Jij bepaalt hoe dit verhaal afloopt: ‘Ik heb mijn baan opgezegd en heb geen flauw idee wat ik nu ga doen’

De lezer is de auteur van dit verhaal: dit is deel 2

Als journalisten schrijven we elke dag mooie verhalen. Maar wat nou als de lezer, in plaats van de schrijver, bepaalt hoe het verhaal verloopt? Vorige week deelden we een fictief verhaal, en jij kon ons laten weten hoe jíj vindt dat de hoofdrolspeler moet handelen. We kregen uiteenlopende reacties, en dit is deel 2 van het verhaal. Helemaal door jullie bedacht. Bepaal jij volgende keer de rest?

Deel 1 gemist? Je vindt ‘m hier.

Ik trok de statige deur achter mij dicht. Ik rechtte mijn rug, sloot mijn ogen en ademde een diepe teug naar uitlaatgassen ruikende lucht in. En nog een keer. Ondanks het bedenkelijke aroma van de lucht die ik mijn longen in zoog, voelden deze ademteugen beter dan ooit tevoren. Ik voelde bevrijding.

Een kwartier lang was Stijn tegen mij tekeer gegaan, waarbij de woorden ‘loyaliteit’, ‘ambitie’ en ‘matennaaier’ meermaals vielen. Hij zal nog wel meer lelijke dingen hebben gezegd. Zijn tirade is grotendeels aan mij voorbijgegaan. Op een vreemde manier voelde ik mij wel gevleid. Zijn woede had mij verbaasd. Kennelijk was ik dan toch een asset voor het bedrijf, zoals hij dit altijd noemde.

Had ik van tevoren zenuwen gevoeld? Natuurlijk. Mijn collega’s hebben mij allemaal naar Stijns kantoor zien lopen met een enveloppe in mijn hand. Ik voelde de blikken. In mijn hoofd speelde echter Eye of the Tiger af. Nog voor ik goed en wel had uit kunnen leggen wat ik kwam doen, was Stijn ontvlamd en had hij mij met veel kabaal en psychologische spelletjes geprobeerd een schuldcomplex aan te praten.

Ik had mijn beslissing echter al genomen en dus stapte ik weer naar buiten als een winnaar. Het gescheld en getier van die gladjakker gleed van mij af als een met zonnebrand ingesmeerd kind van een luchtbed in een zwembad. Na aftrek van mijn nog openstaande vakantiedagen kwam ik uit op nog zes dagen werken. Nog twaalf keer door de statige deur en dan was het finito. In mijn hoofd had ik nu al afscheid genomen. Wat er in die zes dagen nog zou gebeuren, zou mij geen flikker meer kunnen schelen. Deze jongen was weg.

Was deze beslissing een life changer? Geen idee. Ik was al langer ontevreden over mijn leven, maar had er tot enkele dagen geleden nooit echt over nagedacht. De beslissing om mijn baan op te zeggen, was een redelijk spontane geweest en had in een paar dagen vorm gekregen. Ik had er ook met niemand over gesproken, dus toen ik om 21:00 uur The Tara binnenstapte, wist ik dat ik mijn vrienden zou overdonderen.

Reinier en Diederik (tja, ik bleef een jongen uit een bepaald milieu) zaten al aan een tafel met twee leeggedronken pints Guinness. Sommigen verleerden het niet. Ik werd begroet met twee overenthousiaste high fives. Ik ging zitten, keek richting de barman die vragend drie vingers opstak en knikte als teken van goedkeuring van het serveren van drie verse pints.

We zagen elkaar niet vaak, Reinier, Diederik en ik, maar we konden lezen en schrijven met elkaar en dus hadden zij kennelijk gevoeld dat er iets aan de hand was. Met een dikke grijns en een zelfverzekerde houding die maar deels oprecht was, vertelde ik hen dat ik mijn baan had opgezegd. Het blijft mooi om dan de reactie van een kerel als Reinier te zien. Een klein, dik ventje met van die rode appelwangetjes en spierwit haar die er keihard ‘What the fuck dude?’ uitgooit: het staat hem gewoon niet. Zijn verbazing was oprecht – en terecht -, want zelfs mijn goede vrienden had ik niet over mijn twijfels verteld, laat staan over mijn intenties. De timing van de serveerster had niet mooier kunnen zijn en Reinier maakte een gebaar naar haar dat duidelijk moest maken dat zijn vuilbekkerij vooral niet tegen haar gericht was.

Even was er een moment stilte en toen hief Diederik het glas. ‘Op nieuwe avonturen!’ Je kunt waarschijnlijk al raden welke vraag hierop volgde. Het was de enige vraag waar ik geen antwoord op had en Diederik stelde hem. Wat ik nu ging doen.

Ik zat hier met mijn twee beste maten en wist dat zij mij nooit zouden veroordelen en dat zij mij zouden steunen in mijn keuzes. Toch keken zij mij beiden aan met blikken die zeiden: je hebt hopelijk wel een plan, toch? Ik rekte mij even theatraal uit en hief mijn handen ten hemel terwijl ik mijn meest onnozele blik trok. Reinier herhaalde nog maar eens zijn favoriete woorden.

Diederik – niet voor niets werkzaam als accountant – leek vooral na te denken over het financiële aspect van mijn beslissing. En terecht, want ik had hier zelf ook nauwelijks over nagedacht. Ik had genoeg centen op de bank om een tijd te reizen en mij geen zorgen te hoeven maken. Of om mijn eigen bedrijf te beginnen. Ik speelde al een tijdje met die gedachte. De markt was freelancers gunstig gezind. Regelmatig was er bij een (dreigend) capaciteitstekort een freelancer bij ons op kantoor ingevlogen. Die gasten konden echt niet meer dan ik, maar verdienden wel een stuk meer.

