Hoe stond men vroeger op zonder wekker? Een lesje dankbaarheid

Door naar het verleden te kijken kunnen we onszelf beter op de tijdlijn plaatsen

Ik heb een haat-liefde verhouding met mijn strijkijzer. Ja, hij haalt in principe kreukels uit mijn kleding (mits je er met je volle gewicht op leunt) en dat is toch wat een strijkijzer moet doen. Maar toen ik een tijd geleden bij een vriend met een beter, sterker, zwaarder strijkijzer mijn overhemd streek ervoer ik het genot van een superieur gereedschap. Vanaf dit moment zag ik mijn eigen strijkijzertje door andere ogen: betraande ogen van teleurstelling.

Maar ik wil me hier tegen verzetten. Ik wil niet het nieuwste van het nieuwste willen maar blij zijn met wat ik heb, ook al is het misschien niet het überstrijkijzer waar ik zo naarstig naar verlang (en verlangen doe ik, want wat een genot om met dat zware, sissende ijzer over gekreukeld katoen te glijden…maar ik dwaal af).

Eén manier, die voor mijzelf altijd goed werkt, om dat gevoel van dankbaarheid een beetje op te krikken is om te kijken naar waar mensen het vroeger mee moesten doen. Lezen over mensen die lijden en afzien doen je toch altijd weer realiseren hoe goed je het eigenlijk hebt.

De Britse geschiedkundige Ruth Goodman schreef het boek ‘How To Be a Victorian.’ In dit boek beschrijft ze in groot detail hoe het leven van laag- en hooggeplaatste Britten er uit zag tijdens het Victoriaanse tijdperk (1837 – 1901).

Tijdens het lezen van dit boek ervoer ik bijna op elke pagina een nieuw gevoel van dankbaarheid. Wij zijn namelijk omringd met dingen die wij als totaal vanzelfsprekend ervaren, terwijl de mensen er 150 jaar geleden nog niet eens van gehoord hadden. Neem iets simpels als een centrale verwarming. Hoe blij ben je tijdens deze winterdagen dat je bij thuiskomst met één vinger de CV omhoog kunt knallen?

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

In het Victoriaanse tijdperk moest men het doen met een haardvuur. ’s Ochtends, voor de rijke huisbewoners wakker waren, stond een bediende op om in huis verschillende vuren aan te maken. Let wel: dit gold alleen voor de rijke huishoudens. Normale gezinnen hadden geen verwarming. Tel daar bij op dat ze ook geen dubbelglas hadden en dat de huizen lang niet zo goed geïsoleerd waren als nu. Bovendien hield men ’s nachts vaak de ramen open omdat ze er van overtuigd waren dat dat noodzakelijk was voor een goede gezondheid.

Dat is nog eens bibberend uit je bedje kruipen ’s ochtends.

Ook op kantoren was het gemiddeld 10℃ (als er al verwarming was). Inkt bevroor soms letterlijk in de potjes.
De wollen pakken die wij kennen zouden voor mensen uit die tijd alleen geschikt zijn voor werk in de tropische koloniën. En als je je beseft dat wij onze huizen en kantoren gemiddeld 20 graden maken, zijn dat inderdaad bijna tropische omstandigheden.

Hoe ging de 19e eeuwse Europeaan hier mee om? Het antwoord is zo’n irritante zin die outdoor liefhebbers altijd gebruiken: “kou bestaat niet, alleen slechte kleding.”

Toch hebben ze een punt: in het Victoriaanse tijdperk was kleding van veel hogere kwaliteit dan nu. Of zoals Goodman het zelf zegt: “Ik heb veel Victoriaanse herenkleding in mijn handen gehad en het voelt totaal niet zoals de kleding die we nu kennen. (…) het is zo strak geweven dat de stof de neiging heeft uit zichzelf recht op te blijven staan. De kleding is hard, stevig, houdt de wind tegen en alleen de meest heftige regenbuien krijgt het nat.”

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Interessant feit: mannen droegen wollen ondergoed van nek tot enkels. Het idee dat hun naakte huid hun buitenste kledinglaag zou aanraken (zoals nu het geval is) vonden ze walgelijk.

Goed, 150 jaar geleden lag jij dus in je bedje terwijl de damp van je adem afsloeg. Je wollen ondergoed had je gelukkig de avond van tevoren al klaargelegd. Maar hoe stond je eigenlijk op tijd op? Klokken en horloges waren erg duur, en als je niet rijk was kon je het je waarschijnlijk ook niet veroorloven in bed te blijven liggen tot de haan of je bediende je wekte.

Gelukkig had je daar een ‘porder’ voor: een man die had geïnvesteerd in een horloge en die met een lange stok door de straten ging. Je betaalde hem een klein bedrag per week, liet hem weten hoe laat je op moest staan en vervolgens deed de porder zijn ronde. Hij tikte tegen de ramen, wachtte tot je naar hem gezwaaid had en ging dan verder naar zijn volgende klant.

Voor een lesje in dankbaarheid (en voor degene die simpelweg geïnteresseerd zijn in onze geschiedenis) zijn boeken als die van Goodman een absolute aanrader. Wanneer we kijken naar onze geschiedenis kunnen we onszelf beter in de context van onze eigen tijd plaatsten. Waar komen wij, onze ideeën en onze uitvindingen vandaan? Onze voorouders zijn degenen die alles hebben gevormd zoals wij het nu kennen en wanneer we hun beweegredenen weten kunnen we de wereld zoals ze is wellicht beter begrijpen.

En mijn strijkijzer? Vergeleken met de op kolen, gas of zelfs benzine verwarmde strijkijzers van die tijd knijp ik in mijn vuistje bij het zien van mijn vertrouwde elektrische strijkijzertje.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.