Ik moest naar de Acute Deeltijdbehandeling (ADB)

Bregtje Knaap 3 jan 2018 Mind

Ondanks dat mijn nieuwe arts aandrong op psychiatrische opname, ging ik die dag niet naar de kliniek. Omdat mijn moeder er, zoals ze me had beloofd, dwars voor ging liggen. Een hele opluchting – eventjes dan. Want het alternatief was, dat ik nu dus naar de Acute Deeltijdbehandeling of ADB op de GGZ moest.

De psychiatrische thuiszorg werd stopgezet, omdat die niet het gewenste effect had. Onder begeleiding van therapeuten zou ik op de ADB in groepsverband behandeling krijgen, vijf dagen in de week van 9.30-16.00 uur.

Natuurlijk zag ik dat compleet niet zitten, maar het werd me voorgehouden als het enige alternatief voor een opname. Ik kon dus niet weigeren, ook omdat ik op dat moment zelf tot niets in staat was en mijn lot vrijwillig in handen van anderen – mijn familie, de artsen – had gelegd. Na een kort telefoontje met de begeleiders van de ABD kon ik terecht. Met ingang van morgen. Ik liet het over me heen komen, maar vanbinnen was ik woest dat dit me nu zo door de strot geduwd was.

De volgende ochtend bij negenen reed mijn moeder me naar de GGZ. Ze had me even daarvoor met grote moeite mijn bed uit gesommeerd en me mij met veel soebatten en enige pressie van haar kant laten douchen, aankleden en ontbijten.

Waren al deze mensen depressief?

Binnen werden we ontvangen door een van de begeleiders. Ze leidde ons kort rond. Hier kun je je jas kwijt, hier is de ruimte waar we zo gaan beginnen, daar kun je koffie of thee halen. Mijn moeder, die me na afloop weer zou komen halen, zei gedag en daar zat ik dan. In een ruimte met een stuk of wat totale vreemden. Er werden dingen van me verwacht. Ik moest spreken, iets gaan zeggen. Meedoen. Ik werd onderzoekend aangekeken door de andere deelnemers en voelde me ongemakkelijk. Ik zag er niet uit. Onverzorgd, omdat ik mezelf had laten verslonzen. Wisten zij veel dat ik mijn tanden niet had gepoetst, geen deo op had gedaan en geen beha droeg. Daar geneerde ik me nu voor en ik hield me stil, in de hoop dat niemand me zou opmerken.

Op mijn beurt bekeek ik de anderen. Het was een gemêleerd gezelschap. Een jong meisje met krullend blond haar en een droevige blik was de knapste van de groep. Ze praatte met een lange, graatmagere en spichtige jongen met een grauw gezicht. Hij had allemaal vuurrode krassen aan de binnenkant van zijn onderarmen, zag ik later. Had hij dat zelf gedaan? Er was een wat oudere, kalende man, die moeilijk stil kon zitten en soms ineens fladderende, ongecoördineerde bewegingen maakte. Kwam dat door zijn medicatie soms? Een jonge jongen staarde wat voor zich uit. Wat was er met hem aan de hand, waarom zat hij hier? Waren al deze mensen depressief?

Er waren drie begeleiders. Stuk voor stuk met een hoog therapeutengehalte: aardig, benaderbaar, begripvolle stem en meelevende blik. Maar wacht – het waren natuurlijk ook therapeuten. Van wat ik zag werd ik nou niet bepaald blij. Met alle mensen om mij heen daar op de ADB, ging het duidelijk niet goed. Dat was aan alles af te lezen. Hun hele manier van zijn – hun spreken, hun bewegen, hun interactie – was weinige florissant en straalde een doffe ellende uit. Niet dat dat bij mij anders was.

Meer lezen

Hoe mijn depressie leidde tot zelfverwaarlozing.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Ik moest naar de Acute Deeltijdbehandeling (ADB)
Sluiten