Ieder mens kent zijn eigen geluk (waar jij gelukkig van wordt, hoef ik niet gelukkig van te worden)

Waar word je nou écht gelukkig van?

Tweeëntwintig maart 2017 stond met blije tekeningetjes omlijst in mijn agenda. Het was de dag van mijn boekpresentatie. Met zweterige handpalmen stond ik in The Hoxton in Amsterdam, waar ik mijn roman Lyssa officieel aan een groep belangstellenden mocht laten zien. Eindelijk kon ik het boek waar ik zo lang aan had gewerkt delen.

‘Dit moet een geweldige dag voor je zijn: geniet er van’ zei iemand tegen me terwijl hij een fles champagne in mijn handen drukte. Daar hoefde hij zich wat mij betreft geen zorgen over te maken: ik ging hier met volle teugen van genieten. Dat stond als een paal boven water.

Het vervolg laat zich raden: ik genoot er niet van. Ik was ontroerd door de opkomst, de lovende woorden van vrienden en familie, maar mijn hart bleef in zijn normale tempo tikken. In mijn aderen bruiste die avond geen brut, ook al dronk ik het wel. Een beetje gedesillusioneerd stapte ik in de taxi naar huis.

Dat ik niet zo van mijn presentatie had genoten leek me de volgende dag, met een lichte kater, best logisch: ‘het was een stressvolle en hectische avond, natuurlijk kan je dan niet genieten!’ dacht ik. De komende dagen: daar zou de euforie zijn opwachting maken. Er was nog genoeg om naar uit te kijken. Interviews, het boekenbal, photoshoots: genoeg momenten om uitzinnige blijdschap te voelen.

Maar de zo gewenste vreugde liet ook tijdens, en in de dagen na, het boekenbal op zich wachten. Toegegeven: elk compliment van een lezer stemt vrolijk, en toen ik Lyssa voor het eerst in de boekhandel zag liggen en ik haar omslag in De Volkskrant zag staan knalde mijn hoofd even bijna uit elkaar. Maar verder voelde ik me eigenlijk erg gewoontjes. Niet ongelukkig, zeker niet, maar lang niet zo uitzinnig als ik me had voorgesteld.

"Daar bekroop me de angst: als dit me niet gelukkig gaat maken, wat dan wel? "

Ik schaamde mij voor mijn ontbrekende gevoelens. Was ik soms ondankbaar? Ik kon me ineens goed voorstellen dat mensen dit ook met bruiloften of de geboorte van hun kind zouden kunnen hebben: het zou het mooiste moment van je leven moeten zijn, maar je voelt het niet.

Gisteravond besloot ik mijn schaamte op te biechten aan mijn vriendin waarop zij simpelweg vroeg: ‘maar op welke momenten ben je dan wel gelukkig met je werk?’

‘Als ik schrijf,’ was mijn antwoord. ‘Als ik met een verhaal bezig ben en bijvoorbeeld ineens op het juiste spoor terecht kom.’

‘Wees blij dat dat je het grootste geluk geeft, en niet het hele circus eromheen.’ Was haar reactie, en met deze doodeenvoudige redenering wist ze mijn schaamte in de kiem te smoren.

Het is waar dat mensen grof geld zouden betalen om naar het boekenbal te gaan, of om een boek te mogen presenteren in een statig pand in Amsterdam. Er is altijd iemand die droomt over het leven dat jij leidt, maar mijn vriendin (die ik zoals je merkt als een wijs mens beschouw) gaf een heldere vergelijking:

Sommige mensen halen hun schouders op als één van hun ouders overlijdt, terwijl de ander verzinkt in een diep tranendal. Daar kijkt niemand echt van op. Maar zoals het met verdriet is, zo is het ook met vreugde: waar de een zielsgelukkig wordt van een kaartje naar het boekenbal, zal een ander liever aan de schrijftafel zitten. Aan beide kanten zou geen schaamte moeten bestaan. Je verplicht voelen om blijdschap te voelen is net zoiets doms als je verplicht voelen om verdrietig te zijn.

Dit gezegd hebbende: Lyssa is nu te koop bij de betere boekhandel, en van geld word ik best wel gelukkig.

Meer lezen

Zo maak je keuzes waar je zélf gelukkig van wordt.