Hoe thuis net zo ‘vrij’ te leven als elders (op reis)

Soms vraag ik me af waarom we altijd maar weggaan om te zoeken wat we thuis hebben. Of waarom we, als we dan weg zijn, hetgeen pakken waar we thuis hard voor wegrennen. Ik vraag mezelf wel meer dingen af, maar deze twee blijven maar om elkaar heen draaien in m’n hoofd nu ik tussen vreemde landen door even thuis voet aan Amsterdamse wal heb gezet.

Want schrijdend over onbekende gronden, voel ik me het best als ik mijn eigen huis-, tuin- en keukenstructuur kan voortzetten: net als thuis. Om niet machteloos overspoeld te worden door een nieuwe locatie met al haar geuren, prikkels en mogelijkheden, blijf ik enigszins in charge over de input-inname door een bekend regime van slaap, eten, werk en yoga aan te houden. Die stabiliteit geeft een veilig gevoel van rust, waardoor ik daarnaast alle controle vrijelijk laat fieren.

Al popt zo nu en dan wel zo’n nagging vraag omhoog waarom je dan eigenlijk weg gaat; om elders eenzelfde structuur voort te zetten. Die druk ik dan gauw de kop in, want eenzelfde grid in een andere omgeving is immers een compleet ander verhaal. In het geval van de afgelopen paar maanden sloten omgevingsfactoren als zon, eenzame natuurgebieden, ouderen met een Australisch accent en een gecultiveerd gebrek aan zorgen een stuk naadlozer aan op het ritme dan de hectiek die ik ervaar in een stad als de onze. Goed, dus die is uit de weg. Maar hoe zit het met de rest van de reizigers-victory?

Het geeft me namelijk een heel sterk gevoel om te merken dat ik overal waar ik ben kan wortelen, al dan niet vanwege dat vaste parcours. Maar er is toch iets geks aan de hand. Toen ik door Nieuw-Zeeland reisde, wisselde ik zo om de drie dagen van locatie. Elke keer speelde zich weer hetzelfde riedeltje af in de onderbewuste lagen van mijn neurale netwerken: ik was helemaal gewend aan de omstandigheden, het voelde alsof ik er altijd al was en voor altijd zou zijn en weggaan leek een optie waarbij ik een stukje van mezelf zou verliezen.

Maar, de tijd kwam, de bemoedigende mails van Airbnb om me klaar te maken voor de volgende reis drongen de inbox binnen en zodra ik de tijdelijke voordeur van het een of andere tuinhuis achter me dichttrok, was ik eigenlijk alweer vergeten hoe lastig het had geleken om weg te gaan. En zodra ik dan weer met m’n duim omhoog aan de weg stond besefte ik me als opnieuw hoe leuk ik het vind om met onbekenden te praten, iemands levensverhaal te horen tijdens een autorit en het kriebelende gevoel dat vrijkomt als je toeval en lot de vrije loop laat.

Reizen is op zo ontzettend veel manieren een metafoor voor de rest van je leven

Als ik dan m’n tas weer uit een truck sjorde en me richting de nieuwe voordeur Google Mapste had ik eigenlijk altijd meer zin om verder te liften, on the road te blijven en voor altijd op te gaan in het onbestemde. Maar, ik had een bestemming, en als ik daar dan aanbelde, warm onthaald werd en in weer een vreemde keuken uit een smoezelig kopje thee dronk, kon ik me eigenlijk al direct niet meer voorstellen hoe het ooit anders was geweest. Zou ik hier langer kunnen blijven?

Dit vraagstuk blijft zich in mijn hoofd telkens op twee manieren vertakken. Enerzijds, dat ik denk dat reizen op zo ontzettend veel manieren een metafoor voor de rest van je leven is. Dat je in alle vrijheid door patronen heen kunt breken en jezelf flexibiliteit aanleert – dat je door continu opnieuw uit je tijdelijke comfort zone te stappen een soort on top of the world/superpower gevoel krijgt. Erg verslavend.

