Niet de tijd, maar de klok is de vijand

Tom Hofland 5 feb 2018 Featured

Ineens word ik overvallen door een flashback naar hapskamp. Voor degenen die dat niet kennen: hapskamp is hetzelfde als alle kampen op de basisschool, behalve dat je drie dagen lang geacht wordt te leven zoals in de prehistorie. Niet écht natuurlijk: de kippetjes die we boven het vuur roosterden kwamen uit een verborgen koelkast en het water dat we uit het beekje dronken was stiekem aangesloten op een fontein, maar wisten wij veel. Wij waren holbewoners.

In zelfgemaakte jute hesjes stonden we bij het hek van het bos. Onze kampleider, type prehistorische mens compleet met baard tot aan zijn navel, keek ons streng aan. “Kijk nog één keer om en zwaai naar je ouders. Daarna kijken jullie alleen nog maar vooruit. Dan zijn we terug in de tijd. De buitenwereld bestaat dan niet meer.”

Ik nam zijn opdracht doodserieus: ik salueerde nog één keer naar mijn ouders, hoopte dat mijn moeder een traan weg zou pinken (maar ze stond te ginnegappen met een andere moeder) en draaide me resoluut om. Ik was klaar voor het avontuur.

Na een tocht die voor mijn gevoel maanden in beslag leek te nemen (maar in werkelijkheid waarschijnlijk veertig minuten duurde) kwamen we aan bij ‘ons dorp’: een verzameling stenen hutjes met een krakkemikkig hek er omheen. Er liepen schapen, kippen en varkens. Het rook naar vuur en vochtige bladeren. Dit was ons nieuwe thuis.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

We vermaakten ons met het maken van brood, leefden ons uit als schaapsherder, slepen stiekem stokken scherp met meegesmokkelde zakmesjes om ons te beschermen tegen rovers en roosterden ons eten boven het kampvuur.

Het mooiste vond ik de avonden: midden in het bos was het pikkedonker, en omdat horloges verboden waren (en in het jaar 2000 niemand van onze leeftijd een telefoon had) hadden we geen flauw besef van tijd. We probeerden te raden hoe laat het was. “ik denk dat het al wel twee uur ’s nachts is!” riep iemand enthousiast. We knikten, want zo voelde het, ook al was nog nooit iemand van ons zo lang opgebleven. Twee uur vond de juf wel erg laat, en dus moesten we na die opmerking naar bed.

Wij wisten niet dat onze juf (die gewoon een Nokia op zak had) donders goed wist dat het nog maar net negen uur was geweest en dat zij natuurlijk niet kon wachten tot ze de stiekem meegenomen flessen wijn soldaat kon maken met de rest van de kampleiding.

Dat leven zonder klok, ook al was het maar drie dagen, beviel me toen al bijzonder goed. We werden moe zodra het donker werd, stonden bij het eerste licht op en dekten de lunchtafel als iemand het flauwe vermoeden had dat het misschien toch wel lunch tijd was, waarom zou zijn maag anders knorren?

Dat ritme van ons is niet zo stipt als een klok: ze snoept er af en toe een paar minuutjes bij of af naar onze behoeften.

Deze drie dagen op hapskamp staan lijnrecht tegenover hoe ik nu leef. Terwijl ik dit schrijf kan ik op drie plekken zien hoe laat het is: op mijn laptop, mijn telefoon en mijn horloge. Daarmee komt ook het besef dat ik dit stuk op tijd af moet hebben omdat anders onze eindredacteur in de stress komt met haar schema. Dan moet ik bepalen hoe ik m’n avond ongeveer ga inplannen, welke trein ik zal pakken en hoeveel minuten ik dan ongeveer heb om iets te eten te maken.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

In 360 magazine verscheen een razend interessant interview, dat uit het Duitse Die Zeit was overgenomen, met Karlheinz Geißler (72,) Duitslands bekendste tijdonderzoeker.

Een hoofdvraag uit het interview was of de tijd nu steeds sneller gaat, of dat alleen maar zo lijkt. Geißler was er stellig over: de tijd blijft altijd hetzelfde, alleen omdat we onze dagen zo vol stoppen en we elk moment van de dag nieuwe prikkels binnen krijgen (via Whatsapp, Twitter, Facebook, de bekende ‘boosdoeners’) wordt onze tijd verdicht. Op momenten dat je je een beetje verveelt of weinig prikkels krijgt lijkt de tijd langzaam te gaan. Maar je raadt het al: die momenten hebben we bijna niet meer.

Volgens Geißler is niet de tijd, maar de klok onze grootste vijand. De kloktijd die wij kennen is volgens hem namelijk niet de enige tijd: zo is er ook de natuurtijd. Geißler heeft het dan niet over een ‘inwendige klok’ maar een ritme. Dat ritme van ons is niet zo stipt als een klok: ze snoept er af en toe een paar minuutjes bij of af naar onze behoeften. Zo wordt Geißler zelf elke dag om acht uur wakker, maar soms een paar minuten eerder of later. De kloktijd verwacht echter een strak en vast patroon van ons en dringt ons dus iets op wat we van nature al niet kunnen.

Geißler vertelt dat men tot het einde van de middeleeuwen leefde op het ritme van de natuur: met name met de zon en de maan. De lengte van uren verschilde daarom ook: per jaargetijde duurde ze soms veertig of tachtig minuten. “mensen namen gewoon de tijd dat de zon scheen en deelden die door twaalf. Wanneer ze met elkaar afspraken, oriënteerden ze zich op de lengte van de schaduwen.”

Klokken waren in het begin voor veel mensen totaal niet interessant, zo vertelt Geißler. Hij stelt dat pas na 1871 in Japan ze niet eens een woord voor tijd hadden, en dat Chinese keizers klokken die ze van Westerlingen kado kregen als speelgoed aan de kinderen gaven. Pas toen duidelijk werd dat tijd en het reguleren ervan geld in het laatje kon brengen (handel werd nu heel precies en gericht mogelijk) kreeg het enorme belangstelling. De zucht naar geld en ‘macht over de tijd’ heeft de klok bestaansrecht gegeven, en nu kunnen we ons geen leven zonder voorstellen. Er werd voor de klok heel anders met tijd omgegaan dan nu, omdat mensen in hun eigen ritmes probeerden te leven. Nu is er één ritme waar iedereen zich aan moet houden: de klok als dictator.

Volgens Geißler is ons leven met de klok de grootste reden voor bijvoorbeeld de burn out. Met zijn allen naar een yoga-retreat dan maar? ‘Laat u niet voor de gek houden!’ zegt Geißler tegen de journalist van Die Zeit: ‘Uiteindelijk wordt ook daar de tijd omgezet in geld. Dat is de manier waarop het kapitalisme omgaat met de problemen die het zelf veroorzaakt heeft: het creëert een nieuwe markt en maakt onthaasting tot handelswaar.”

En daar slaat Geißler voor mij een spijker op zijn kop. Als ik zijn uitspraken in 360 magazine (die nog veel interessanter en diepgaander zijn dan de kleine fragmenten hier) snap ik nog meer waarom ik zo’n warm hart krijg bij de gedachte aan het hapskamp. Misschien kan ik dat gevoel wat ik had weer terugkrijgen. Niet door naar retreats te gaan, maar door af en toe de klok af te dekken. Ik ga het proberen: af en toe een weekend leven zonder klok. Een opstand tegen de dictatuur, in miniatuur. Want ik wil natuurlijk wel mijn trein halen op maandag, dat dan weer wel…

Meer lezen

Zo houd je tijd over.

Reageer op artikel:
Niet de tijd, maar de klok is de vijand
Sluiten