Vier maanden gedwongen opgenomen op een gesloten psychiatrische afdeling

Bregtje Knaap 28 feb 2018 Mind

De RM was afgegeven voor de duur van 6 weken. Voorlopig moest ik dus in de kliniek blijven. Daar zat ik dan, gedwongen opgenomen op een gesloten psychiatrische afdeling. Ik mocht en kon niet zomaar weg. De deur zat en bleef dicht.

Alleen op verzoek opende het dienstdoende personeel dat over een sleutelpas beschikte die. Bezoekers konden pas naar binnen nadat ze aangebeld hadden en binnengelaten waren. En ook patiënten die wel op vrijwillige basis opgenomen waren en ‘vrijheden’ hadden – dat wil zeggen: toestemming van de behandelende artsen om de afdeling af te gaan – mochten vrij in en uit lopen.

Voor mij gold dat niet. Ik had zero ‘vrijheden’

Het is een vreemde en beangstigende gewaarwording om niet te kunnen gaan en staan waar je wilt. Om niet de vrijheid te hebben om zomaar de deur uit te kunnen lopen of naar buiten te gaan. Ik kon geen kant op en zat gevangen op die lange gang. Dat voelde verstikkend en benauwd.

Ook de dagelijkse gang van zaken in de kliniek, waaraan ik nu noodgedwongen onderworpen was, ervoer ik als benauwend. Elke dag kreeg ik één of twee persoonlijke begeleiders toegewezen. Die kwamen gedurende de dag regelmatig bij je kijken en informeren hoe het met je ging en zagen erop toe dat je je medicatie nam. Je kon bij ze terecht als je behoefte had om te praten.

En dan was er nog het groepsgebeuren, waaraan je geacht werd zoveel mogelijk mee te doen: ’s ochtends na het ontbijt de gezamenlijke dagopening, dan een uurtje sport in groepsverband in de gym op de bovenste verdieping van het gebouw, om half één samen lunchen en in de middag wederom een uurtje sport of creatieve therapie op de zesde etage, en om half zes het gezamenlijke avondmaal.

Ik deed wat ik als puber ook deed: ik zweeg, en trok me helemaal in mezelf terug

Ik was boos. Boos dat ik gedwongen in een kliniek zat, waar ik helemaal niet wilde zijn. Boos dat ik niet weg mocht en mijn vrijheid me ontnomen was. Boos dat ik te maken kreeg met allerlei vreemden – artsen, persoonlijk begeleiders, medepatiënten – die van alles van me vonden en vonden dat ik van alles moest. Maar die boosheid ventileerde ik niet. Het leek me niet slim om me openlijk te verzetten en eens flink bonje te gaan schoppen. Het was wellicht beter om alles maar over me heen te laten komen. Ik deed wat ik als puber ook deed: ik zweeg, en trok me helemaal in mezelf terug. Maar inwendig bleef ik mokken.

Het ritme van de Medium-care was voor mij, ook omdat ik nog diep in een depressie zat en tot compleet niets in staat was, dodelijk vermoeiend. Ik deed aanvankelijk braaf wat er van me verwacht werd: na het ontbijt (dat ik oversloeg) zat ik wezenloos bij de dagopening. Daarna fietste ik moeizaam wat op een hometrainer bij de sport en at ik met lange tanden wat yoghurt met muesli bij de lunch. In de middag kleurde ik een kleurplaat bij de creatieve therapie. En ’s avonds stond ik moedeloos in de rij voor het avondeten en kon ik niet anders dan janken om de ellende die er op mijn bord lag.

[pullquote]Op die momenten wist ik zeker dat ik dood wilde[/pullquote]

Als ik om 20.00 mijn medicatie had gehaald in dat raamloze hok met afsluitbare deur en onder het waakzaam oog van een persoonlijk begeleider mijn pillen in had genomen, kon ik eindelijk, eindelijk mijn bed weer in. Tot de volgende ochtend om 9.00 het ‘wekrondje’ weer begon en ik mijn persoonlijk begeleider voor die dag de sleutel in het slot hoorde steken en de deur hoorde openen, om de gordijnen in mijn kamer in één ruk voluit open te trekken onder een veel te opgewekt ‘Goedemorgen!’. Op die momenten wist ik zeker dat ik dood wilde.

Meer lezen

Hoe mijn depressie leidde naar zelfverwaarlozing.

Reageer op artikel:
Vier maanden gedwongen opgenomen op een gesloten psychiatrische afdeling
Sluiten