Op Tiny House-visite bij Marjolein: ‘Het is een antwoord op veel problemen’

Leven in een Tiny House: een eigen keuze of gebrek aan beter? En wil je zo knus mogelijk leven of is het je ecologische voetafdruk die je graag wat maatjes kleiner ziet? In deze rubriek gaan The Issue en Bedrock langs bij Nederlanders die in een Tiny House wonen. Deze week spreken we Marjolein Jonker (42) over haar zelfvoorzienende huisje op wielen in Alkmaar.

Marjolein werkte al een tijd in Alkmaar en had het liefst een eigen plek op fietsafstand. Maar de zoektocht naar een woning ging haar minder makkelijk af dan ze had gehoopt. Toen draaide ze het roer om: ze ging zelf aan de slag. Ze verzamelde een groep mensen om haar heen met dezelfde wensen: rust, natuur, eenvoud, milieuvriendelijkheid en minder lasten. Na in Alkmaar een lezing te hebben gegeven over tiny houses waar ruim 200 man op af kwam, kreeg ze het bij een wethouder voor elkaar: er mochten vijf tiny houses voor de komende vijf jaar op wat kaveltjes bewoond worden als eventuele test voor later.

Hoe ben je terechtgekomen bij het concept van tiny houses?

“Ik wist wat ik wilde qua wonen, maar kwam erachter dat een klein huisje met een tuintje niet binnen mijn bereik lag. Toen kwam ik via Pinterest de tiny house op het spoor. Ik leerde steeds meer over de filosofie erachter en dat was gewoon precies wat ik wilde in het leven. En als ik er zo blij van word, moeten meer mensen hiervan weten. In Nederland zie je het bijna niet en ik besloot er een online dagboek over bij te houden en dat werd een gigantisch succes. Alle informatie die ik had, wilde ik met mijn lezers delen en toen ging het balletje rollen. De vraag bij verschillende gemeentes naar ruimte voor deze manier van wonen wordt steeds groter. Ook ben ik de Funda voor tiny houses begonnen: tiny findy!”

En toen stond je hier, als echte pionier in de wereld van de tiny house. Hoe was dat?

“Ik woon hier bijna twee jaar. In het begin kwamen nieuwsgierige mensen dagelijks aanwaaien en dat was heel leuk, maar later werd ik er een beetje moe van. Toen heb ik een maandelijks een open huis georganiseerd, omdat ik toch wel toe was aan privacy. Wat me opviel, was dat er veel vooroordelen bestaan over tiny houses, die je het beste wegneemt door te laten zien wat het echt is. Nee, het is geen woonwagen of caravan. Het is een woning, een huis en een thuis met eigen voordeur en adres. En naarmate de beweging van mensen die snakken naar deze lifestyle steeds meer groeit, wordt de tiny house gezien als een antwoord op veel problemen die we hebben.”

Problemen? Tegen welke problemen liep jij dan aan?

“Het gaat slecht met het milieu, de verschillen tussen arm en rijk zijn te groot, er is veel sociale ongelijkheid. Daarbij werken mensen niet meer om te leven, maar om een huis af te betalen terwijl het aantal banen juist afneemt. En dat terwijl we eigenlijk helemaal niet zo veel ruimte en spullen nodig hebben. Een kleine ruimte betekent meer plek voor iedereen, minder spullen nodig, minder geld uitgeven en in een tiny-gemeenschap kun je veel lenen. Spullen delen en repareren is een heel stuk duurzamer.”

Hoe ervaarde jij het afscheid nemen van al je spullen?

“Ik heb eerlijk gezegd nooit veel waarde gehecht aan spullen. En geloof me, in zo’n huisje kun je niet veel kwijt. Maar dat voelde juist fijn. Ik moest zelfs spullen wegdoen, maar dat luchtte op en ik mis achteraf niets. De voornaamste reden dat ik zo wilde wonen was de wens van een klein huisje met grond waar ik kon tuinieren en kippen houden. En daarbij mijn steentje bijdragen aan het milieu door groener en bewuster te gaan leven. Alles wat ik nu koop gaat om de kwaliteit, niet kwantiteit.”

Want je leeft helemaal off-grid. Hoe bevalt dat tot nu toe?

“Zelfvoorzienend is wel echt anders. De ene keer moet je zuinig aandoen met water, de andere keer heb je water in overvloed. En juist door die verschillen merk je hoeveel water je gebruikt. Ik zit niet vast aan een hypotheek of een aantal uren bij een werkgever. Ik heb alle vrijheid. Zelf verbouw ik tomaat, komkommer, courgette en kool, dus dat hoef ik niet te kopen. Het liefst zou ik nog een kasje op mijn terrein hebben. En ik mis mijn grote kruidenrek uit mijn vorige huis, haha. Verder heb ik niets te klagen!”