Redenen om tóch hoopvol te zijn over de vervuilende mode-industrie

In een tijd waarin we worden platgegooid met slecht nieuws (anders is het immers geen nieuws) is het ook goed om af en toe stil te staan bij positieve gebeurtenissen. Want die zijn er óók. Niet voor niets dat we de rubriek Good News Monday in het leven riepen. Vandaag duiken we in de wereld van de vervuilende mode-industrie, want daar zijn gelukkig ook een positieve veranderingen!

Laten we voorop stellen dat de kledingindustrie de op één-na-vervuilendste ter wereld is, pal na de vlees- en zuivelindustrie. Dat komt onder andere door slechte omstandigheden in fabrieken, vervuilende materialen, energie, watervervuiling en het verbrandingsproces wanneer collecties niet verkocht worden.

Vooral fast fashion-ketens dragen daaraan bij.

De impact van de kledingindustrie

Je kan je er misschien weinig bij voorstellen hoe een T-shirt, sok of spijkerbroek bijdraagt aan klimaatverandering, maar de cijfers liegen er niet om.

De mode-industrie neemt welgeteld 8 (!) procent van de wereldwijde impact op zich. Ter illustratie: dat is meer dan de gehele vliegsector.

Die cijfers lijken al lange tijd te stijgen, zo werd de productie van kleding tussen 2000 en 2015 verdubbeld (van 50 miljard naar 100 miljard items). Als je nu denkt: wow, maar gelukkig draag ik daar niet al te veel aan bij, want zoveel kleren heb ik niet; daar vergis je je waarschijnlijk aanzienlijk in.

Lees ook: Elke week een nieuwe outfit? Dit is de (verborgen) impact van kleding op het milieu

De gemiddelde Nederland heeft 173 kledingstukken heeft waarvan ‘ie er 50 niet draagt. Per jaar koopt een Nederlandse vrouw er 46 items bij.

Yup, da’s even slikken. Maar, zoals beloofd, er is dus ook goed nieuws!

En dan nu het goede nieuws

Consumenten worden zich steeds meer bewust van het feit hoe vervuilend de kledingindustrie wel niet is. Onder andere door boeken als De Verborgen Impact van Babette Porcelijn, maar ook bloggers zoals minimalist Jelle Derckx en Lets Talk Slow schenken er ontzettend veel aandacht aan.

Grote bedrijven als Patagonia bijvoorbeeld maken van duurzaamheid een steeds belangrijkere pijler in hun supply chain. Er is dus wel degelijk verandering in zicht!

Redenen om hoopvol te zijn

Hoewel er bedrijven en consumenten zijn elke hoek van de samenleving, er nog ontzettend wordt onderbetaald in kledingfabrieken, vervuilende materialen worden gebruikt en er nog een lange weg te gaan is voordat de hele sector er anders uit ziet, zijn er tóch genoeg redenen om hoopvol te zijn:

1. Een grote verandering is goed voor de economie

Rutte sprak er al over tijdend de Klimaattop (die waar Greta Thunberg én Donald Trump bij waren en er dodelijke blikken werden uitgedeeld): duurzaamheid is ook goed voor de economie. Er is immers vraag naar.

Sterker nog: je zou bijna kunnen zeggen dat wanneer je als ondernemer een bedrijf begint, duurzaamheid een vereiste is. Het is de nieuwe standaard.

Ook interessant: dít is de impact van de leerindustrie

Er wordt van bedrijven verwacht dat ze op een voor hun passende manier bijdragen aan een groenere wereld. Kleine én grote bedrijven doen eraan mee: zo zegt ZARA tegen 2025 enkel duurzame collecties te willen hebben en er zijn bijvoorbeeld bedrijven die leer maken van appel, ananas of cactus.

Grote kans dat het aantal duurzame (bedrijfs)ideeën alleen maar blijft groeien.

2. De kennis zal worden gedeeld

Omdat modeketens – zoals bij ZARA en H&M – gigantisch zijn, kunnen ze niet binnen een jaar totaal veranderen, daar gaat een heel proces aan vooraf. Een ontzettend leerzaam proces dus, waar veel andere bedrijven van kunnen leren. Om de hele industrie vooruit te krijgen, zullen zij hun kunnen kennis moeten delen en dat gebeurt al!

Allbirds – een duurzaam schoenenmerk – maakt de zool van suikerriet (en die zitten héél lekker!) en heeft hun formule gedeeld met andere schoenmerken. Hoe tof?

3. De consument zal veranderen

Willen we de impact van de mode-industrie verkleinen, dan zal er simpelweg minder kleding geproduceerd moeten worden. De consument (jij en ik dus) kunnen daar voor een deel voor zorgen door nee te zeggen tegen fast fashion, minder kleding te kopen en als je het tóch doet, vaker bij duurzame merken.

Must read: Waarom tweedehands shoppen niet compleet duurzaam is

Uit een onderzoek blijkt dat de kledingkast van de gemiddelde Amerikaanse vrouw al 3 jaar aan het krimpen is; van 164 items in 2017 naar 136 in 2019.

4. Technologie belooft veel

De mode-industrie zit zo in elkaar dat modemerken kleding ontwerpen op de gok. Ze weten niet precies hoeveel er van welk item verkocht gaat worden. Daardoor produceren merken vaak te veel stof en gebruiken het vervolgens niet, een nogal inefficiënte manier van kleding produceren inderdaad.

Met oog op de toekomst is de kans groot dat bedrijven in de toekomst kunnen uitzoeken hoeveel stof er precies nodig is en hoeveel er verspild wordt. Ook gaan verzendingen steeds sneller, waardoor kleding op aanvraag maken straks veel makkelijker wordt.

Daarnaast is het verminderen van afval niet alleen beter voor het milieu, het is ook een stuk goedkoper voor de fabrikanten en modemerken. Win-winsituatie toch?

Genoeg reden om hoop te hebben én zelf voortouw te nemen in de kledingconsumptie! En zeg nou zelf: kopen bij eerlijke, duurzame merken of bij tweedehands winkels voelt veel beter toch?

Meer over de kledingindustrie?

Starten met reflecteren? Ontvang de Reflection & Setting goals guide 2019/2020

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang 'm gratis in je inbox

Reageer op artikel:
Redenen om tóch hoopvol te zijn over de vervuilende mode-industrie
Sluiten