Volg je politieke debatten? Let op deze slechte argumenten

Een klein cursusje drogredenen

Laatst schreef ik een artikel over waarom ‘omdat we het altijd al zo gedaan hebben’ een slecht argument is om iets te blijven doen. Zo’n argument noemen we een drogreden: een reden of redenering die wel juist lijkt te zijn, maar eigenlijk niet klopt. In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen en in het tijdperk van nepnieuws leek het me wel aardig om stil te staan bij vijf opvallende drogredenen die we dagelijks te horen krijgen.

Ad populum

Bij een ad populum (aan de mensen) argument geldt: de meeste stemmen gelden. Iemand kan bijvoorbeeld zeggen: “65% van de mensen is voor de monarchie, dus de monarchie moet blijven”. Dit klinkt vaak als een overtuigend argument, helemaal in de democratische samenleving waarin wij leven. Dit argument gaat er vanuit dat de meerderheid altijd gelijk heeft, maar dit is natuurlijk niet per definitie zo.

Bij de stelling over het koningshuis kan het nog overtuigend klinken, maar als je zou zeggen “65% van scholieren blijft liever in bed liggen dan dat ze naar school gaan, dus laat ze maar thuis blijven” klinkt het al absurder.
Populisten gebruiken vaak dit soort argumenten om aan te tonen dat ze gelijk hebben. Populisten zijn zelfs afhankelijk van dit soort argumenten: zij verkrijgen hun autoriteit door de massa die achter hen staat. “Geert Wilders is het beste voor Nederland, want hij staat het hoogste in de peilingen.”

Reductio ad Hitlerum

Je leest het goed: Hitler zit verstopt in het laatste woord van deze drogreden. “Denk je dat je goed bent omdat je vegetariër bent? Hitler was ook vegetariër” is een voorbeeld van een Reductio ad Hitlerum. Bij het gebruik van deze drogreden ga je er vanuit dat als de slechte persoon A iets heeft gedaan, en persoon B dat ook doet, persoon B ook per definitie slecht is. Terwijl: Hitler dronk ook water, en ik denk dat we veilig mogen concluderen dat niet alle water drinkende mensen nazi’s zijn.

Tu quoque

Stel, ik zeg tegen een vriend: “ik vind dat we beter voor het milieu moeten zorgen en dat er minder auto’s moeten komen,” en die vriend zegt “Daar heb jij niets over te zeggen, want jij rijdt zelf in een auto.” Dat noemen we dan een tu quoqe (jij ook) argument. Je beschuldigt hiermee iemand van schijnheiligheid en maakt zijn mening onbelangrijk. Terwijl: het kan best dat ik in een auto rijd terwijl ik er eigenlijk tegen ben. Het tu quoqe argument gaat er onterecht vanuit dat je alles wat je zelf doet, ook automatisch goed moet keuren.

Bewijs per intimidatie

“Iedereen die echt van Nederland houdt, wil dat zwarte piet blijft” is een voorbeeld van bewijs per intimidatie. Een uitspraak als deze zorgt ervoor dat tegenstanders er niets tegen in kunnen brengen. Als ze namelijk zeggen dat ze toch niet voor zwarte piet zijn, erkennen ze volgens jouw argument dat ze niet van Nederland houden.

Hellend vlak

“Alle moslimextremisten zijn als gematigde moslim begonnen” is een hellend vlak argument. Bij zo’n argument wordt geïnsinueerd dat situatie A (gematigde moslims) altijd zal eindigen met situatie B (moslimextremisten). Vaak is dit echter absoluut niet te bewijzen. Als je bijvoorbeeld zegt ‘alle alcoholisten zijn met limonade begonnen’ klinkt het al een stuk absurder. De stelling is waar, maar het wil niet zeggen dat alle mensen die limonade drinken alcoholist worden.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.