Hoe kan ik je troosten? Wanneer goedbedoelde hulp vervelend wordt

Wat zeg je in vredesnaam tegen iemand die doodgaat, of iemand die net haar geliefde heeft begraven?

De dag nadat mijn vader was overleden stond de buurvrouw op de stoep met een pan champignonsoep. Blij met dit troostende gebaar aten mijn moeder en ik de soep. De dag erna stond de buurvrouw er weer, dit keer met een pan nasi. Opnieuw bedankten we haar en aten alles keurig op. Na de nasi volgden groenige gehaktballen met heel veel aardappelpuree en jus, daarna speklapjes met bietjes. Er kwam geen einde aan de stroom middelmatige gerechten.

Omdat mijn moeder te aardig was en ikzelf nog te jong, durfden we niet te zeggen dat we haar eten niet lekker vonden en liever zelf kookten. Daarom gooiden we het meestal weg. Ons schuldgevoel werd zo groot, dat het ons verdriet bijna oversteeg.

Er was nog een ander bijeffect: we konden veel en hard lachen om de wonderlijke schotels die we elke dag stipt om zes uur kregen aangeleverd. En lachen, zo ontdekten we, hielp ook goed tegen ellende.

Hoe mooi de bedoelingen van de buurvrouw ook waren: wat zou het fijn zijn als er ongeschreven regels waren die bepalen wat je wel en niet kunt doen om iemand bij te staan in zware tijden. Die regels zijn er ook, zegt Beatrijs Ritsema, sociaal psycholoog en etiquettedeskundige.

Soms pakt etiquette in de praktijk uit als een stel stijve, van buitenaf opgelegde regels, zoals aan welke kant van de gastvrouw je aan tafel mag zitten en of je de koning een hand of een zoen moet geven. ‘Maar de basis van etiquette is eigenlijk altijd: rekening houden met anderen en het leven voor elkaar zo prettig mogelijk maken.’

De regels van fatsoen bepalen dat er grenzen zijn aan hulpvaardigheid

Op haar website Beatrijs.com beantwoordt ze vragen over etiquette. Een chronisch zieke vrouw beklaagt zich over haar schoonmoeder die haar te pas en te onpas komt bezoeken. Een vrouw met zware reuma vraagt of er iets aan te doen is dat haar buren ongevraagd elke week langskomen om haar huis schoon te maken. ‘Niet de deur platlopen,’ adviseert Ritsema aan behulpzame types. ‘Ziek zijn is iets anders dan een zee aan vrije tijd hebben.’

Dat geldt ook voor hulp aan mensen die iemand hebben verloren of ander leed hebben meegemaakt. Juist in de dagelijkse rituelen – koken, boodschappen doen, schoonmaken – kan iemand afleiding vinden. En hoe goed de omgeving het misschien ook bedoelt, de regels van fatsoen bepalen dat er grenzen zijn aan hulpvaardigheid.

Omdat er in de meesten van ons wel een Moeder Teresa steekt, willen we graag steunen en opbeuren. Maar vaak zijn we bang om het verkeerde te zeggen. Want wat zeg je in vredesnaam tegen iemand die doodgaat, of iemand die net haar geliefde heeft begraven? Daarom houden veel mensen maar liever hun mond. Toch is het beter om wél iets te zeggen, als je het maar doet met goede bedoelingen.

Probeer je daarbij te verplaatsen in de ander: het gaat om zíjn of háár gevoel. Misschien vindt je zelf een miskraam minder dramatisch dan het verlies van een kind, maar je kunt wel degelijk een luisterend oor bieden aan een vriendin die net een miskraam heeft gehad. En ook al is de dood van een huisdier voor jou niet al te ingrijpend, je kunt nog steeds je medeleven tonen aan iemand die zijn kat heeft laten inslapen.

"De meeste mensen hebben de neiging om bij tegenspoed een ander op te vrolijken"

Laat in elk geval altijd iets van je horen als iemand die je kent verdriet heeft. ‘En gebruik dan geen holle frasen als “Mijn deur staat altijd open” of “De telefoon staat naast mijn bed”,’ zegt Ritsema. ‘Maar vraag concreet wat je voor een ander kunt betekenen. Iemand die geen auto heeft naar het ziekenhuis brengen bijvoorbeeld, of boodschappen doen.’

De meeste mensen hebben de neiging om bij tegenspoed een ander op te vrolijken. Niet iedereen zit daarop te wachten. Want een aardig bedoeld ‘Ah joh, het komt wel goed,’ kan heel erg misplaatst zijn. Ook hebben sommige mensen de neiging om de ander te trakteren op eigen ervaringen. Een vrouw die kanker heeft en nu chemokuren krijgt, komt voortdurend vrienden en bekenden tegen die haar kankerverhalen vertellen uit hun eigen omgeving. ‘Mijn tante had dat ook… De buurman van mijn neef had een heel ernstige vorm…’

‘Val iemand die ziek is niet lastig met je eigen horror- of succesverhalen’, raadt Ritsema aan. ‘Rustig, zonder wijsneuzig commentaar luisteren naar wat een ander te vertellen heeft’ is haar advies. ‘Geef iemand die echt opgesloten zit in zijn eigen misère de ruimte en laat hem alleen over zichzelf praten.’ Praten helpt de ander bij het verwerken van het onvermijdelijke.

Vraag iemand die ernstig ziek is niet hoe het met hem of haar gaat. Het antwoord dat de meeste mensen willen horen is: ‘Beter’, of desnoods ‘Gaat wel’. Maar het gaat natuurlijk helemaal níét. Die ander is ziek. Laat gewoon weten dat je er voor een zieke bent door te zeggen: ‘Wat fijn om je te zien’. En is de situatie zo uitzichtloos of verdrietig dat je er geen raad mee weet, vertel dan waarmee je zit en zeg: ‘Ik vind het heel erg en ik weet niet wat ik moet zeggen, maar ik wil wel graag bij je zijn.’

Laat ook nog wat van je horen als voor de buitenwereld het ergste voorbij lijkt

Groot verdriet duurt lang – voor omstanders soms té lang. Een weduwe vertelt op een internetforum: ‘En altijd de vraag: hoe gaat het met je? Na bijna drie jaar zeg ik “Goed, wel” en men verwacht niets anders.’ Een vrouw wier baby tijdens de bevalling overleed, vertelde dat ze honderden kaarten en brieven kreeg. Een jaar later, op de sterfdag van haar kind, kreeg ze er nog maar drie. Terwijl haar verdriet nog even groot was, leek het alsof de omgeving haar was vergeten.

Wie echt iets voor een vriend in nood wil betekenen, laat ook nog wat van zich horen als voor de buitenwereld het ergste voorbij lijkt. Schrijf belangrijke data daarom in je agenda en bel of schrijf op iemands sterfdag of de verjaardag van een overledene. En verras iemand met bloemen of een kaartje als anderen dat grote verdriet alweer vergeten zijn.

Meer lezen

Rituelen rond de dood.