Desirée had een eetstoornis: “Anorexia lijkt soms iets wat je even twee weken kunt uitproberen”

Hokjesdenken #1

Hoe vrij en tolerant we ook mogen lijken in Nederland, onbewust stoppen we toch iedereen in hokjes – of dat nou andere mensen zijn of wijzelf. We zijn te saai of juist te intens, te dik of te dun, te ambitieus of niet vooruitstrevend genoeg. En hoewel iedereen last heeft van die vooroordelen, hebben mensen met mentale problemen dat nog net een beetje meer. Been gebroken? Meteen naar het ziekenhuis. Depressie? Wat zeur je nou?

Toen ze dertien was, ontwikkelde Desirée (24) een eetstoornis en depressie. Ze voelde zich leeg en lusteloos, en ging stiekem eten om dat te compenseren. “Ik weet niet wat er eerder was. Soms denk ik dat ik de leegte er eerst was. Ik wilde ergens controle over, en kreeg toen problemen met eten. Te weinig eten, eetbuien… ik heb het allemaal afgewisseld. Maar ik kan daar natuurlijk ook depressief van zijn geworden. Zo’n eetbui voelde namelijk een beetje alsof het binnen in me heel hard ging stormen, en slokte mijn hele dag op.”

Bij eetstoornissen is het hokjesdenken heel erg aan de orde – niet alleen door mensen die wel ‘gewoon’ eten, maar ook door de mensen die ook een eetstoornis hebben. “Veel patiënten, en trouwens ook dokters, zien een soort ‘rangorde’ in de stoornissen. Anorexia wordt enorm geromantiseerd in bijvoorbeeld films, dus heeft het meeste ‘aanzien’, maar wordt ook het snelst behandeld omdat het bekend is.”

“Ik wilde het liefst anorexia,” vertelt Desirée, “maar door mijn eetbuien zou ik beter in het hokje boulimia passen. Ik ben ondanks mijn therapie nooit gediagnosticeerd, maar denk wel dat ik die diagnose gehad zou hebben. Dat voelde alsof ik faalde: alsof ik zelfs op het gebied van psychische problemen niets voorstelde, geen talent had.”

Was de eetstoornis je talent?

“Ja, zo voelde het wel een beetje. Verder was ik niet ergens extreem goed in, maar hier had ik wel de controle over. Ondanks dat ik mijn moeder natuurlijk niet verantwoordelijk houd voor mijn eetstoornis, heb ik in mijn opvoeding wel meegekregen dat zij altijd aan het diëten was. Als ze tien kilo afviel, zei iedereen hoe leuk ze eruit zag, en daar was ze op gefocust. Zij stond elke dag op de weegschaal, dus ging ik dat als normaal zien en deed ik dat ook. Ik weet nog dat ze op een dag achter me op de weegschaal ging staan; toen woog ik ineens 75 kilo als zesjarig meisje. Doodsbang was ik. Want als ik dik zou zijn, zou niemand me meer mogen.”

Dat ik geen anorexia had, voelde een beetje alsof ik faalde: alsof ik zelfs op het gebied van eetstoornissen niets voorstelde.

Zo dacht ze constant, vertelt Desirée. “Mijn leven zou beter worden als ik dunner was. Dan zouden mensen me aardiger vinden. Maar eigenlijk werd ik juist heel erg eenzaam en voelde ik me niet serieus genomen. Toen ik naar de dokter ging, zag hij me als één van die vele meisjes die willen afvallen. Hij kraamde dingen uit als: ‘Je lichaam is een tuin, die moet je gewoon water geven.’ Daar had ik natuurlijk weinig aan als iemand met heftige psychische klachten. Bovendien had ik niets aan het advies dat ik gewoon normaal moest eten; het draaide juist om de drang naar controle.”

Vind je dat eetstoornissen nu serieuzer worden genomen?

Ergens wel, maar dat brengt met zich mee dat mensen heel snel denken dat ze iets hebben. Anorexia wordt soms neergezet als iets wat je zomaar even twee weken kunt uitproberen om te kijken of het iets voor je is – alsof je voor een tijdje je haar blauw verft.”

Uiteindelijk kreeg ze wel hulp: in het Stichting Eetstoornissen Eindhoven. “Het voelde alsof ik daar eindelijk kon zijn wie ik was. Ik kreeg daar creatieve therapie: ik mocht schrijven of tekenen, of we deden lichaamsoefeningen. Dat je met een touw moest aangeven hoe dik je dacht dat je was, dat soort dingen. Ik had maar een uur therapie, één keer per week, maar dat heeft zoveel voor me gedaan dat ik altijd emotioneel word als ik eraan terugdenk.”

Hoe is het daarna verder gegaan?

Ik heb ongeveer anderhalf jaar hulp gehad: daarna was ik ‘genezen’. Maar zo’n eetstoornis blijft toch altijd een beetje aan de oppervlakte. Ik heb bijvoorbeeld ook een periode gehad waarin ik extreem gezond ging eten. Dan hield ik mezelf voor dat dat niks met die eetstoornis te maken had, omdat ik wel gewoon at. Maar toen ik bijvoorbeeld alleen iets ongezonds mocht eten als ik heel hard had gesport, wist ik wel dat dat ook niet goed was.”

“Het lastige is dat het best makkelijk is om een psycholoog tevreden te stellen. Ik wist wel wat ik anders moest doen, en dat kon ik haar ook wijsmaken, dus waren mijn behandelingen snel afgelopen. Ik deed het alleen niet en voelde me daardoor nog steeds ongelukkig.”

Ik betrap mezelf af en toe nog steeds op het idee dat ik ergens aan moet voldoen en dan pas goed ben.

“Ik betrap mezelf af en toe nog steeds op het idee dat ik ergens aan moet voldoen en dan pas goed ben,” geeft Desirée toe, “maar dat is misschien ook menselijk. Dan denk dat ik leuker ben als ik mijn haar anders heb, of zo.” Maar ze is in ieder geval heel open over wat ze heeft meegemaakt, vooral om het taboe op mentale problemen te doorbreken. “En als iemand vraagt hoe het gaat, zeg ik nu bijvoorbeeld eerlijk als het slecht gaat. Sommige mensen zeggen dan: ‘Ja, met mij ook, het is die regen vandaag, hè.’ Terwijl dat natuurlijk niet de reden is. Maar andere mensen begrijpen het wel.”

Momenteel is ze een boek aan het schrijven over haar geschiedenis met psychische klachten. “Als je hebt geleerd hoe je ergens mee om moet gaan, waarom zou je het dan ‘geheim’ houden voor mensen die hetzelfde meemaken? Het is bullshit om het iedereen maar zelf te laten uitzoeken. Laten we elkaar gewoon helpen en proberen te begrijpen.”

Wil je Desirée volgen? Dat kan op www.aandachtigeblog.nl.

Fotografie // Maaike Kooijman

Meer lezen over het hebben van een eetstoornis?

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van meer persoonlijke verhalen en nieuwtjes over psychologie? Schrijf je in voor de Bedrock Weekly!