? In plaats van een evolutionaire verklaring, wordt in het artikel gesteld dat het verschil tussen seksen mogelijk slechts een neveneffect is van een hogere testosteronspiegel bij mannen. Die hormonen weer hè.