Waarom je niet altijd de beste hoeft te zijn

Maaike Kooijman 15 nov 2018 Mind

Groep 3 heb ik overgeslagen, in groep 7 en 8 maakte ik extra werkstukken en op de middelbare school wilde ik altijd de hoogste cijfers halen. Ik kan me herinneren dat ik een 9,2 kreeg voor Frans en daar alsnog niet tevreden over was – omdat ik zéker wist dat de docent mijn handschrift verkeerd had gelezen, en met 1 punt meer zou ik wel de beste zijn.

Nou ja, je snapt het punt. Ik wilde altijd de hoogste cijfers halen, de beste zijn. En ik ben niet de enige. Oké, misschien zijn er mensen die genoegen nemen met 6’jes op school, maar die mensen willen misschien de zwaarste gewichten kunnen tillen of als eerste promotie maken.

Maar hoe komt het eigenlijk dat we ons inmiddels wel realiseren dat we geen prinses of president worden, maar wel nog steeds denken dat we de beste ondernemer, moeder, et cetera kunnen – en moeten willen – zijn?

Meer geld, meer aanzien, meer overlevingskans

Het is ergens natuurlijk logisch: ons brein vertelt ons dat we het beste leven zullen hebben als we ergens de beste in zijn. Dan hebben we het meeste geld, het meeste aanzien en dus de grootste overlevingskans – en da’s precies wat ons brein en lichaam willen. En o ja, dan is er ook nog het verhaal van de maatschappij die het van ons verwacht.

Dit vind je vast ook leuk: Harder, better, faster, stronger: waarom het altijd meer moet in deze prestatiemaatschappij

Inmiddels hebben we echter ook prima overlevingskansen als we niét in alles de beste zijn. Sterker nog, dan zijn we juist veel gelukkiger. Je gaat nooit de allerbeste van de heeele wereld (denk even aan een kindje met z’n armen zo wijd mogelijk) zijn, dus het maakt je niet blij om het altijd te proberen en het nooit te zien lukken. Lijkt ons een prima reden om de verwachtingen van de maatschappij in de wind te slaan.

De beste zijn is niet altijd leuk

Want zelfs als het wel lukt, is dat niet altijd leuk om de beste te zijn. Weet je nog dat je vroeger altijd voor de klas moest staan als je het beste was in presenteren, zelfs als je het niet per se leuk vond? Dat mensen je altijd vroegen hun opdrachten na te kijken als je toevallig goed was in taal? Zelfs aan de beste zijn zitten nadelen. Ja, misschien word je uiteindelijk rijk, maar voor hetzelfde geld zit je dan thuis met een burn-out.

Kijk naar Girls-actrice Lena Dunham, die haar verhaal deed in de podcast van Refinery29. “Ik dacht dat ik het drukst moest zijn, meest actief en aanwezig, meest feministisch en meest body positive” – maar dat kostte vooral heel veel moeite. Inmiddels realiseert ze zich dat ze veel liever een betrokken vriendin, een goede dochter , een liefhebbende zus en een schrijver is: “Dat is alles waar ik van droom.”

Samenwerken heeft meer effect

Nu willen we niet al te pessimistisch overkomen: het is hartstikke goed om dromen te hebben, de wereld te willen veranderen. Maar het doet een heleboel voor je eigen gemoedsrust als je je realiseert dat je alleen dingen kunt veranderen als je niet probeert beter te zijn dan anderen, maar juist samenwerkt. Dat heeft niet alleen meer effect, maar is ook gezelliger.

Dit vind je misschien ook interessant: Kun je goed samenwerken? Dan heb je waarschijnlijk een hoog IQ

Bovendien heb je veel meer tijd over voor andere dingen als je de prestatiedruk uit je hoofd probeert te halen. Je kunt meer aandacht besteden aan mensen die je gelukkig maken, aan hobby’s die er altijd bij inschoten. Of je kunt gewoon een keer in bed liggen en niks doen.

Dus geloof ons: je hoeft niet altijd de beste te zijn. Gewoon goed, is goed genoeg – want dan heb je pas echt het beste leven.

Meer lezen over prestatiedruk

Reageer op artikel:
Waarom je niet altijd de beste hoeft te zijn
Sluiten