Nergens is de Nederlander zo asociaal als op de fiets

Met gevaar voor eigen leven fiets ik vijf dagen per week naar kantoor. Fietsend over de grachten van Amsterdam maak je namelijk heel wat mee. Auto's die plotseling voor je stoppen, wegen die afgezet zijn en toeristen die midden op straat lopen. Maar het ergste gevaar is de fietser zelf. Ja, echt. En de grap is, zij (jij?) denken van niet.

Nu moet ik toegeven dat ik de eerste 18 jaar van mijn leven niet in Nederland woonde. Hierdoor is mijn fietstalent iets gebrekkiger dan dat van de gemiddelde Hollander. Daarbij komt dat ik pas vijf jaar in Amsterdam woon: het kloppende hart van asociale fietsers. Ik liep dus al 1-0 achter. Maar inmiddels kan ik mezelf toch aardig manoeuvreren door de fietsmenigte en dan nóg verbaas ik me over de complete gekte van de gemiddelde Amsterdammer op de fiets. Have they (you) lost their (your) mind?

Door rood

Ik sta vaak keurig stil voor een rood stoplicht. Je weet wel, just minding my own business, me aan de regels houdende. Dan komt er een opgejaagd persoon (mannen en vrouwen zijn even erg) geïrriteerd langs. Al zuchtend en kreunend, mij half aanrakend, wurmt ‘ie zich langs me. Om vervolgens een meter voor me te moeten stoppen omdat, jaja, er een auto van links komt. Want: het licht stond op rood.

Een paar seconden later springt ons licht op groen en kunnen we gaan. Maar deze persoon in kwestie ziet het licht natuurlijk helemaal niet omdat ‘ie er een meter voor is gaan staan. Dit resulteert in één grote chaos als de hele fietsmenigte achter ‘m begint te bewegen. Want wij (de keurig wachtenden) kunnen er niet langs, omdat hij (de ongeduldige) in de weg staat en niet ziet dat ‘ie weer mag fietsen. Dit levert hem precies niets op. En ons al helemaal niet.

Nog zo’n verhaal. Een vriendin van me rijdt steevast door rood. Als ik haar daarmee confronteerde deed ze altijd lacherig. Ik stelde me aan, was degene die niet was opgegroeid op de fiets en daarom zo (over)voorzichtig deed. Totdat ze een keer door rood fietste en keihard tegen een andere fietser is geknald. Ambulance erbij. Schrik zat er goed in. En nu maanden later betaalt ze nog elke maand een bedrag aan de gedupeerde, omdat zij de rest van haar leven knieën heeft die het niet meer goed doen. Ja, door het ongeluk dus. Of ze nu nog door rood fietst? Tuurlijk.

‘Maar dit is een extreme uitzondering!’ hoor ik jullie roepen. Nee, het is een uitzondering dat zij pech heeft gehad en het compleet mis is gegaan. Daar zit de uitzondering in, en niet in het door rood fietsen. Want dat doen er nog genoeg.

Mag ik er even langs?

Vorige week fietste ik over de grachten en blokkeerde er een grote vrachtwagen de weg. De chauffeur reed heel langzaam en rustig langs een stilstaande auto. Er vormde zich uiteraard een kleine file achter de vrachtwagen, maar hey, kan gebeuren. Toen hij er bijna langs was, besloot een opgejaagde fietser dat hij er echt NU langs moest. Het paste niet. Daarom stonden al die mensen achter de vrachtwagen te wachten. Zoveel was duidelijk. Met één hand tegen de vrachtwagen aan en de ander aan zijn stuur, probeerde hij erlangs te komen.

Dit hele tafereel leverde een paar dingen op. Ten eerste: de fietser kwam bijna onder de vrachtwagen terecht. Ten tweede: de vrachtwagenchauffeur schrok zich kapot en moest meteen op de rem staan. Ten derde moest iedereen achter de vrachtwagen nóg langer wachten totdat de fietser doorhad dat dit niet zijn beste idee van de dag was. Geïrriteerd trappelde hij naar achteren. Kon de vrachtwagen weer verder, en wij ook. Als dit niet asociaal (en gewoon niet zo slim) is, dan weet ik het ook niet meer. En nogmaals: dit doen meerdere mensen. Dit was geen eenmalig fenomeen.

Nu zou ik door kunnen gaan met voorbeelden over rechts inhalen, niet stoppen voor mensen die oversteken op zebrapaden, het vele gevloek en gegil als een fietser vindt dat ‘ie erlangs moet gaan en het uiteindelijk één minuut ergens eerder aankomen omdat je met gevaar voor eigen, en andermans, leven hebt gefietst. Maar daar heeft niemand wat aan. Dus, *rant over*.

Maar laten we allemaal wat rustiger in het verkeer worden. Laten we hier een mooie les uit halen. Dit is namelijk dé grootste zen-test voor de Nederlander: zen op de fiets zitten. Denken aan je eigen gemoedstoestand en aan dat van een ander. Beter zorgen voor je eigen veiligheid en die van een ander. Houd je gewoon aan de regels, fiets niet als een crazy person en lach eens wat vaker om een toerist die je niet ziet aankomen. Je bent op de fiets namelijk ook gewoon die lieve vriendin, goede moeder en aardige collega. Toch?

Meer lezen

Waarom fietsen goed voor ons is.

Reageer op artikel:
Nergens is de Nederlander zo asociaal als op de fiets
Sluiten