Roze is voor meisjes: een achterlijk idee

Waarom we nu af moeten van genderspecifieke kleuren

Ik zat op een verjaardag van een peuter. Hoe ik daar terecht was gekomen weet ik nog niet helemaal, maar dat terzijde. Ik kreeg een stuk taart in mijn handen, we zaten in de tuin en de zon scheen, dus ik besloot me niet tegen de situatie te verzetten. Toen het tijd werd voor de cadeaus zette een vrouw een grote ingepakte doos op tafel. ‘Die is van jou!’ zei ze tegen de peuter.

De peuter wist dat cadeaupapier bestond om kapot gescheurd te worden. Dat deed hij dus ook met verve en uit die ravage kwam een opblaasbadje tevoorschijn, dat hem overigens maar matig interesseerde. Hij ging vrolijk door met het verscheuren van het cadeaupapier en zijn vader pakte het badje op om het eens goed te bekijken.

‘Leuk!’ zei hij.

‘Ja!’ zei de vrouw. ‘We hadden eerst een andere, maar gelukkig zag ik net op tijd dat er een roze zeester op stond. Die heb ik toen maar snel omgeruild. Hij is toch geen meisje!?’

Ik verslikte me in mijn taart. Ik dacht dat ik gek werd. Had ze dat echt gezegd? Had ze een opblaasbadje omgeruild omdat er een roze zeester op stond, en dat dus te meisjesachtig was? Ik keek op de datum op mijn telefoon: 2016, dus toch.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Ja, roze is een meisjeskleur. Maar net zoals rood, wit en blauw de kleuren van Nederland zijn: omdat we dat bedacht hebben. De associatie (roze = meisje) is er bij ons zo in geramd dat we het nog altijd niet los willen laten. We ‘voelen’ nu zelfs dat roze een meisjeskleur is, terwijl het met een biologische voorkeur niets te maken heeft.

Even een stukje geschiedenis

Kleuren hebben altijd al symbolische werkingen gehad, maar dat wij kleuren associëren met een bepaald geslacht is een vrij recente ontwikkeling. In het boek ‘Voyage autour de ma chambre’ (Reis door mijn kamer) van de Franse schrijver Xavier de Maistre, dat in 1794 werd gepubliceerd, probeert hij mannen nog aan te bevelen om hun kamers roze en wit te verven omdat dat een kalmerende werking zou hebben.

Halverwege de 19e eeuw kwamen er verschillende pastelkleuren in de kleding terecht, waaronder roze en blauw. Pas vlak voor de 1e wereldoorlog (1914) werden blauw en roze gebruikt om het geslacht aan te geven, maar niet zoals je zou verwachten, zoals uitgelegd in een artikel van Knack uit 2011:

"Het Amerikaanse magazine Ladies’ Home Journal schreef in 1918: “De algemeen aanvaarde regel is roze voor jongens en blauw voor de meisjes. Roze is een kordate en sterke kleur, wat meer bij jongens past, terwijl het delicate blauw passender is voor meisjes. Sommige bronnen beweerden dan weer dat blauw beter bij blondjes paste en roze bij brunettes. Andere raadden blauw voor blauwogige baby’s aan en roze voor bruinogige baby’s."

Roze is dus een kordate, jongensachtige kleur in 1918. Natuurlijk gaat dit weer uit van het achterhaalde idee dat meisjes niet kordaat zouden zijn, maar dat terzijde.