Trots vertelde ik aan een medereiziger (iemand waarvan ik me dan weer uiteraard niet kon voorstellen dat onze wegen ooit zouden scheiden) over het krijgersgevoel dat ik verkreeg door stabiel geluk te ervaren tijdens het hoppen van bubbel naar bubbel. Ik verwachte herkenning, misschien wel een vleugje bewondering, maar het bleef stil. Mijn best friend for a little while kantelde haar hoofd, keek schuin omhoog en zei: ‘Maar dat is eigenlijk ook wel heel zonde. Dat je die tijdelijke wereld dus blijkbaar toch niet bijzonder genoeg vond om hem echt te missen daarna.’ De tijd stond even stil. Dat mensen je tegenspreken, dat gebeurt sowieso al niet te vaak op reis (wellicht ook onderdeel van dat verslavende element?), en dat ze dan ook nog iets zeggen dat recht in je hart steekt – dat is best zeldzaam.

Ik dacht na en besefte me dat er inderdaad een grote contradictie in dit continue verzilveren van alles zit. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik dacht altijd dat het iets goed was, om adaptief te zijn aan wisselende omstandigheden, overal het mooiste in te zien en dat proces ging eigenlijk helemaal vanzelf. Als ik dan weer weg was, dan dacht ik niet meer na over wat ik ervan miste, want de nieuwe situatie bracht weer zoveel moois om in op te gaan dat het eigenlijk niet nodig was.

Alleen op de wereld durf ik dagen door te brengen zonder alles voor te willen zijn. Herkennen mensen dat gevoel? Dat je je brein zo snel laat draaien dat alle mogelijke uitkomsten van een voorval de revue al passeren voordat het voorval zich voltooid heeft. Als ik weg ben uit de stad, weg van de voorvallen, weg van angsten om op te anticiperen of onzekerheden om te bevechten wordt het stil. Het hoofd heeft rust en de zintuigen zijn jarig.

[pullquote]De perfectie blijkt niet in het concept van de beleving te zitten, maar in het ervaren ervan[/pullquote]

Ik doe in principe hetzelfde als thuis, want hoezee voor het regime, maar alles lijkt anders. De tijd gaat langzamer, een minuut lijkt langer, elk gesprek blijkt waardevol en iedere adem geeft zuurstof. Vieze koffie is nostalgisch en een buitensporig snurkende kamergenoot doet me grinniken in het holst van de nacht. Alles lijkt al goed te zijn, omdat het alleen het moment zelf dient, en geen strategische schakel in een proces is. Thuis denken we zo in groeien. In vooruitgang, exponentieel. Op reis mag ik stil staan, hoef ik niet uit te leggen waarom en vul ik mijn dagen in een world class listed heritage gebied rustig met boodschappen doen en in een muffig café die slappe koffie drinken. Het maakt niet uit. De perfectie blijkt niet in het concept van de beleving te zitten, maar in het ervaren ervan.

Zonder planning, zonder afspraken, zonder verantwoordelijkheden of verwachtingen, valt de magnetische ruis weg die je trekt naar een andere plek en maakt dat je hoofd elders leeft dan je voeten. Wat overblijft is volledig zintuigelijke en emotionele aandacht voor alles wat er om je heen gebeurt. En met al die aandacht voor het moment waarin je leeft, zou alles altijd kunnen duren.

Dus ik nam een hap adem en keek mijn tijdelijke beste vriendin aan. ‘Het maakt niet uit waar ik heen ga, want het enige dat overal meegaat ben ik. Als ik iets mis, mis ik iets van mezelf. Als ik blij ben met iets op locatie, is dat iets in mezelf. Het maakt niet uit waar je bent, want alle lessen, al het plezier en alle pijn zit in jezelf. Je mist niet je vorige locatie. Je mist de jij die je daar was, maar die is er altijd, overal, en nu hier.’

Een paar weken later vloog ik terug naar Amsterdam, veel eerder dan ik had gedacht. Ik zou een maand naar Melbourne gaan om vanuit daar te werken, maar het besef dat ik daar eenzelfde stadsleven zou leiden als in Amsterdam, maar dan zonder de mensen waar ik van hou, voelde eigenlijk heel onlogisch. Wat ik in Melbourne zou kunnen leren, kan ook in Amsterdam. Want het is niet moeilijk om stabiel te zijn als je alleen bent. Het is niet moeilijk om je een krijger te wanen als je met opgeheven hoofd door onbekende landen kruist. De wereld overreizen en je overal thuisvoelen is bekrachtigend verslavend, maar zij die het voor elkaar krijgen om zich te verliezen in momentum temidden van de hectiek van alledag – dat zijn de echte krijgers.

Reageer op artikel:
Hoe thuis net zo ‘vrij’ te leven als elders (op reis)
Sluiten