Daarentegen: moest ik wel op mijn vijfendertigste proberen om een eigen zaak te starten? Beter zou ik de komende periode proberen uit te vogelen wat ik echt wil met mijn leven. De volgende stap die ik zou nemen, moest een goede zijn als ik nog enigszins mijn ambities wilde waarmaken.

Kennelijk was het evident dat ik er tussenuit moest, moest reizen, mijzelf herontdekken

Uiteindelijk kom je nadat je op rigoureuze wijze je baan hebt opgezegd altijd uit bij dezelfde vervolgstap: reizen. Reinier en Diederik waren hier eensgezind in: ik zou moeten gaan reizen. Hoe ik ook had geprobeerd om mijn onzekerheden en ongelukkige gevoel ver weg te houden van de buitenwereld; het was hen kennelijk opgevallen dat ik al langere tijd niet lekker in mijn vel zat. ‘Reizen doet je goed man.’ Zei Diederik, die zich na een krappe maand ‘avontuur’ in Thailand en Laos – hij zat meer op het strand dan in de jungle – een soort Jacques Cousteau slash Bear Grylls voelde.

Reinier was het er roerend mee eens. Kennelijk was het evident dat ik er tussenuit moest, moest reizen, mijzelf herontdekken. Ironisch genoeg kwam dit enthousiasme van twee van de grootste loonslaven die ik kende. Wellicht was het opzeggen van mijn baan zonder vastomlijnd plan wel een diep verlangen van bijna elke dertiger. Het kon eigenlijk niet, althans: als je redeneerde volgens het hele huisje-boompje-beestje-principe. Maar ik ging het doen en bevestigde daarmee wederom – zij het op een totaal andere manier – mijn afkeer van de norm.

Na meer dan een paar pints besloten wij de avond bij mij thuis voort te zetten. Deels omdat wij allemaal trek hadden gekregen in iets sterkers dan bier en mijn whiskycollectie derhalve ter sprake kwam, maar vooral omdat ik in onze laatste ronde bier een uitdaging aan was gegaan.

Hoe ik mij voelde als alleenstaande dertiger in een appartement in Amsterdam Noord weet je al, maar dat betekent niet dat er geen voordelen waren. Mijn appartement was volledig ingericht naar mijn wensen en eisen, zonder dat ik rekening had hoeven te houden met een ander. Derhalve had ik een slaapkamer, de grootste, ingericht als man cave. Om deze ruimte toch nog wat sfeer te geven, was ik op een dag de kringloopwinkel ingestapt en had daar alles gekocht wat vintage oogde en mij beviel. In deze uiteindelijk nogal bonte en weinig samenhangende collectie voorwerpen zat ook een old school globe. Zo’n wereldbol die wij vroeger allemaal hadden, met zo’n lampje erin die het model van de aarde deed oplichten en waardoor jij je op de een of andere manier intellectueler ging voelen als je aan je bureau zat.

Enfin: Diederik kwam met het ludieke idee om mij te blinddoeken, de bol te spinnen en mij met een dartpijltje een land aan te laten wijzen waar ik in eerste instantie naar toe zou reizen. In een vlaag van beschonken overmoed had ik toegestemd, maar later teruggekrabbeld. Diederik en Reinier hadden echter toegezegd wat andere vrienden te charteren en het geld voor een vliegticket te betalen. Na lang nadenken had ik alsnog ingestemd, onder de voorwaarde dat ik niet zou reizen naar een land waar het in welke zin dan ook onveilig was. Verder had ik onderhandeld dat ik drie pogingen zou krijgen en daaruit een keuze zou mogen maken.

De whisky vloeide rijkelijk en Reinier had de tegenwoordigheid van geest om zijn telefoon te pakken en het hele tafereel te filmen zodat hij bewijs had van de afspraak en ik er niet meer onderuit zou kunnen komen. Al snel werd de afspraak iets gewijzigd. We waren drie slimme jongens, maar hadden ons niet beseft dat een akelig groot gedeelte van onze aardkloot bestaat uit zeeën en oceanen. De eerste drie geblindeerde pogingen eindigden dan ook twee keer middenin de Atlantische oceaan en een keer in de Stille oceaan. Ter plekke besloten we dat het toch niet ideaal was om mijn avontuur op open zee door te brengen en dat ik nog drie pogingen zou krijgen. Toen poging een wederom de Atlantische oceaan aanwees en poging twee eindigde in Irak, wist ik dat het op poging drie aan moest komen. Ik hoorde hoe Reinier de wereldbol een zwieper gaf, bracht langzaam mijn hand met daarin het dartpijltje naar de bol en prikte. Even was het stil en toen begonnen mijn maten enthousiast te schreeuwen en te springen. ‘Nicaragua, gast! Nicaragua!’ Het werd weer even stil.

Fuck it, Nicaragua jongens, lang niet gek. Ik doe het!’ Zei ik toen. Nicaragua… wat wist ik ervan? Helemaal niets, maar ik had een belofte gedaan en potdomme Rick van Hulst komt zijn beloftes altijd na.

Jij bepaalt

Stuur je het hoofdpersonage de afgrond in, of red je ‘m uit zijn miserabele leven? It’s up to you. Stuur jouw idee in een mailtje naar de redactie, en lees volgende week wat er gebeurt.