Ik ontmoette de personificatie van Boeddha (in de intercity naar Utrecht)

Tom Hofland 12 dec 2017 Featured

Ik zat ’s avonds in de trein: moe, met pijnlijke schouders en een kop vol met zorgen. Over het algemeen ben ik een goedgemutste jongen, maar deze avond zag ik het even niet meer zitten. Werk, privé, alle zorgen buitelden over elkaar heen. Met mijn hoofd tegen het raam keek ik naar het voorbijtrekkende landschap, tot ik merkte dat er een jongen van een jaar of veertien tegenover me ging zitten. Zo’n puber die al even lang is als ik (1.84), maar in alles nog het uiterlijk van een kind heeft.

Zijn broek was te kort, net als de mouwen van zijn jas. Hij droeg een enorme rugzak bij zich die hij met moeite met twee handen van de grond kreeg. Daar kwam bovenop dat hij zojuist was natgeregend. Dikke druppels dropen van zijn haar op de bekleding van de stoel.

Deze jongen had elke reden om chagrijnig te zijn, maar dat was hij niet. Zijn blik stond op oneindig. Hij keek niet per se vrolijk, maar zeker niet chagrijnig: totale acceptatie was wat ik van zijn gezicht aflas. Ja, zijn kleren pasten hem niet. Ja, hij tilde zware bagage met zich mee. En ja, zelfs het weer was tegen hem. Maar greep hij zijn telefoon om een boos berichtje de wereld in te sturen? Nee! Hij pakte zijn broodtrommeltje uit zijn tas, compleet met pakje frisdrank en genoot in stilte van zijn snack. ‘Jezus is terug op aarde, vermomd als puisterige puber,’ dacht ik bij mezelf. Ik wist zeker dat als ik hem een tik had verkocht hij me zijn andere wang had toegestoken, terwijl hij rustig aan zijn pakje drinken zou blijven lurken.

Ik wilde hem zeggen: ‘Wat ben ik trots op je, dat je hier gewoon zo zit te zitten. Dat je je niks aantrekt van de anderen en dat je nog uit pakjes drinkt.’ Daarna zou ik ook een pakje tevoorschijn toveren en zo zouden we lurkend tegenover elkaar zitten, zwijgend, kijkend naar het niets. De conducteur zou ons vreemd aankijken, maar we zouden hem niet eens zien. Niemand kon ons raken. Daar in die intercity waren wij twee aparte giganten in een oneindig heelal die niets aantrokken en niets afstoten. We waren één met de kosmos, één met de natuur en één met ons pakje drinken. Daar zouden wij simpelweg bestaan in het hier in nu.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Maar natuurlijk zei ik niets, en dat is maar goed ook. Als ik met hem aan de praat was geraakt zou ik hem misschien wel écht hebben leren kennen, en dan zou ik te weten komen dat hij onzeker was. Dat hij het toch wel heel jammer vond dat de mouwen van zijn jas te kort waren, en dat hij toch liever niet meer uit pakjes zou willen drinken omdat hij ook wel wist dat het troep was wat er in zat.

Ik zou erachter komen dat hij een mens was, zoals ik. Gelukkig kwam ik daar niet achter, en zo werd hij een legende. Hij werd mijn held, en terwijl ik vanuit mijn ooghoeken naar hem keek voelde ik mezelf rustiger worden. Ineens kreeg ik lak aan de verwachtingen van anderen en ik voelde mijn zelfverzekerdheid groeien. Ik werd die jongen: alleen op de wereld, maar tevreden. Zelfs nu, weken later, inspireert deze roodharige puber mij om alles te accepteren zoals het komt. Als het kon hing ik een portret van hem aan de muur, of schreef ik een epos over zijn avonturen. Hij zal het met dit bescheiden eerbetoon moeten doen.

Op Utrecht Centraal verliet ik de trein. De held bleef zitten. Ik geloof dat ik nog naar hem heb geknikt, maar hij zag mij niet. Zijn pakje was leeg en hij was één met de kosmos.

Meer lezen?

5 wijsheden van de Boeddha waar je vandaag iets aan hebt.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Ik ontmoette de personificatie van Boeddha (in de intercity naar Utrecht)
Sluiten