Waarom geloven we in geesten?

Tom Hofland 11 dec 2017 Featured

De setting was perfect voor een spookverhaal: een oude boerderij, ik was twaalf en het was nacht. Ik lag vredig te slapen tot ik ’s nachts ineens wakker werd. ‘Tom’ hoorde ik een vrouwenstem zachtjes zeggen. De stem leek uit mijn kamer te komen, maar mijn nachtlampje verraadde dat er niemand was. Langzaam kwam ik overeind. ‘Tom’ klonk het nu iets harder. De stem was luid en duidelijk. Ik klom uit bed om zo snel mogelijk naar de kamer van mijn ouders te rennen, maar hoe dichter ik bij de overloop kwam hoe harder en dwingender de stem werd.

Toen ik mijn kamer uit wilde stappen schreeuwde de stem nog één keer mijn naam, waarna ik het zelf op een schreeuwen zetten. Binnen enkele seconden stond mijn vader in mijn kamer om me gerust te stellen. ‘Je zal wel gedroomd hebben’ was zijn conclusie en dat is al die jaren ook altijd mijn conclusie geweest.

Ik ben mijn hele leven al geïnteresseerd in het paranormale, maar niet omdat ik ervan overtuigd ben dat er zoiets bestaat. In tegendeel: het lijkt mij hoogst onwaarschijnlijk dat er spoken ronddwalen op deze aarde. Maar toch, als ik ‘s nachts in een bos loop (zoals ik moest doen voor de VPRO-serie Heemennekes en Hellehonden) gaat mijn fantasie helemaal los en ben ik vrijwel direct een believer.

Dat is wat mij mateloos fascineert aan het idee van geesten. Miljoenen mensen die niet in God geloven, volledig op de wetenschap vertrouwen en nuchter zijn, hebben toch ergens een angst voor het paranormale. Vrijwel iedereen heeft ervaringen zoals ik hierboven beschreef die ‘toch niet helemaal te verklaren zijn’ en daardoor het label ‘paranormaal’ krijgen. Maar los van of het bestaat of niet, waar komt het idee van geesten eigenlijk vandaan?

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Michael Shermer, auteur van ‘The Believing Brain’ zegt dat ons geloof in een bovennatuurlijke kracht redelijk simpel te verklaren is. Volgens Shermer is het voor de mens evolutionair voordelig geweest om overal patronen in te zien. Die patronen, die we bijvoorbeeld gebruiken om gezichten te herkennen, voelen voor ons daarom nooit als toevallig, ook als ze dat wel zijn. Dit leidt bijvoorbeeld tot pareidolie: zo heet het wanneer we gezichten zien daar waar ze niet zijn, bijvoorbeeld in je omgevallen bord met pasta of op de oppervlakte van Mars.

Omdat wij het onderbewuste gevoel hebben dat alle patronen een bedoeling hebben, zoeken we een verklaring voor die patronen. Als die er niet blijken te zijn is er nog maar één oplossing: een onzichtbare, bovennatuurlijke macht. Dit is volgens Shermer de basis van alle godsdiensten en het geloof in geesten.

Roger Clarke, een Britse filmrecensent, heeft zijn hele leven al een fascinatie met het paranormale. Hij is naar eigen zeggen nog niet overtuigd door het bewijs, maar het maakt Clarke niet meer zo veel uit of geesten nu echt, hallucinaties of fantasieën zijn. “In zekere zin bestaan ze omdat mensen ze zien”, schrijft hij in zijn boek ‘A Natural History of Ghosts – 500 Years Of Hunting for Proof’.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Voor dat boek deed hij grondig onderzoek naar de geschiedenis van spoken en geesten. Hij focuste zich hierbij vooral op de verhalen uit Europa en Noord-Amerika en kwam tot de conclusie dat het idee van geesten door de eeuwen heen veranderde. De geesten uit het oude Griekenland waren treurige gevleugelde wezentjes die geen macht hadden over de levenden; in de middeleeuwen waren het verschijningen van heiligen en in de 16e eeuw werden het demonen die in lichamen van mensen huisden.

Het idee van een geestverschijning zoals wij hem kennen – de ziel van een overleden mens- werd immens populair halverwege de 19e in Engeland en Noord-Amerika. In de aanloop naar deze periode werd het christendom langzamerhand minder populair. Voorzichtig stopte de eerste mensen met het geloven in een god, maar het geloof in het bovennatuurlijke was daarmee niet verdwenen. Onverklaarbare gebeurtenissen moesten nog steeds verklaard worden: het spiritisme werd geboren.

Geloven in het bovennatuurlijke

Een spiritist gelooft dat de ziel van de mens na zijn/haar dood voortbestaat en waarschijnlijk daarna nog met de levende kan communiceren. Er werden massaal seances georganiseerd: avonden waarop een, vaak vrouwelijk, medium contact probeerde te zoeken met de doden. Met de komst van nieuwe technologie zoals radio en telefoon werd ook gehoopt dat contact met de geestenwereld binnen handbereik was.

Deze periode wordt ook wel de ‘Golden Age of Ghost Stories’ genoemd. Er werden waanzinnig veel verhalen geschreven over geesten (denk bijvoorbeeld aan ‘A Christmas Carol’) waardoor het spiritisme zich ook over de rest van Europa verspreidde.

Tot op de dag van vandaag blijft het spiritisme populair. Het idee van spiritisme past perfect in de wereld van nu: we geloven steeds minder in God, maar voelen nog wel het idee dat er ‘iets’ is. Zo geloven velen van ons die zichzelf als ‘nuchter’ beschouwen toch in geesten, maar hoeven zichzelf niet als gelovige te beschrijven.

Of geesten nu echt zijn of niet, het idee ervan spreekt zo erg tot onze verbeelding én onze gemoedsrust (voor velen is het een prettig idee dat er ‘iets’ is na de dood) dat het ons voorlopig nog mateloos zal blijven fascineren.

Meer lezen

11 tips om je zesde zintuig te ontwikkelen.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Waarom geloven we in geesten?
Sluiten