Ik was geïntrigeerd. Wie waren die mensen in de psychiatrische kliniek en wat was hun verhaal?

Een Anna Wintour look-a-like zat er ook

Een kind van drie dat verstoppertje speelt, denkt dat het verdwenen is op het moment dat het zijn ogen sluit en de wereld niet meer ziet. Op eenzelfde manier probeerde ik me te verstoppen.

Met mijn ogen dicht en mijn hoofd onder de dekens, probeerde ik wanhopig op te houden te bestaan en de wereld, die ik in mijn depressie niet meer kon duiden, laat staan kon handelen, op te laten houden te bestaan. Natuurlijk kwam ik daar niet mee weg. Ik kon mezelf wel in de pauzestand zetten, maar het leven en de wereld om me heen lieten zich niet pauzeren.

De realiteit was dat ik me in een psychiatrische kliniek bevond. En daar ging het leven gewoon door en werd er van me verwacht dat ik er aan deelnam. Op de momenten dat ik niet in mijn bed naar het plafond lag te staren, moest ik deelnemen aan het dagelijkse programma.

In de kliniek was het een komen en gaan van mensen. Elke dag was er ‘verse’ aanwas. Bij elke lunch, elk diner ontwaarde ik weer nieuwe gezichten aan tafel. Sommigen bleven een paar dagen, anderen een paar weken, en er waren er die, net zoals ik, meerdere maanden bleven. En al sprak ik met niemand – heel eerlijk? Ik vond de mensen in de kliniek maar vreemd en raar en ‘anders’ en soms gewoon ronduit scary. Ik had niet door dat ik op dat moment zelf even ‘vreemd’, ‘raar’, ‘anders’ en ‘scary’ was. Of normaal – ik was wel degelijk geïntrigeerd. Wie waren die mensen en wat was hun verhaal?

Zo was er een lange, slanke vrouw. Veel woorden heb ik niet met haar gewisseld, maar ze trok mijn aandacht. Als ze aan tafel met de anderen praatte, luisterde ik heimelijk mee. Van de mensen in de kliniek, vond ik haar nog het meest ‘normaal’. Haar naam kan ik me niet herinneren, maar ik zie haar nog zo voor me. Ze zag er netjes en verzorgd uit, niet overdreven uitgesproken, maar je zag aan haar kleding dat die met zorg uitgekozen en van goede kwaliteit was. Haar haar droeg ze in een strenge bob á la Anna Wintour. Ze ademde een zekere klasse en distinctie uit. Als je haar op straat tegen zou komen, zou je niets aan haar zien. Misschien alleen een onbestemde blik in haar ogen. Een zweem van droefheid. Maar in de kliniek liep ze onzeker door de gangen, ingehouden. Ze had last van angsten en paniekaanvallen en depressie.

Ik dacht dat ik me altijd zo ellendig zou blijven voelen. Maar er komt een dag, dat het opklaart in je hoofd

Op de dag van haar vertrek – ik zat toen een week of twee, drie in de kliniek – kwam ze iedereen bij het ontbijt gedag zeggen. Ook mij. Ik zat aan de yoghurt met cruesli. Ze kwam even bij me aan tafel zitten. ‘Ik mag naar huis,’ zei ze. ‘Het gaat beter. Ik voel me beter. Ik denk dat ik het wel weer kan, thuis zijn, al zal het misschien eerst wat onwennig zijn. Weet je wat vreemd is? Ik dacht niet dat het ooit over zou gaan. Ik dacht dat ik me altijd zo ellendig zou blijven voelen. Maar er komt een dag, dat het opklaart in je hoofd. Ik had het een paar dagen geleden. Ineens was er een helderheid. Ik geloofde het eerst niet. Maar het is gebleven. En nu mag ik naar huis.’

Ze keek me even indringend aan. ‘Ik hoop dat dat moment voor jou ook komt, dat het opklaart in je hoofd. Het duurt even, maar het komt. Dat weet ik zeker. En ik gun het je dat je je beter gaat voelen, want ik zie dat je er erg aan toe bent. Ik gun het je zo. Heb geduld en houd vol.’

Ik zei dat ik blij voor haar was dat ze naar huis mocht en wenste haar veel sterkte. Dat er een moment zou komen waarop het in mijn hoofd weer helder zou worden, geloofde ik niet.

Meer lezen

Het moment dat ik gedwongen werd opgenomen in een kliniek.