Idealistische hypocrisie: wie is er niet schuldig aan?

Eva de Vor 17 sep 2018 Better World

Vier jaar geleden zijn mijn vriend en ik eilandbewoners geworden. Ons drukke, werkende leven in Amsterdam lieten we achter om een rustig en minimalistisch leven te leiden op Ibiza. Deze kentering van ons leven heeft mij bewuster gemaakt van mijzelf en de wereld om mij heen.

Een bevriende eilandbewoner liet zich laatst van zijn meest empathische kant zien. Hij wist een gewonde zeemeeuw te redden van een mogelijke dood door deze te vangen en naar de dierenarts te brengen. Vol liefde voor het beest vertelde hij zijn verhaal dat een gelukkig einde had. De zeemeeuw was gered en hoe! Wat een te gekke vent is hij toch, dacht ik. Dierenvrienden, daar houd ik nu eenmaal van. Die kunnen bij mij niet meer stuk.

Het meten met twee maten

Even later bestelde hij een chateaubriand in rode portsaus. “Hoe wilt u het gebakken hebben, meneer?” “Medium rare graag”, antwoordde hij en het water liep nog net niet uit zijn mond.

Best vreemd, niet? Hoe kun je nu vol liefde spreken over een gekweld dier en er vervolgens een ander dier voor in de plaats op je bord wensen? Of is een rund niet aaibaar of mooi genoeg? Veel (zelfverklaarde) dierenvrienden doen het. Het ene dier redden en als huisgenoot adopteren en het andere dier in de pan laten hakken om daarvan een mals stuk dijbeen in je mond te nemen, omdat je het nu eenmaal niet kunt weerstaan. Dat strookt niet. En dat deed het bij mij ook lang niet.

Ik voel me daarom zeker niet beter dan hij. Toch vind ik het opvallend, het meten met twee maten dat we met zovelen doen. Onze acties komen vaak niet overeen met ons gedachtegoed, waar we vaak openlijk en geëngageerd voor uitkomen.

Helpt jouw duurzame levensstijl mee het klimaat te redden, of hou je jezelf voor de gek?

Met een dorstige auto naar een protest

Als er plannen zijn van een oliemaatschappij om voor de kust van mijn geliefde eiland naar olie te gaan boren, keert het hele eiland zich tegen deze desastreuze plannen. Zelfs Paris Hilton bemoeit zich ermee. De ironie is dat vrijwel alle tegenstanders per auto naar de demonstratie komen. Niet per fiets of met het openbaar vervoer. Nee, met de auto, de één nog dorstiger dan de ander.

Vervolgens rijdt zowat elke auto nu rond met een protest-sticker, geplakt op, jawel, de tankdop. We willen nu eenmaal auto blijven rijden en dat gaat niet op water. En dat weet de olie-industrie maar al te goed. We zijn dus zelf een belangrijke oorzaak dat er naar olie geboord wordt. Waar we zelf het aanzienlijke deel van het probleem zijn, zijn we tevens een groot deel van de oplossing. Laat de auto vaker staan en ga met het OV of pak de (elektronische) fiets of ga over op een elektronische auto. De keuze is aan ons. Daar zouden we vaker bij stil moeten staan.

Compensatie

Met verre vakantie-bestemmingen hetzelfde fenomeen. We vliegen er wat op los met z’n allen. Mijn vrienden vliegen met hun kinderen jaarlijks naar verre continenten. Allemaal geven ze om het milieu en zijn ze bewust van hun acties. Toch kiezen ze voor het maken van verre reizen.

Reizen en de wereld verkennen is natuurlijk prachtig en waardevol. Wie verlangt daar nu niet naar? Het is moeilijk om zo’n geweldige, verre bestemming te weerstaan, ook al weten we zo langzamerhand dat een vliegreis naar Sydney zoveel CO2-uitstoot veroorzaakt dat de compensatie hiervan neerkomt op ruim vier jaar vegetarisch eten. Dit laatste wist je misschien nog niet. Over de impact op het milieu van een retourtje naar het populaire Bali schreef Bedrock al eerder en dat is niet mis.

We zijn allemaal hypocriet

Ons verlangen is de oorzaak van het meten met twee maten. We willen zo veel en zijn zo makkelijk te verleiden in de consumptiewereld waarin we leven. Het vlees is zwak. We willen die sappige biefstuk, die stoere auto, die droomreis. En het liefst nu meteen. Dat de malse biefstuk op ons bord eens een levend en voelend dier was, lijken we te zijn vergeten. Die dorstige auto is er maar één meer op de weg, dus zo’n groot verschil zal het niet uitmaken. En op die reis naar Tibet zul je jezelf vinden en daarvoor moet alles wijken. Zo praten we onze acties vaak goed.

Het is overigens logisch dat, wanneer de financiële middelen ruim zijn, we ook veel meer te kiezen hebben. Als de financiële middelen minder stromen, kies je nu eenmaal eerder voor een vakantie in je tentje op het Franse platteland. Het boeiende Sydney of Canada is dan simpelweg geen optie.

Dit vind je vast ook interessant: Verre reizen niet duurzaam? Dit zijn de positieve effecten van jouw wereldtrip

Ben ik wel goed bezig?

Ik geloof dat in onze maatschappij de consument veel meer macht heeft dan we denken. Elke dag weer bepalen we immers welke keuzes we maken. Wel of geen stukje vlees, de auto of trein, een verre reis of vakantie vieren dichterbij huis. Het feit dat bewust(er) leven bij velen hoog op de agenda staat, stemt hoopvol. Dat we dan niet altijd consequent en, wellicht vaker dan we willen, hypocriet gedrag laten zien, is vergeeflijk, maar zeker ook vatbaar voor verbetering.

Het belangrijkste is of we zelf vinden dat we goed en bewust bezig zijn. Onszelf verbeteren, hoe klein de stapjes ook, ten opzichte van hoe we het gisteren deden en ons daarbij laten inspireren door het gedrag van anderen. Bijvoorbeeld de vriendin die veganistisch is gaan eten; waarom en hoe doet zij dat? Of de jongen die er een gewoonte van heeft gemaakt het zwerfafval op te ruimen op de route naar zijn werk en de omgeving op die route nu veel schoner is en tevens opgemerkt wordt door anderen die nu ook meehelpen.

Dat we bewuster kunnen leven, maar het vrijwel nooit volledig overeenkomstig ons gedachtegoed zal zijn, moeten we accepteren. Het feit dat we ons van onze eigen idealistische hypocrisie bewust zijn, is al een eerste stap op weg naar een betere wereld voor mens én dier.

Eva is tekstschrijfster en blogger op Ibiza. Je kunt haar volgen via haar blog evalunes.com

Meer lezen over duurzaamheid?

Reageer op artikel:
Idealistische hypocrisie: wie is er niet schuldig aan?
Sluiten