Vanaf de late jaren ’20 werden er kleurenschema’s gepubliceerd in modetijdschriften waar in werd aangegeven welke kleuren goed waren voor jongens en welke voor meisjes. Ook daar stond roze weer bovenaan voor jongens. Waarom modetijdschriften überhaupt ineens met deze voorschriften kwamen blijft giswerk, maar je kunt je voorstellen dat, aangezien de mens altijd al de mode volgt, het commercieel een slimme zet was om met deze voorschriften te komen. Ouders moesten nu namelijk een hele nieuwe garderobe kopen om hun kind in de juiste kleuren te kleden.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Hier werd handig op ingespeeld door de markt. Zodra Amerikaanse fabrikanten in de jaren ’40 besloten dat blauw mannelijk was en roze vrouwelijk werd het idee vastgepind in ons collectieve bewustzijn. Waarom was dit commercieel gezien een goede zet? Kinderen droegen onder anderen vaak de 2e hands kleding (en speelgoed) van hun broers en zussen, maar door de genderspecifieke kleuren zagen ouders zich gedwongen toch maar wat nieuws aan te schaffen. Vanaf de jaren ’40 werd er dus op grote schaal specifieke kleding en speelgoed voor jongens en meisjes gemaakt.

Tot op de dag van vandaag wordt er onderzoek gedaan naar de vraag of jongens of meisjes een specifieke aangeboren voorkeur hebben voor een bepaalde kleur. Eveneens tot op de dag van vandaag is dat niet aangetoond. We moeten ons er ook van bewust zijn dat het praktisch onmogelijk is om hier grootschalige experimenten mee te doen omdat alle kinderen juist op jonge leeftijd al bevooroordeeld zijn over kleuren.

Ook al lijkt het misschien klein en onbenullig: het heeft daadwerkelijk impact op hoe we naar de wereld en elkaar kijken

In 2017, het jaar waar in we steeds meer inzien hoe weinig mannen en vrouwen van elkaar verschillen en hoe schadelijk onze vooroordelen over de beide geslachten kunnen zijn lijkt het mij niet meer dan een noodzakelijke en logische stap om van genderspecifieke kleuren af te stappen. Ik dacht eerlijk gezegd dat we daar al mee bezig waren, maar ervaringen zoals in de inleiding beschreven doen mij maar weer beseffen dat dit onderwerp nog vaker aangekaart dient te worden. Ook al lijkt het misschien klein en onbenullig: het heeft daadwerkelijk impact op hoe we naar de wereld en elkaar kijken.

Cordelia Fine, auteur van het boek Testosteron Rex stelt in dit interview met Knack Weekend dat de cultuur wellicht veel meer bepaalt hoe we onze mannelijk- en vrouwelijkheid beleven dan onze biologie.

“Het is waar dat genetica en hormonen invloed uitoefenen op de ontwikkeling en het functioneren van de hersenen. We zijn geen aseksuele schone leien. Maar het is belangrijk om rekening te houden met de vele factoren die inwerken op mannelijk en vrouwelijk gedrag. Wanneer het ontwikkelingssysteem evolueert, bijvoorbeeld door nieuwe vormen van anticonceptie, wetgeving voor gelijke kansen, vaderschapsverlof en genderquota’s, veranderen ook hersenen, hormonen, gedrag en rollen. Eigenlijk kunnen we er gerust van uitgaan dat typisch mannelijke eigenschappen zoals concurrentiedrang en sociale dominantie ook voor vrouwen relevant zijn”

“Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat niet enkel hormonen, maar ook ervaring en omgeving een belangrijke rol spelen in het feit of iemand een ‘mannelijke’ dan wel een ‘vrouwelijke’ natuur ontwikkelt (…) Tientallen jaren onderzoek in de evolutiebiologie hebben aangetoond dat de seksuele natuurlijke orde verrassend divers blijkt te zijn.” Met andere woorden, er is vaak meer verschil tussen mannen onderling en vrouwen onderling, dan tussen mannen en vrouwen. Er zijn razend competitieve vrouwen en mannen die nul ruimtelijk inzicht hebben.”

Het zal misschien in het begin onnatuurlijk aanvoelen om jongens in roze te kleden. Dat is logisch, het zit tot in de wortels van onze cultuur ingebakken. Maar daar zullen we ons overheen moeten zetten, ook al wringt het in het begin: met de natuur heeft het namelijk niets te maken. Wat we hebben aangeleerd, kunnen we ook weer afleren.

Meer lezen

Genderneutraal opvoeden: een psycholoog legt uit.