Waarom hebben Nederlanders zoveel moeite met uitblinkers?

Joanne Wienen 25 jan 2017 Mind

Herman Koch is de bestverkopende naoorlogse schrijver, maar krijgt in Nederland weinig erkenning. Hoe komt dat? En waarom hebben Nederlanders zoveel moeite met mensen die hun kop boven het maaiveld uitsteken?

Ik was zeventien en ging een jaar lang naar een Amerikaanse high school in een klein dorpje in Missouri. Als nuchtere Hollandse heb ik me dat jaar over veel dingen verbaasd, maar misschien nog wel het meest over de zelfverheerlijking die in ‘murica de normaalste zaak van de wereld is.

Er bleken namelijk best veel mensen te zijn die geloofden dat hun land het meest geweldige ter wereld was en dat de inwoners geboren waren om als voorbeeld voor de rest van de wereld te dienen. Ook op kleiner niveau konden de Amerikanen nogal pretentieus overkomen. Zo hingen boven de lockers van de prom king en queen levensgrote posters van zichzelf en liepen basketbalspelers in hun letterman jackets vol medailles en patches zelfverzekerd door de gangen. Het was bovendien de normaalste zaak van de wereld om te pas en te onpas op te scheppen over de hoge cijfers die je haalde en welke beurzen van welke universiteiten je wel allemaal niet kon krijgen.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Mensen met succes (of iets dat daarop leek) werden op een voetstuk geplaatst. Sterker nog, mensen die mensen kénden met succes ook. Zo was Hailey, die verder geen opvallende redenen voor haar buitenproportionele populariteit had, razend populair omdat haar zus ‘Model 26’ bij het tv-programma ‘Deal or no deal’ was en zo de pitcher van de Boston Red Sox had weten te strikken (echt gebeurd).

Hoe anders is dat hier in Nederland. Extravagante mensen, succesvolle mensen, heel zelfverzekerde mensen of eigenzinnigen worden al snel gewantrouwd. We hebben liever niet dat mensen de kop boven het maaiveld uitsteken. Hier viert het ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’ juist hoogtij.

Het calvinisme leerde ons ingetogen te zijn en niet te koop te lopen met successen.

Die uitdrukking komt volgens de Van Dale voort uit het nummer ‘Als het om de liefde gaat’, de Nederlandse inzending voor het songfestival in 1972. Sandra en Agnes zingen daar de tekst: ‘Hé, moet ik origineel zijn / of is dat nog te vroeg? / Doe jij maar gewoon / Da’s gek genoeg.’ In 1976 staat de uitdrukking voor het eerst in het woordenboek.

Hoewel die uitdrukking in de jaren zeventig populair werd, bestaat de Hollandse neiging tot gewoonheid al veel langer. Het zal iets te maken hebben met onze calvinistische aard. Het calvinisme leerde ons immers ingetogen te zijn, niet snel emoties te uiten, niet te koop te lopen met successen, weinig waarde aan materiële zaken te hechten, hard te werken en soberheid en zuinigheid hoog in het vaandel te hebben staan.

Bestsellerauteur Herman Koch noemde het in Humo als een van de redenen dat hij niet één literaire prijs heeft ontvangen, terwijl hij toch de bestverkopende naoorlogse Nederlandse schrijver is. Terwijl in Amerika eerder ontzag voor zo iemand zou bestaan, haalt de Nederlandse literaire wereld de neus op voor het succes van Koch.

Anno 2017 zijn er meer invloeden die op de golven van een Amerikaans georiënteerde wereldeconomie aan de Hollandse kust aanspoelden.

“Er ligt een zeker snobisme aan ten grondslag. Het idee dat iets wat zoveel mensen lezen, wel te makkelijk moet zijn: anders zouden al die mensen het niet kunnen begrijpen. Het is vaak pure zelfverdediging van de elite,” zegt Koch in een interview.

Hoewel Nederlanders over het algemeen niets hebben met de Amerikaanse prestatiecultuur en de daaraan verwante borstklopperij, zien we invloeden daarvan wel langzaam de oceaan oversteken. De kruidenier en kaasboer hebben al jaren plaatsgemaakt voor franchiseketens. Anno 2017 zijn er meer invloeden die op de golven van een Amerikaans georiënteerde wereldeconomie aan de Hollandse kust aanspoelden. McDonalds, werkstress, targets en drive-through’s to name a few. En wat denk je van Engelse termen, niet alleen in de spreektaal maar ook in het bedrijfsleven. (Denk aan het pareltje ‘manager system management tooling center‘)

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Betekent dit dat we op termijn ook onze calvinistische principes definitief de deur wijzen? Ik zie het nu al om me heen, vooral bij vrienden die in steden bij grote corporates of juist hippe start-ups werken. Steeds meer lijken ze in te zien dat het juist mensen zijn die hun successen wél vieren die opvallen. En dat de omgeving vanzelf gaat geloven dat ze écht geweldig zijn als ze het maar vaak genoeg herhalen.

Nu lijkt een cultuur waarin het recht van de sterksten geldt en degene met de grootste mond/het meeste lef het succesvolst wordt, ook niet direct wenselijk. Maar aan de andere kant vind ik ook dat we wat vaker trots mogen zijn op onze eigen overwinningen in plaats van ze schoorvoetend toe te geven alsof het een misdaad is. Dat is geen opscheppen, maar succes vieren.

En als we dan toch bezig zijn… geef Herman Koch dan ook meteen een literaire prijs.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Waarom hebben Nederlanders zoveel moeite met uitblinkers?
Sluiten