Verdriet is het geluk van de achterblijver (gelukkig maar)

Verdriet is mijn vriend geworden

Verdriet is misschien wel het meest ambivalente begrip uit mijn vocabulaire. Het doet pijn, het schuurt, het wringt en het overrompelt. Toch is het ook heel vaak lichtvoetig en welkom, als een brug tussen nu en mijn verleden.

Eberhard van der Laan is dood. Hij werd 62 jaar en ging niet ongeschonden. Zijn armen geknakt door de uitzaaiingen, het hart van Amsterdam gebroken door de kanker. Ik huil eventjes om hem, zoals ik om mijn eigen vader huil. Met het besef van een authentiek en mooi mens, en het verdriet om de leegte die zijn dood achterlaat.

Het verdriet om iemand die dood is, verbaast mij nog altijd. De kracht ervan is soms weerzinwekkend, maar vaak ook bewonderenswaardig. Eigenlijk durf ik te stellen dat vrijwel alleen wanneer verdriet mij bij de keel grijpt, ik echt diep besef hoeveel zijn leven heeft betekent.

Het duurt altijd langer dan je denkt, ook als je denkt, het zal wel langer duren dan ik denk, dan duurt het toch nog langer dan je denkt. Judith Hertzberger

Mijn geheel is immers pas compleet wanneer mijn vaders allesomvattende en onvoorwaardelijke liefde doorklinkt in een bulderlach. Of wanneer hij vol trots in mijn wang knijpt en zegt: wat ben je toch een schatteboutje. De echo’s uit het verleden zijn diep voelbaar wanneer ze doordrenkt zijn van dat besef van nooit meer.

Zo realiseerde ik mij gisterenochtend in een vlaag dat ik hem moest bellen. Gewoon zoals ik dat zo vaak had, om zijn stem eventjes te horen. Alsof hij dan zou opnemen en zou zeggen ‘Caty!’ en dat ik dan net zo normaal zou reageren ‘Papaaatje’ Ik werd overspoeld door een golf van verdriet toen het besef insloeg dat de dood ‘nooit meer’ betekent. Want hoewel je zou denken dat ik drie jaar na dato wel door zou hebben dat hij niet meer terugkomt, staat dat besef compleet los van tijd en logica. Is het logisch dat je je onlosmakelijk verbonden kunt voelen met iemand die in een stoffen toestand op een schouw staat? Neen. Het leven zit hem niet in het logische, maar in het voelbare.

Soms voel ik hem dagen niet. Dan denk ik wel aan hem, maar lijkt het bijna ingestudeerd. Misschien wel geprogrammeerd. Alsof het rouwen onderdeel is geworden van mijn karakter. Maar als ik hem dan voel, is het intenser dan wat dan ook. Alsof de pijn mij wakker schudt en ik weer besef wat het betekent om van iemand te houden.

Zo kijk ik nu ook tegen het leven aan. Onvoorwaardelijke liefde komt met de zekerheid dat het ooit ophoudt. Een prijs die ik zonder twijfel betaal. En als het dan ophoudt, vult het verdriet de ruimte op tussen het nu en toen.

Verdriet is niet enkel ellende. Het is ook het geluk voor de achterblijver. De pot goud aan de andere kant van de regenboog. Een waterval aan gevoel, soms naadloos dichtbij de ziel van de overledene.

Dit verdriet is dan ook mijn vriend geworden. Ik ben er niet bang voor en wacht er zelfs soms hoopvol op. Dat het mij weer zal overspoelen, zodat ik moeiteloos mee kan drijven richting de zoete herinneringen.

Ik hoop dat we nog lang verdriet zullen voelen om Eberhard. Het soort verdriet dat komt met een glas wijn, een traan en een gevoel van dankbaarheid. Waarin wij allen kunnen delen dankzij zijn nalatenschap. Ik weet dat ik tot mijn dood verdriet zal voelen om mijn vader. Godzijdank, ik zou het niet anders willen.

Tip, om te luisteren: The Thrill is Gone, van Fay Claassen.

Meer lezen

Voor papa, omdat ik je zo mis.